Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2958

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
200.361.908
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265g lid 1 BWArt. 1:265 lid 3 BWArt. 1:253a lid 4 BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling voor minderjarige na ondertoezichtstelling

De ouders van een minderjarige, die gezamenlijk het gezag uitoefenen, zijn in geschil over de zorgregeling na een langdurige ondertoezichtstelling. De rechtbank had eerder een zorgregeling vastgesteld, maar de vader ging in hoger beroep tegen de wijziging die de rechtbank had aangebracht.

Tijdens de procedure bleek dat de communicatie tussen de ouders moeizaam is en dat dit spanningen veroorzaakt die nadelig zijn voor het welzijn van de minderjarige. De vader gaf aan dat zijn werkrooster het moeilijk maakt om de huidige regeling na te komen, waardoor hij zijn kind minder ziet.

Het hof oordeelt dat het belang van de minderjarige vereist dat er regelmatige omgang met de vader is. Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en stelt het de zorgregeling vast zoals voorgesteld door de gecertificeerde instelling, met een duidelijke week- en weekendregeling en een verdeling van de zomervakantie. De ouders worden aangespoord zich in te spannen voor een goede uitvoering van deze regeling.

De regeling voorziet onder meer dat de minderjarige van zondag tot woensdag bij de vader verblijft en van woensdag na school tot zondag bij de moeder, met een verdeling van vakanties en feestdagen die het belang van het kind dienen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en stelt een nieuwe zorgregeling vast die regelmatige omgang met de vader waarborgt.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.361.908
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 595846)
beschikking van 12 mei 2026
inzake
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. A.W. Boer,
en
[verweerster],
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. S.G. Dorrestein.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 28 augustus 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het beroepschrift met producties, ingekomen op 26 november 2025;
  • het verweerschrift van de moeder met producties;
  • een journaalbericht namens de moeder van 29 maart 2026 met producties.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 9 april 2026 plaatsgevonden. Aanwezig waren:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
  • een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).

