ECLI:NL:GHARL:2026:288
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Benoeming van een mentor voor een minderjarige met een verstandelijke beperking en neurologische problematiek
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 20 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep over de benoeming van een mentor voor [betrokkene], een minderjarige met een licht verstandelijke beperking en neurologische problematiek. De moeder van [betrokkene] had in eerste aanleg verzocht om haar en [belanghebbende3] als mentoren te benoemen, maar de kantonrechter had een professionele mentor, Adema Bewindvoering B.V., benoemd vanwege de verstoorde relatie tussen de ouders. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing. Het hof oordeelde dat de voorkeur van [betrokkene] voor zijn moeder als mentor niet genegeerd kon worden, ondanks de zorgen van de vader over de invloed van de moeder. Het hof stelde vast dat [betrokkene] goed in staat was om zijn voorkeur kenbaar te maken en dat de moeder de hoofdverzorger was geweest. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en benoemde de moeder tot mentor, waarbij het belang van [betrokkene] voorop stond. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten droeg.