Uitspraak
1.1. Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 24 oktober 2025;
- het verweerschrift, tevens aanvullend verzoek, tevens verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening met producties;
- het verweerschrift in het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen;
- een brief namens de moeder van 23 januari 2026 met producties;
- een journaalbericht namens de moeder van 25 maart 2026 met een productie.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
3.De feiten
- de verzoeken van de moeder af te wijzen;
- aan hem vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige] definitief in te schrijven op basisschool [school3] in [woonplaats1] en dat [de minderjarige] vanaf haar vierde jaar naar deze school gaat; en
- als zorgregeling tussen [de minderjarige] en de moeder vast te stellen dat [de minderjarige] doordeweeks bij de vader verblijft en dat zij vanaf vrijdagmiddag tot en met zondag bij de moeder is. Daarnaast verzoekt de vader om de vakanties bij helfte te verdelen, maar kortere blokken van maximaal zeven dagen.
4.De omvang van het geschil
voorlopigezorgregeling vastgesteld tussen de vader en de moeder voor hun dochter [de minderjarige] en de definitieve beslissing over de zorgregeling aangehouden in afwachting van het verloop van het uniform hulpaanbod. De rechtbank heeft deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
voorlopigezorgregeling luidt als volgt:
- vanaf 11 oktober 2025 verblijft [de minderjarige] drie weekenden per maand van donderdag 15.15 uur (uit school) tot maandag naar school bij de vader, met uitzondering van de maanden maart en november. In die maanden verblijft [de minderjarige] eenmaal per veertien dagen (in de oneven weken) van donderdag 15.15 uur (uit school) tot maandag bij de vader.
- daarnaast verblijft [de minderjarige] de helft van de vakanties en feestdagen bij de vader:
5.De motivering van de beslissing
Het hof zal het verzoek van de moeder toewijzen en aan de nakoming van de (voorlopige) zorgregeling door de vader een dwangsom verbinden. Gebleken is dat de vader verschillende keren, zonder daarover in (constructief) overleg te treden met de moeder, de zorgregeling niet is nagekomen door [de minderjarige] na een verblijf bij de vader niet terug te brengen bij de moeder en zo te onttrekken aan de zorg van de moeder. De vader heeft [de minderjarige] op