3.De feiten

3.1
Partijen zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren [in] 2018 te [geboorteplaats] . Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over [de minderjarige] .
3.2
Bij beschikking van 15 januari 2021 heeft de rechtbank de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder vastgesteld en een zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] vastgesteld waarbij:
  • [de minderjarige] elke week van zondag 8.30 uur tot dinsdagavond 18.00 uur bij de vader verblijft;
  • de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld,
en de verzoeken van partijen voor het overige afgewezen.
3.3
[de minderjarige] is op 26 augustus 2022 onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar. Deze ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 26 februari 2026.
3.4
Op 23 augustus 2023 heeft dit hof die zorgregeling gewijzigd en de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders op de volgende manier verdeeld:
week- en weekendregeling
  • [de minderjarige] verblijft vanaf zondag 8.30 uur tot en met woensdag naar school bij de vader;
  • [de minderjarige] verblijft van woensdag na school tot zondag 8.30 uur bij de moeder;
zomervakantie (6 weken)
  • de wisselmomenten zijn op zondag om 8.30 uur;
  • week 1: wisseling volgens de zorg- en contactregeling;
  • week 2/3: is [de minderjarige] bij de vader (bij start van week 3 op zondag om 9.30 uur Facetime met de moeder);
  • week 4/5: is [de minderjarige] bij de moeder (bij start van week 5 op zondag om 9.30 uur Facetime met de vader);
  • week 6: wisseling volgens de zorg- en contactregeling;
De dag voor het Facetimen sturen de ouders elkaar een korte update over wat [de minderjarige] gedaan heeft, zodat de andere ouder daar bij [de minderjarige] naar kan vragen tijdens het Facetimen;
herfstvakantie
volgens de zorg- en contactregeling. [de minderjarige] is vanaf woensdag 12.30 uur bij de moeder, de moeder haalt [de minderjarige] op;
kerstvakantie
  • de wisselmomenten zijn om 8.30 uur, met uitzondering van 26 december;
  • zaterdag 23 december 2023 8.30 uur bij de vader tot dinsdag 26 december 2023 8.00 uur (3 dagen);
  • dinsdag 26 december 2023 tot en met zaterdag 30 december 2023 bij de moeder, wisseling zondag 31 december (5 dagen);
  • zondag 31 december 2023 tot en met donderdag 4 januari 2024 bij de vader, wisseling vrijdag (5 dagen);
  • vrijdag 5 januari 2024 tot en met zondag 7 januari 2024 bij de moeder, vanuit de moeder naar school (3 dagen);
  • op de verjaardag van [de minderjarige] is er contact met de andere ouder via Facetime;
De kerstvakantie rouleert per jaar. Eerste jaar zo, volgend jaar wordt het omgewisseld. Het uitgangspunt is dat de ene ouder 24 en 25 december heeft en de andere ouder 26 en 27 december;
krokusvakantie
volgens de zorg- en contactregeling. [de minderjarige] is vanaf woensdag 12.30 uur bij de moeder, de moeder haalt [de minderjarige] op;
meivakantie
één week bij de vader en één week bij de moeder. De vader heeft altijd de eerste week van de meivakantie. De moeder heeft altijd de tweede week van de meivakantie;
Pasen & Pinksteren
  • [de minderjarige] is in de even jaren met Pasen bij de moeder vanaf vrijdag 8.30 uur (als [de minderjarige] die dag geen school heeft) of vanaf vrijdag na schooltijd;
  • [de minderjarige] is in de even jaren met Pinksteren bij de vader vanaf vrijdag 8.30 uur (als [de minderjarige] die dag geen school heeft) of vanaf vrijdag na schooltijd;
  • [de minderjarige] is in de oneven jaren met Pasen bij de vader vanaf vrijdag 8.30 uur (als [de minderjarige] die dag geen school heeft) of vanaf vrijdag na schooltijd;
  • [de minderjarige] is in de oneven jaren met Pinksteren bij de moeder vanaf vrijdag 8.30 uur (als [de minderjarige] die dag geen school heeft) of vanaf vrijdag na schooltijd;
  • als [de minderjarige] in het weekend bij de vader is dan is [de minderjarige] daar tot en met woensdag tot en met naar school;
  • als [de minderjarige] bij de moeder is in een Pasen- of pinksterweekend, dan is [de minderjarige] bij de moeder tot en met dinsdag naar school;
feestdagen en verjaardagen
  • [de minderjarige] viert de feestdagen waar ze op dat moment is. Dit geldt voor Bevrijdingsdag, Hemelvaart, carnaval, Sinterklaas, Koningsdag en Sint-Maarten;
  • [de minderjarige] is bij de vader op zijn verjaardag en op Vaderdag en bij de moeder op haar verjaardag en op Moederdag, vanaf de avond ervoor tot na het avondeten;
schoolactiviteiten en buitenschoolse activiteiten
bij een schoolactiviteit of een buitenschoolse activiteit waarbij een ouder aanwezig mag zijn, geldt dat de ouder waar [de minderjarige] op dat moment verblijft hierbij aanwezig zal zijn. Mocht die ouder niet kunnen, dan kan de andere ouder hierbij aanwezig zijn. In onderling overleg kunnen beide ouders aanwezig zijn bij een dergelijke activiteit.
3.5
Tijdens de ondertoezichtstelling is de zorgregeling vervolgens al dan niet in onderling overleg meerdere keren gewijzigd. Daardoor was [de minderjarige] steeds meer bij de moeder.
3.6
De GI heeft de rechtbank in het kader van de (toen nog lopende) ondertoezichtstelling in eerste aanleg verzocht de zorgregeling als volgt te wijzigen:
week- en weekendregeling
  • [de minderjarige] verblijft vanaf zondag 8.30 tot en met woensdag naar school bij de vader,
  • [de minderjarige] verblijft vanaf woensdag na school tot zondag 8.30 bij de moeder;
zomervakantie (6 weken)
  • [de minderjarige] verblijft de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader. Deze start bij de start van de zomervakantie na school. De wissel met de moeder zal zijn op zondag om 8.30 uur
  • [de minderjarige] verblijft de laatste drie weken van de zomervakantie bij de moeder;
  • de reguliere week- en weekendregeling start de eerste zondag na de eerste schoolweek.
vakanties
  • alle vakanties buiten de zomervakantie om, zal [de minderjarige] bij de moeder zijn. Deze starten vanaf vrijdag na school.
  • de laatste zondag van de vakantie, start om 8.30 de reguliere week- en weekendregeling.
Pasen en Pinksteren
- [de minderjarige] verblijft met Pasen en Pinksteren bij de moeder. De zondag na het Pasen- en Pinksterweekend start om 8.30 uur de reguliere week- en weekendregeling weer.
feestdagen
- [de minderjarige] viert (nationale) feestdagen bij de ouder waar zij op dat moment is.
schoolactiviteiten
- de ouder waar [de minderjarige] op dat moment is heeft de mogelijkheid om deel te nemen aan schoolactiviteiten die dan plaatsvinden. Als de ouder niet kan, kan er in overleg besloten worden dat de andere ouder deel kan nemen.
3.7
De moeder heeft in eerste aanleg verweer gevoerd en de rechtbank verzocht de volgende zorgregeling vast te stellen:
weekendregeling met tussentijdse maandag
  • [de minderjarige] verblijft om de week vanaf vrijdag uit school tot en met maandag naar school bij de vader, aanvankelijk in de oneven weken, daarna om de week na het eerste weekend na de zomervakantie dat [de minderjarige] bij vader is tot aan de eerstvolgende zomervakantie;
  • [de minderjarige] verblijft de maandag na school tot dinsdag naar school, na het weekend dat [de minderjarige] bij de moeder verblijft, bij de vader.
  • [de minderjarige] verblijft de overige dagen bij de moeder.
zomervakantie (6 weken)
  • [de minderjarige] verblijft de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader. Deze start bij de start van de zomervakantie na school. De wissel met de moeder zal zijn op zondag om 8.30 uur, waarbij moeder [de minderjarige] ophaalt bij de vader;
  • [de minderjarige] verblijft de laatste drie weken van de zomervakantie bij de moeder;
  • de reguliere weekendregeling hervat het eerste weekend na de eerste schoolweek, waarbij [de minderjarige] bij de vader verblijft, waarna deze om en om door blijft lopen tot de eerstvolgende zomervakantie.
vakanties
- alle vakanties buiten de zomervakantie om, zal [de minderjarige] bij de moeder zijn. Deze starten
vanaf vrijdag na school. Na de vakantie hervat de reguliere regeling.
Pasen en Pinksteren
- [de minderjarige] verblijft de lange Paas- en Pinksterweekenden bij de moeder. De dag na het Paas- en Pinksterweekend start de reguliere weekendregeling weer.
Feestdagen
- [de minderjarige] viert (nationale) feestdagen bij de ouder waar zij op dat moment is.
schoolactiviteiten
- de ouder waar [de minderjarige] op dat moment is heeft de mogelijkheid om deel te nemen aan schoolactiviteiten die dan plaatsvinden. Voor de vader zijn dat de vrijdagen en maandagen rondom de weekenden waar [de minderjarige] bij de vader is. Als de ouder niet kan, kan er in overleg besloten worden dat de andere ouder deel kan nemen.
3.8
De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg gevraagd de bestaande regeling in stand te laten, omdat die regeling goed bij [de minderjarige] aansluit.

