Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
die woont in [woonplaats2]
advocaat: mr. J. van Elk
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de rechtbank
- hem vervangende toestemming tot erkenning van [de minderjarige1] te verlenen
- hem samen met de moeder te belasten met het gezag over [de minderjarige1]
- de moeder te verplichten hem regelmatig te informeren over [de minderjarige1]
- een voorlopige omgangsregeling tussen hem en [de minderjarige1] vast te stellen.
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift ontvangen op 26 januari 2026
- het verweerschrift
- de stukken van mr. Franssen ingediend op 4 maart 2026
- de spreekaantekeningen van de vader
- de spreekaantekeningen van de moeder.
- de vader met zijn advocaat
- de moeder met haar advocaat
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming.
5.Het oordeel van het hof
Ingevolge 1:377a lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ontzegt de rechter het recht op omgang slechts, indien:
a. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van
b. de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
c. het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang
d. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
intended)
family life. Om (
intended)
family lifeaan te nemen, is het biologische vaderschap onvoldoende. Voor het vaststellen van (
intended)
family lifezijn dus feiten en omstandigheden nodig waaruit kan blijken van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de vader en [de minderjarige1] . Die omstandigheden kunnen zijn gelegen in de aard van de relatie van de vader en de moeder voor de geboorte, de interesse voor en betrokkenheid bij het kind voor en na de geboorte, de omstandigheden na de geboorte (zoals contacten met het kind), dan wel een combinatie van omstandigheden voor en na de geboorte.
intended family life: de vader heeft de moeder tijdens haar zwangerschap meerdere keren laten weten dat hij geen kind met haar wilde, hij is met uitzondering van een bezoek aan het ziekenhuis niet betrokken geweest bij de zwangerschap en hij is niet bij de bevalling aanwezig geweest.
family lifetussen de vader en [de minderjarige1] ontstaan. Zo heeft de vader kennis gemaakt met [de minderjarige1] na de bevalling, hebben de ouders gesproken over erkenning van [de minderjarige1] door de vader, en zijn er videobelcontacten tussen vader en [de minderjarige1] geweest in periodes dat de vader in [land1] verbleef. Verder staat vast dat de vader en [de minderjarige1] in de zomer van 2025 negen keer omgang met elkaar hebben gehad - daarvan zijn ook foto’s overgelegd - en dat de moeder dit contact in juli 2025 eenzijdig gestopt heeft. De vader heeft dus vanaf de geboorte veelvuldig contact gehad met [de minderjarige1] . Op basis daarvan is het hof van oordeel dat sprake is van family life. De vader is ontvankelijk in zijn verzoek.
6.De beslissing
voorlopigeonbegeleide omgangsregeling, dus totdat de rechtbank in de bodemprocedure over de omgang heeft beslist, tussen de vader en [de minderjarige1] vast van een uur per week, waarbij de ouders in onderling overleg via ouderschapsbemiddeling het tijdstip en de plaats van de omgang afspreken.