Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling en het opzettelijk in hulpeloze toestand brengen van een kind dat hij verzorgde. Het hof heeft het vonnis vernietigd en spreekt verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De verklaringen van de medeverdachte, die belastend waren voor verdachte, werden door het hof als onbetrouwbaar beoordeeld vanwege inconsistenties en het ontbreken van ondersteuning door forensisch-medische rapporten. Verdachte ontkende betrokkenheid en er waren sterke contra-indicaties voor veronachtzaming aan zijn zijde.
Daarnaast kon het hof niet vaststellen dat verdachte het kind in een hulpeloze toestand heeft gebracht of gelaten, mede omdat verdachte zich actief inzette voor medische zorg en contact hield met begeleiders. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, omdat verdachte niet schuldig is bevonden. Het hof verklaarde verdachte en officier van justitie niet-ontvankelijk in hoger beroep voor de vrijgesproken feiten.