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de zorgregeling zoals neergelegd in de beschikking van de rechtbank van 15 januari 2021 en in de beschikking van het hof van 15 augustus 2023 gewijzigd en de volgende zorgregeling vastgesteld:
weekendregeling met tussentijdse maandag
  • [de minderjarige] verblijft om de week vanaf vrijdag uit school tot en met maandag naar school bij de vader, aanvankelijk in de oneven weken, daarna om de week na het eerste weekend na de zomervakantie dat [de minderjarige] bij de vader is lot aan de eerstvolgende zomervakantie;
  • [de minderjarige] verblijft de maandag na het weekend waarin [de minderjarige] bij de moeder heeft verbleven, na schooltijd tot dinsdag naar school bij de vader;
  • [de minderjarige] verblijft de overige dagen bij de moeder.
zomervakantie (6 weken)
  • [de minderjarige] verblijft de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader. Deze start bij de start van de zomervakantie na school. De wissel met de moeder zal zijn op zondag om 8.30 uur;
  • [de minderjarige] verblijft de laatste drie weken van de zomervakantie bij de moeder;
  • de reguliere week- en weekendregeling start de eerste zondag na de eerste schoolweek.
kerstvakantie
- [de minderjarige] verblijft het ene jaar de eerste week van de kerstvakantie bij de vader, en de tweede
week bij de moeder. In het jaar daarop verblijft [de minderjarige] de eerste week bij de moeder en de
tweede week bij de vader.
krokusvakantie
- [de minderjarige] verblijft tijdens de krokusvakantie bij de moeder.
meivakantie
- indien de meivakantie twee weken duurt, zal [de minderjarige] de eerste week bij de vader verblijven
en de tweede week bij de moeder. Indien de meivakantie slechts één week duurt, zal [de minderjarige] bij de vader verblijven.
herfstvakantie
- [de minderjarige] verblijft tijdens de herfstvakantie bij de moeder.
Pasen en Pinksteren
- indien Pasen of Pinksteren in een weekend valt waarin [de minderjarige] bij de vader verblijft, zal
[de minderjarige] bij de vader blijven tot dinsdag naar school.
overige feestdagen
- [de minderjarige] viert (nationale) feestdagen bij de ouder bij wie zij op dat moment is.
schoolactiviteiten
- de ouder bij wie [de minderjarige] op dat moment verblijft heeft de mogelijkheid om deel te nemen
aan schoolactiviteiten die dan plaatsvinden. Als de ouder niet kan, kan er in overleg besloten worden dat de andere ouder deel kan nemen.
4.2
De vader is met vier grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De vader verzoekt het hof om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, die beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het verzoek van de GI alsnog toe te wijzen dan wel een zorgregeling vast te stellen als het hof juist oordeelt.
4.3
De moeder voert verweer. De moeder vraagt het hof om de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek in hoger beroep dan wel dit verzoek af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5.De motivering van de beslissing

