Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Het onderzoek van de zaak
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
Verder is de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij afgewezen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 4 mei 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 11 november 2024. De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 28 januari 2024 te [plaats] mishandeling had gepleegd door de benadeelde meermalen in het gezicht te slaan of te stompen. De politierechter had de verdachte schuldig verklaard maar geen straf opgelegd en de vordering tot schadevergoeding afgewezen.
In hoger beroep heeft het gerechtshof het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken. Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de mishandeling te bewijzen. De aangifte van de benadeelde werd niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. De camerabeelden waren te vaag en onduidelijk om vast te stellen dat de verdachte mishandeling had gepleegd. Ook de verklaring van een portier was onvoldoende betrouwbaar omdat de identiteit en bron van kennis niet vaststonden.
De verdachte ontkende de mishandeling steeds en verklaarde dat hij een wuifgebaar maakte naar de benadeelde. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd in hoger beroep niet gehandhaafd en was daarmee niet meer aan de orde. Het gerechtshof sprak de verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs mishandeling.