De man en vrouw zijn ouders van drie minderjarige kinderen die bij de vrouw wonen. De rechtbank had een bijdrage van €330 per kind per maand vastgesteld, zonder verweer van de man. In hoger beroep betwist de man dit bedrag en stelt dat het inkomen van partijen in 2022 moet worden gehanteerd, terwijl de vrouw uitgaat van 2023 en een hoger inkomen van de man als DGA.
Het hof volgt de systematiek van de Expertgroep Alimentatie en bepaalt de behoefte van de kinderen op basis van het jaar 2023, het jaar van relatiebeëindiging. Het wettelijk minimum DGA-salaris van €51.000 bruto per jaar wordt als uitgangspunt genomen, omdat de man onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie en zijn stellingen onvoldoende onderbouwde.
De netto behoefte van de kinderen wordt vastgesteld op gemiddeld €582 per maand in 2023, geïndexeerd naar €618 in 2024. De draagkracht van de man wordt berekend op basis van een netto besteedbaar inkomen van €3.179 per maand, met een draagkracht van €668 per maand. De vrouw heeft geen draagkracht vanwege haar bijstandsinkomen.
Het hof bepaalt dat de man vanaf 23 juli 2024 een bijdrage van €223 per kind per maand moet betalen, oplopend tot €248 per kind per maand per 1 januari 2026. De bestreden beschikking wordt vernietigd en de proceskosten worden gecompenseerd.