Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3222

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
200.361.999/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 194 RvArt. 195 RvArt. 3:94 lid 4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Inzageverzoek akten van cessie in aansprakelijkheidsverzekeringsgeschil na brandschade

ASR heeft hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter die ASR veroordeelde dekking te verlenen voor schade veroorzaakt door geïntimeerde aan een schuur van een derde. De schade ontstond door een brand die geïntimeerde veroorzaakte met een houtkachel. De kantonrechter kende een bedrag van circa € 25.000 toe en oordeelde dat de cessie van het meerdere buiten beschouwing kon blijven.

ASR stelde een incidentele vordering in tot inzage van de akten van cessie die geïntimeerde zou hebben gesloten voor het meerdere boven € 25.000. ASR wilde hiermee haar positie bepalen en de bevoegdheid van de kantonrechter toetsen. Het hof oordeelde dat ASR voldoende belang had bij het inzageverzoek en dat er geen gewichtige redenen waren om inzage te weigeren.

Het hof beval geïntimeerde binnen veertien dagen afschriften van de akten van cessie te verstrekken. De beslissing over de proceskosten van het incident werd aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevindt.

Uitkomst: Het hof beveelt inzage in de akten van cessie en wijst het inzageverzoek van ASR toe.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.361.999/01
zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle 11456503
arrest in het incident van 19 mei 2026
in de zaak van
ASR Schadeverzekeringen (ASR)
die is gevestigd in Utrecht
advocaat: mr. J.H. Tuit
en
[geïntimeerde] ( [geïntimeerde] )
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. O.S.H. Horssius

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
ASR heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle (hierna: de kantonrechter), op 17 juni 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep
  • de memorie van grieven inclusief incidentele vordering tot afschrift gegevens “
  • de memorie van antwoord in het incident

2.De kern van de zaak

-
in de hoofdzaak
2.1.
Deze zaak gaat over de vraag of ASR op grond van een door de vader van [geïntimeerde] afgesloten aansprakelijkheidsverzekering dekking moet verlenen voor de schade van [naam1] , die is ontstaan door een brand die [geïntimeerde] in een schuur van [naam1] heeft veroorzaakt.
2.2.
In het bestreden vonnis heeft de kantonrechter ASR veroordeeld dekking onder de aansprakelijkheidsverzekering te verlenen door € 24.994,85 te betalen aan [naam1] . ASR is ook in de kosten van het geding veroordeeld.
2.3.
ASR is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.
- in het incident
2.4.
ASR heeft een incidentele vordering ingesteld. Zij verlangt van [geïntimeerde] afgifte op grond van artikel 195 in Pro combinatie met artikel 194 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) “
van de diverse akten van cessie”.
2.5.
Het gaat ASR in dit kader om de akte(n) van cessie waarin [geïntimeerde] het meerdere boven de € 25.000 die hij in deze procedure van ASR vordert aan (een) derde(n) heeft gecedeerd. ASR tast naar haar zeggen in het duister over wat er wanneer door [geïntimeerde] is gecedeerd en aan wie. Zij wil daarom dat [geïntimeerde] afschrift van alle akten van cessie verschaft, zodat ASR in staat wordt gesteld haar positie te bepalen in dit geschil, ook ten aanzien van de vraag of de kantonrechter wel bevoegd is geweest om over het geschil van partijen te oordelen.
2.6.
Het hof zal de vordering in het incident toewijzen. Dat wordt hierna uitgelegd.

3.De toelichting op de beslissing van het hof in het incident

3.1.
Aan dit incident ligt het volgende ten grondslag. De vader van [geïntimeerde] heeft in 2015 zichzelf en zijn gezinsleden verzekerd tegen aansprakelijkheid bij Aegon. ASR heeft in 2024 de verzekeringsportefeuille van Aegon overgenomen. Op 11 december 2021 is door toedoen van [geïntimeerde] een forse brand uitgebroken in een schuur op het perceel van [naam1] in [woonplaats] . [geïntimeerde] heeft de houtkachel in de schuur aangestoken en daarbij is een steekvlam tot aan het dak ontstaan, met een uitslaande brand tot gevolg De schuur en de daarin aanwezige roerende zaken zijn (gedeeltelijk) vernietigd door de brand.
3.2.
In een tussen [naam1] als eiser en [geïntimeerde] als gedaagde gewezen verstekvonnis van 5 maart 2024 heeft de kantonrechter [geïntimeerde] veroordeeld om aan [naam1] € 25.000,- te betalen aan brandschade. [naam1] had uitdrukkelijk afstand gedaan van zijn vorderingen op [geïntimeerde] wat betreft het meerdere boven € 25.000. In die procedure heeft [naam1] gesteld dat hij het restant van zijn geldvordering op [geïntimeerde] voorafgaand aan de procedure heeft gecedeerd aan een derde.
3.3.
Na de ontvangst van het verstekvonnis heeft Aegon twee advocaten van Loyens en Loeff ingeschakeld voor het opstellen van een verzetdagvaarding. Nog vóór de mondelinge behandeling in die verzetprocedure hebben die advocaten zich onttrokken aan de zaak.
3.4.
In een vonnis van 22 oktober 2024 is het verstekvonnis bekrachtigd. In het verzetvonnis heeft de kantonrechter vastgesteld dat als gevolg van de brand de gehele schuur en de daarin aanwezige zaken, waaronder landbouwmaterieel, een vrachtwagen, drie opleggers en (reserve)onderdelen verloren zijn gegaan. In de verstek- en verzetprocedure is [naam1] bijgestaan door mr. Horssius, die in deze procedure de advocaat van [geïntimeerde] is.
3.5.
In het in dit hoger beroep bestreden vonnis heeft de kantonrechter ASR veroordeeld aan [geïntimeerde] dekking te verlenen door aan [naam1] € 24.994,85 te betalen. De kantonrechter heeft (onder meer) overwogen dat [geïntimeerde] expliciet afstand heeft gedaan van het meerdere boven € 25.000 en dat de kwestie van de cessie in het midden kan blijven. [geïntimeerde] stelt dat hij het meerdere van zijn vordering boven € 25.000 op ASR heeft gecedeerd.
3.6.
Na het bestreden vonnis van de kantonrechter heeft ASR expertisebureau [bedrijf1] gevraagd om de schade als gevolg van de brand in kaart te brengen. In een e-mailbericht van 21 augustus 2025 heeft registerexpert toedrachtonderzoek [naam2] aan de advocaat van [geïntimeerde] geschreven:

