Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De feiten
[telefoonnummer] het volgende rekeningnummer doorgegeven aan [geïntimeerde] :
Vervolgens werd afgesproken, dat u de auto naar Duitsland zal afleveren, maar dit ging in
(…)
Om mij onbekende redenen wenst [geïntimeerde] de transactie op een gegeven moment niet na te komen.
4.De vordering, de beslissing van de kantonrechter en het oordeel van het hof
5.De toelichting op de beslissing van het hof
In zijn conclusie van dupliek heeft [appellant] volhard in zijn betwisting van de stellingen van [geïntimeerde] . Hij heeft opnieuw ontkend enige betrokkenheid te hebben gehad bij de transactie en heeft benadrukt dat er geen stukken waren overgelegd waaruit blijkt dat [geïntimeerde] op enig moment contact met hem heeft gehad.
Het hof acht die verklaring volstrekt ongeloofwaardig en licht dat toe.
nietbetwist dat het in de advertentie genoemde telefoonnummer zijn telefoonnummer is, zodat het hof daarvan uitgaat.
[geïntimeerde] heeft het bedrag van € 10.000 vervolgens naar dat rekeningnummer overgemaakt.
Verder blijkt uit die WhatsApp-correspondentie dat [geïntimeerde] op 16 september 2022 per WhatsApp het bewijs van de overboeking heeft gestuurd en dat op 22 september 2022 het [adres3] in [plaats1] aan hem werd doorgegeven.
[appellant] benadrukt dat [geïntimeerde] niet heeft aangetoond dat [naam1] het geld naar [appellant] heeft overgemaakt. Dat hoeft [geïntimeerde] ook niet. [geïntimeerde] heeft zaken gedaan met [appellant] en het geld op diens verzoek op rekening van [naam1] overgemaakt. Wat de reden van [appellant] voor dat verzoek was en of [naam1] het geld al dan niet ten onrechte niet aan [appellant] heeft doorgestort, regardeert [geïntimeerde] niet. [geïntimeerde] heeft op de door [appellant] aangegeven wijze betaald, en nu de koop uiteindelijk niet is doorgegaan, dient [appellant] dat bedrag terug te betalen aan [geïntimeerde] .
[naam1] is zelf geen partij in deze procedure. Als [appellant] niet had gewild dat [naam1] in deze procedure ‘buiten schot’ blijft, had hij [naam1] in vrijwaring moeten oproepen. Dat annuleringskosten zijn overeengekomen, zoals [naam1] suggereert, heeft [appellant] (ook subsidiair) niet aangevoerd. [1]
6.De beslissing
19 mei 2026.