Wat staat er in de wet?
5.1
In artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat de kinderrechter voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de gecertificeerde instelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken kan vaststellen of wijzigen, voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
5.2
Artikel 1:265 lid 3 BW Pro bepaalt dat, zodra de ondertoezichtstelling is geëindigd, de op grond van het eerste lid vastgestelde regeling als een regeling als bedoeld in artikel 1:253a tweede lid onder a BW geldt, ofwel als een zorgregeling tussen de ouders.
5.3
Ingevolge artikel 1:253a lid 4 BW in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag alsmede een door de ouders onderling getroffen regeling daarover wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Deze gewijzigde regeling kan onder meer een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken omvatten.
Wat is er in aanloop van deze procedure gebeurd?
5.4
Gedurende de (inmiddels afgesloten) ondertoezichtstelling is de zorgregeling meerdere keren gewijzigd. De GI heeft in overleg met de ouders vervolgens een gedetailleerde zorgregeling opgesteld en de rechtbank verzocht deze regeling vast te leggen. De vader heeft met deze regeling ingestemd. De moeder heeft de rechtbank verzocht een andere regeling vast te stellen. De rechtbank heeft vervolgens de door de moeder verzochte zorgregeling vastgelegd.
Hoe oordeelt het hof?
5.5
Het hof stelt voorop dat het geschil in hoger beroep over de zorgregeling zich beperkt tot de invulling van de reguliere week- en weekendregeling en de zomervakantie.
5.6
Uit de stukken blijkt dat het voor de ouders ondanks dat er een ondertoezichtstelling is geweest moeilijk is om in onderling overleg te komen tot afspraken over de invulling van de zorgregeling. Dit beeld is tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep bevestigd. De moeizame communicatie tussen de ouders en het wederzijdse onbegrip en wantrouwen zorgt niet alleen voor veel spanningen bij de ouders, maar is ook zeer belastend voor [de minderjarige] .
5.7
De vader stelt dat hij door de invulling van zijn werkzaamheden, die deels in het weekend plaatsvinden, niet in staat is om de in de bestreden beschikking vastgestelde zorgregeling na te komen. Daardoor hebben de vader en [de minderjarige] elkaar de afgelopen tijd veel minder gezien. De vader wil daarom de oude regeling terug. De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat er een bepaalde rust is ontstaan, maar dat het voor [de minderjarige] ook fijn zou zijn als [de minderjarige] de vader weer ziet. [de minderjarige] heeft er volgens de moeder last van dat zij in de strijd tussen de ouders wordt betrokken en dat zij de vader minder ziet.
5.8
Het hof is gezien dit alles van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige] is dat zij de vader op regelmatige basis kan zien. Daarom zal het hof aansluiten bij de zorgregeling zoals deze door de GI in eerste aanleg is verzocht en waarvan de vader heeft verklaard dat deze met zijn instemming tot stand is gekomen en dat hij in staat is om deze regeling ook na te komen. Het hof is niet gebleken van redenen waarom deze zorgregeling niet of minder in het belang is van [de minderjarige] dan de door de moeder voorgestane regeling. Het oordeelt het nadrukkelijk in het belang van [de minderjarige] dat er weer snel op regelmatige basis contact zal zijn tussen de vader en [de minderjarige] . Daar dienen zowel de vader als de moeder zich voor in te spannen.

