Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift, tevens houdend verzoek tot schorsing van de werking van de bestreden beschikking met producties, ingekomen op 11 juli 2025;
- het verweerschrift in het verzoek tot schorsing en de hoofdzaak met producties;
- een journaalbericht van mr. Geersen-Janssen van 10 september 2025, waarin zij zich onttrekt als advocaat van de man;
- een e-mailbericht van de man van 4 februari 2026 met producties.
- de man,
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
3.De feiten
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
- te bepalen dat de man aan haar als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud (hierna ook: partneralimentatie) € 3.000,- per maand dient te betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- te bepalen dat de man aan haar als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] (verder ook: kinderalimentatie) € 535,- per maand dient te betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; en
- te bepalen dat de vrouw alleen zal zijn belast met het gezag over [minderjarige] .
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken; en
- de inboedel tussen partijen te verdelen.
4.De omvang van het geschil
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- bepaald dat de vrouw vanaf de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand (14 juli 2025) alleen is belast met het gezag over [minderjarige] ;
- de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie vastgesteld op € 254,- per maand met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand (14 juli 2025);
- de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie vastgesteld op € 535,- per maand met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand (14 juli 2025), de toekomstige termijnen steeds bij vooruitbetaling te voldoen;
- de televisie en de bank aan de vrouw toebedeeld; en
- de Amerikaanse koelkast aan de man toebedeeld zonder nadere verrekening.
- partijen gezamenlijk belast blijven met het gezag over [minderjarige] ;
- de man niet meer kinderalimentatie kan betalen dan € 112,- per maand dan wel een bijdrage vast te stellen die het hof juist oordeelt;
- de man geen draagkracht heeft om partneralimentatie te betalen;
- aan de vrouw een informatieverplichting wordt opgelegd, waarbij de vrouw de man maandelijks informeert over de ontwikkelingen van [minderjarige] dan wel een informatieregeling vast te stellen die het hof juist oordeelt; en
- aan de man wordt toegedeeld de Amerikaanse koelkast, de televisie en de bank vanuit de beperkte gemeenschap van partijen.
- de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot schorsing van de werking van de bestreden beschikking dan wel dit verzoek af te wijzen; en
- de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek in de hoofdzaak dan wel dit verzoek af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.
5.De motivering van de beslissing
- de ingangsdatum van de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie en partneralimentatie 14 juli 2025 is;
- dat de vrouw met ingang van 23 december 2024 een uitkering op grond van de Participatiewet (bijstandsuitkering) ontvangt en dat zij geen draagkracht heeft voor een bijdrage in de behoefte van [minderjarige] ; en
- de man op 14 juli 2025 een inkomen had van € 4.429,- bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag en eindejaarsuitkering van € 3.192,-.
Wanneer ouders nooit in gezinsverband met het betrokken kind of de kinderen hebben samengeleefd, bepalen we het eigen aandeel door het gemiddelde te nemen van het eigen aandeel berekend op basis van het inkomen van de ene ouder en het eigen aandeel op basis van het inkomen van de andere ouder. Op deze manier beoordelen we de welstand die het kind bij iedere ouder afzonderlijk ervaart of zou hebben ervaren als het alleen bij die ouder opgroeit of was opgegroeid. Met (inkomsten van) nieuwe partners houden we geen rekening.”
- een schuld bij zijn eerste advocaat van € 3.608,-;
- een niet nader onderbouwde schuld aan zijn tweede advocaat; en
- een schuld bij het LBIO van € 7.496,-.
- de behoefte van de vrouw in 2025 € 2.494,- netto per maand bedroeg; en
- de aanvullende behoefte van de vrouw naar aftrek van haar eigen inkomen van € 1.250,- netto per maand nog € 1.244,- netto per maand bedroeg.