ECLI:NL:GHARL:2026:311

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
P25/241
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van de verlenging van de terbeschikkingstelling van een terbeschikkinggestelde

Op 22 januari 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in hoger beroep betreffende de verlenging van de terbeschikkingstelling van een terbeschikkinggestelde, geboren in 1960. De rechtbank Overijssel had op 16 juni 2025 besloten om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen. De terbeschikkinggestelde, die verblijft in een Forensisch Psychiatrisch Centrum, heeft in hoger beroep verzocht om meer vrijheden en een overplaatsing naar een afdeling voor begeleid wonen. Zijn raadsman voerde aan dat de fysieke en geestelijke gezondheid van de terbeschikkinggestelde achteruitgaat en vroeg het hof om te beoordelen of het recidivegevaar nog aanwezig is. De advocaat-generaal heeft echter verzocht om de beslissing van de rechtbank te bevestigen, wijzend op de hoge risico's van recidive zonder de terbeschikkingstelling.

Het hof heeft de stukken en de argumenten van beide partijen in overweging genomen. Het hof concludeert dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en bevestigt de beslissing tot verlenging van de terbeschikkingstelling. Het hof ziet geen aanleiding voor een vingerwijzing aan de kliniek, aangezien deze aandacht heeft voor de toenemende afhankelijkheid van de terbeschikkinggestelde en zoekt naar een geschikte vervolgplek. De beslissing is openbaar uitgesproken door de voorzitter en de raadsheren, waarbij enkele leden buiten staat waren om te ondertekenen.

Uitspraak

TBS P25/241
Beslissing van 22 januari 2026
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [kliniek] te [plaats] (hierna: de kliniek),
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 16 juni 2025. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
  • het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
  • de beslissing waarvan beroep;
  • de akte van 18 juni 2025 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
  • de aanvullende informatie van FPC [kliniek] van 8 oktober 2025, met als bijlage de wettelijke aantekeningen over de periode van 17 maart 2025 tot en met 25 september 2025;
  • het proces-verbaal van de zitting van dit hof van 23 oktober 2025.
Het hof heeft ter zitting van 8 januari 2026 gehoord de advocaat-generaal, mr. R.J.A. Segerink, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde wil graag meer vrijheden hebben en wil graag overgeplaatst worden naar een afdeling voor begeleid wonen op het terrein van de kliniek. De raadsman heeft aangevoerd dat zowel de fysieke als de geestelijke gezondheid van de terbeschikkinggestelde flink achteruit gaan. De raadsman heeft daarom het hof verzocht om goed te kijken of het recidivegevaar dat is vereist voor een verlenging van de terbeschikkingstelling nog aanwezig is. Daarnaast heeft de raadsman verzocht om een vingerwijzing van het hof aan de kliniek dat de terbeschikkinggestelde richting het begeleid wonen kan, omdat het fijn voor de terbeschikkinggestelde zou zijn als hij iets meer vrijheden krijgt.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft verzocht om de beslissing van de rechtbank te bevestigen. Er is sprake van een stoornis en het recidiverisico zonder de terbeschikkingstelling of bij een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is hoog. Uit de stukken van de kliniek blijkt dat de terbeschikkinggestelde niet in staat is om zelfstandig te functioneren. De terbeschikkinggestelde heeft nog veel intensieve zorg en begeleiding nodig. Er wordt gezocht naar een passende vervolgvoorziening. Het is niet realistisch dat er binnen één jaar een ander kader mogelijk zou zijn.
Het oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden bevestigen.
Het hof is van oordeel dat de kliniek aandacht heeft voor de toenemende afhankelijkheid van de terbeschikkinggestelde op het gebied van onder meer mobiliteit, geheugen en algehele gezondheid en daarbij de mogelijkheden voor een geschikte vervolgplek onderzoekt. Het hof ziet dan ook geen aanleiding voor een vingerwijzing aan de kliniek.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigtde beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 16 juni 2025 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde,
[terbeschikkinggestelde].
Aldus gedaan door
mr. O.G. Schuur, voorzitter,
mr. M. Keppels en mr. W.A. Holland, raadsheren,
en drs. R.A. Graaff en drs. I.A.M. Breukel, raden,
in tegenwoordigheid van mr. M.E. Ruiter, griffier,
en op 22 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Mr. W.A. Holland en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.