De opgaven zoals afgelopen dinsdag met [bedrijf1] gedeeld sluiten op bedragen van € 201.480 voor [naam1] en € 368.840 voor [naam3] . Nu deze bedragen ver boven het bedrag van € 25.000 uitkomen, is het relevant om eveneens inzicht te ontvangen in de cessie. Graag ontvangen wij dan ook een kopie van de akte van cessie, zodat duidelijk is welke partij de cessionaris is en onder welke voorwaarden de cessie heeft plaatsgevonden.
3.7.
[naam3] is de zoon van [naam1] . [naam3] is directeur/grootaandeelhouder van [bedrijf2] B.V. Deze vennootschap is op 7 februari 2023 failliet verklaard. Het in de schuur aanwezige materiaal dat als gevolg van de brand verloren is gegaan, was geen eigendom van [naam1] , maar van [naam3] en/of [bedrijf2] B.V.
De exhibitievordering
3.8.
Artikel 195 Rv Pro biedt een partij de mogelijkheid om de rechter te verzoeken de wederpartij te bevelen om inzage in bepaalde stukken te geven. De rechter toetst dit verzoek aan de voorwaarden uit artikel 194 Rv Pro. Op grond van artikel 194 Rv Pro heeft een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking recht op inzage in, afschrift of uittreksel van die gegevens als zij daarbij voldoende belang heeft. Dit is anders als bij degene die over de verlangde gegevens beschikt, gewichtige redenen bestaan die zich tegen de gegevensverstrekking verzetten of die partij een beroep op een verschoningsrecht kan doen.
3.9.
Niet in geschil is dat tussen ASR en [geïntimeerde] een rechtsbetrekking bestaat. [geïntimeerde] is voor aansprakelijkheid als gevolg van de brand verzekerd bij ASR. [geïntimeerde] betwist niet dat hij over de akte(n) beschikt waarmee hij naar zijn eigen zeggen zijn vordering op ASR uit hoofde van de schadevordering van [naam1] op hem, boven de € 25.000, - heeft gecedeerd aan (een) derde(n). Wel is tussen partijen in geschil of ASR voldoende belang heeft bij de verlangde inzage.
3.10.
Op grond van artikel 3:94 lid 4 BW Pro kunnen de personen tegen wie het geleverde vorderingsrecht moet worden uitgeoefend, verlangen dat hun een door de vervreemder gewaarmerkt uittreksel van de akte ter hand wordt gesteld. Dit om te voorkomen dat een schuldenaar (in dit geval ASR) niet bevrijdend betaalt aan een onbevoegde. ASR heeft recht op de door haar gevraagde afgifte en dus een voldoende belang.
Aan het vorenstaande doet niet af dat [geïntimeerde] op zich wel terecht heeft aangevoerd dat de bevoegdheid van de kantonrechter in hoger beroep niet meer ter discussie gesteld kan worden. Voor zover de niet in duidelijkheid uitmuntende eerste grief van ASR die bevoegdheid ter discussie stelt en die grief mede aan het inzageverzoek ten grondslag is gelegd, is dat onderdeel van de grondslag ontoereikend.
3.11.
Gewichtige redenen van de zijde van [geïntimeerde] die zich tegen de gegevensverstrekking verzetten, zijn het hof niet gebleken. Gelet op een en ander en mede gezien het in artikel 194 Rv Pro neergelegde recht om in een geval als deze een afschrift te verlangen, heeft ASR voldoende recht en belang op een afschrift van de akte(n) van cessie.
De conclusie
3.12.
Het hof wijst de incidentele vordering toe, waarbij een termijn van veertien dagen het hof redelijk voorkomt. Het hof houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak.
3.13.
De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich volgens het roljournaal bevindt. Verder houdt het hof iedere beslissing aan.

4.De beslissing

Het hof:
in het incident
4.1.
beveelt [geïntimeerde] om binnen veertien dagen na heden aan ASR te verstrekken (een) gewaarmerkte afschrift(en) van de akte(n) van cessie waarmee [geïntimeerde] het meerdere van zijn vordering boven de € 25.000 op ASR uit hoofde van de schadevordering van [naam1] op hem, aan (een) derde(n) heeft gecedeerd;
4.2.
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot hierover bij eindarrest zal worden beslist;
in de hoofdzaak in hoger beroep
4.3.
bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich volgens het roljournaal bevindt;
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, W.F. Boele en P.S. Bakker, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.