ECLI:NL:GHARL:2026:2848

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
200.361.925/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:61 APV Breda 2018Art. 154b Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bestuurlijke boete voor het doen van natuurlijke behoefte op niet-toegestane plaats ondanks medische omstandigheden

Eiser werd een bestuurlijke boete van €150 opgelegd wegens het doen van zijn natuurlijke behoefte op een niet-toegestane plaats in Breda op 1 januari 2025. Hoewel eiser prostaatproblemen had die hem een plotselinge aandrang gaven, ontkende hij de overtreding niet maar voerde aan dat hij niet anders kon handelen.

De kantonrechter verklaarde het beroep van eiser ongegrond en het gerechtshof bevestigde deze beslissing. Het hof oordeelde dat eiser, ondanks zijn medische situatie, anders had kunnen handelen door zijn wandeling beter te plannen en dat de afwezigheid van openbare toiletten of horeca in de buurt niet vrijstelling biedt.

Het hof vond dat eiser voldoende bekend was met zijn aandoening en dat hij de overtreding had kunnen voorkomen. De argumenten van eiser werden niet voldoende geacht om de boete te vernietigen. De beslissing van de kantonrechter werd daarom bekrachtigd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de bestuurlijke boete van €150 voor het doen van de natuurlijke behoefte op een niet-toegestane plaats ondanks medische omstandigheden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: GEMW 200.361.925/01
Uitspraak d.d.
: 7 mei 2026
Arrestop het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank ZeelandWestBrabant van 7 oktober 2025, betreffende

[eiser] (hierna: eiser),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de eiser ongegrond verklaard. Dit beroep was ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: verweerder) naar aanleiding van de oplegging van een bestuurlijke boete aan eiser op grond van artikel 154b van de Gemeentewet (hierna: Gemw) met kenmerk 01012517413260638200.

Het verloop van de procedure

Eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
Verweerder heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan eiser is een bestuurlijke boete opgelegd van € 150,- voor overtreding van artikel 2:61 van Pro de Algemene plaatselijke verordening Breda 2018 (hierna: APV Breda). De overtreding zou zijn begaan op 1 januari 2025 om 17:41 uur op de Gasthuisvelden te Breda.
2. Artikel 2:61 van Pro de APV Breda luidt als volgt:
“Het is verboden binnen de bebouwde kom op de weg of op een andere voor publiek toegankelijke plaats of van daar zichtbaar, zijn natuurlijke behoefte te doen elders dan in de daarvoor bestemde plaatsen.”
3. Eiser ontkent niet dat hij de overtreding heeft begaan, maar voert aan dat hij niet anders kon in verband met prostaatproblemen. De kantonrechter en verweerder zijn hieraan voorbij gegaan. Er was geen enkele empathie. Alles wat eiser aanvoerde werd afgedaan met dan had je maar dit of dat moeten doen. Eiser vraagt zich af of hij dan maar het hele jaar een luier moet dragen. Aangegeven werd dat eiser gebruik had kunnen maken van een app die aangeeft waar een openbaar toilet is. Eiser wist niet van die app en bovendien was er in de omtrek van 1 kilometer geen openbaar toilet. Ook werd aangegeven dat eiser naar de plaatselijke horeca had kunnen gaan, maar ter plaatse is geen horeca. Ook het beter plannen van de looproute is te makkelijk gezegd. Er is niet ingegaan op de argumenten van eiser dat hij alles eraan heeft gedaan om het op de meest geschikte plek te vinden om zijn behoefte te doen. Bovendien was het muisstil op straat op die dag.
4. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat eiser, hoe lastig de situatie ook voor hem was, juist onder de genoemde omstandigheden anders had kunnen en moeten handelen. Eiser heeft, terwijl hij bekend was met de door hem genoemde problemen met de prostaat waardoor hij relatief vaak een plotselinge aandrang had om te urineren, ervoor gekozen een lange wandeling (7 km) te maken. Van eiser mocht worden verwacht dat hij zijn wandeling die dag op zodanige wijze had vormgegeven dat het begaan van de overtreding kon worden voorkomen. Dat er weinig openbare toiletten zijn in Breda, er geen horeca in de buurt was en de locatie afgelegen was, doet hier niet aan af. De door eiser aangevoerde omstandigheden maken niet dat het begaan van de overtreding eiser niet kan worden verweten.
5. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.