Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 22 juli 2025;
- het verweerschrift met producties;
- een journaalbericht namens de vrouw van 22 januari 2026 met producties;
- een journaalbericht namens de man van 23 januari 2026 met een productie;
- een journaalbericht namens de man van 28 januari 2026 met een productie;
- een journaalbericht namens de man van 3 februari 2026 waarin mr. Van Haaren zich onttrekt als advocaat van de man;
- een journaalbericht namens de man van 3 april 2026 met producties;
- een journaalbericht namens de vrouw van 15 april 2026 met als productie een door partijen op 15 april 2026 ondertekende vaststellingsovereenkomst.
3.De feiten
- de man met ingang van 23 oktober 2018 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] (hierna ook: kinderalimentatie) € 600,- per maand aan de vrouw zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- het aangehechte echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan, beide ondertekend op 16 september 2018, in die beschikking als opgenomen moeten worden beschouwd.
4.De omvang van het geschil
- bepaald dat de door de man te betalen achterstallige alimentatie dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat de man in verzuim is met betaling daarvan tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaald dat de man de wettelijke rente verschuldigd is over toekomstige alimentatie waarmee hij in verzuim is met betaling, te rekenen vanaf de dag van verzuim, tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaald dat de man en de vrouw allebei hun eigen proceskosten betalen; en
- de verzoeken voor het overige afgewezen.