ECLI:NL:GHARL:2026:2889

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
Wahv 200.360.478/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom

De betrokkene werd beboet voor het rijden met 12 km/u te hard binnen de bebouwde kom op 11 februari 2024 op de Stationsweg in Velsen-Zuid. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

In hoger beroep voerde de gemachtigde van de betrokkene aan dat op de route borden A1 (50 km/u) aanwezig waren, waardoor een andere feitcode van toepassing zou zijn. Het hof overwoog dat het niet relevant is of een bord A1 aanwezig was, omdat de overtreding met feitcode VA012 vastgesteld kan worden en het sanctiebedrag gelijk is.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene blijft de boete van €120 verschuldigd.

Uitkomst: De boete van €120 voor snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.360.478/01
CJIB-nummer
: 264190652
Uitspraak d.d.
: 8 mei 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 25 augustus 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 120,- voor: “12 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 februari 2024 om 10:29 uur op de Stationsweg, ter hoogte van nummer 65, in VelsenZuid met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat hij de kantonrechter niet kan volgen. De gemachtigde heeft foto’s overgelegd van de gereden route en waar borden A1 te zien zijn. Het is dan ook overbodig om nog een rijroute te vermelden. Er is maar één mogelijkheid om op de pleeglocatie terecht te komen. De gemachtigde heeft bij de kantonrechter aangevoerd dat de beschikking niet in stand kan blijven aangezien bij aanwezigheid van een bord A1 sprake is van een andere feitcode.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 20, aanhef en onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, waarin is bepaald dat de maximumsnelheid voor motorvoertuigen binnen de bebouwde kom 50 kilometer per uur bedraagt. Dat is slechts anders indien met een bord A1 een andere snelheid is aangegeven (vgl. het arrest van het hof van 4 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1924).
4. In aanmerking genomen dat niet is betwist dat de betrokkene op de gereden route naar de pleeglocatie een bord H1 is gepasseerd, kan in dit geval op grond van de inhoud van het zaakoverzicht worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Of er op de door de betrokkene gereden route een bord A1 ‘50’ aanwezig was, kan gelet op wat onder 3. is overwogen, in het midden blijven. Ook indien er een bord A1 ‘50’ aanwezig was op de door de betrokkene gereden route, kan de onderhavige gedraging met feitcode VA012 worden vastgesteld. Dat er in dat geval ook een sanctie opgelegd had kunnen worden voor feitcode VB012 doet hier niet aan af. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat voor beide feitcodes het sanctiebedrag ten tijde van de gedraging € 120,- was. De grond treft geen doel.
5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Het hof zal dit doen met verbetering van gronden omdat de kantonrechter niet is ingegaan op wat in beroep is aangevoerd. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.