Belanghebbende, behorend tot de soevereinenbeweging, is in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank over een belastingaanslag 2019. De Belastingdienst verzocht het hof om de namen van haar medewerkers die ter zitting verschijnen geheim te houden vanwege bedreigingen en veiligheidsrisico's, onderbouwd met een fenomeenanalyse van de AIVD over de soevereinenbeweging.
De fenomeenanalyse beschrijft drie categorieën binnen de beweging, waaronder een kleine groep die geweld niet uitsluit en zich voorbereidt op confrontaties met de overheid. Deze groep verspreidt via doxing persoonsgegevens van ambtenaren, wat de veiligheid van medewerkers bedreigt. Belanghebbende betwistte het verzoek en stelde dat hij vreedzaam is en dat geheimhouding disproportioneel is.
Het hof weegt het recht op een eerlijk proces en gelijke proceskansen af tegen het belang van bescherming van medewerkers. Het acht aannemelijk dat openbaarmaking van namen en mandaten kan leiden tot verspreiding onder soevereinen en daarmee tot gevaar voor de medewerkers. Daarom wordt het verzoek tot beperkte kennisneming toegewezen, met aanvullende waarborgen zoals een raadsheer-commissaris die controleert en nummering van medewerkers tijdens de zitting.
De uitspraak bevestigt dat de bescherming van ambtenaren tegen reële dreigingen uit de soevereinenbeweging zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende om de namen te kennen. De procedure wordt voortgezet met anonimiteit van de Belastingdienstvertegenwoordigers, waarbij het hof de procespositie van belanghebbende waarborgt.