6.De slotsom

Omwille van de duidelijkheid zal het hof de bestreden beschikking geheel vernietigen en beslissen als hierna te melden.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 28 augustus 2025 en, opnieuw beschikkende:
verdeelt de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders op de volgende manier:
week- en weekendregeling
  • [de minderjarige] verblijft vanaf zondag 8.30 tot en met woensdag naar school bij de vader,
  • [de minderjarige] verblijft vanaf woensdag na school tot zondag 8.30 bij de moeder;
zomervakantie (6 weken)
  • [de minderjarige] verblijft de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader. Deze start bij de start van de zomervakantie na school. De wissel met de moeder zal zijn op zondag om 8.30 uur
  • [de minderjarige] verblijft de laatste drie weken van de zomervakantie bij de moeder;
  • de reguliere week- en weekendregeling start de eerste zondag na de eerste schoolweek.
vakanties
  • alle vakanties buiten de zomervakantie om, zal [de minderjarige] bij de moeder zijn. Deze starten vanaf vrijdag na school.
  • de laatste zondag van de vakantie, start om 8.30 de reguliere week- en weekendregeling.
Pasen en Pinksteren
- [de minderjarige] verblijft met Pasen en Pinksteren bij de moeder. De zondag na het Pasen- en Pinksterweekend start om 8.30 uur de reguliere week- en weekendregeling weer.
feestdagen
- [de minderjarige] viert (nationale) feestdagen bij de ouder waar zij op dat moment is.
schoolactiviteiten
- de ouder waar [de minderjarige] op dat moment is heeft de mogelijkheid om deel te nemen aan schoolactiviteiten die dan plaatsvinden. Als de ouder niet kan, kan er in overleg besloten worden dat de andere ouder deel kan nemen.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, K.A.M. van Os-ten Have en L.R. Davila Talavera, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 12 mei 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.