Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
7 april 2026 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
2.De kern van de zaak
3.De feiten en de procedure bij de rechtbank
11 februari 2026. Na de mondelinge behandeling is de beslissing aangehouden in afwachting van het door partijen te volgen mediationtraject. Begin maart 2026 heeft de man de rechtbank verzocht om vonnis te wijzen. De vrouw heeft in reactie daarop verzocht om een extra mondelinge behandeling.
4.De omvang van het geschil
5.De toelichting op de beslissing van het hof
1 mei 2026 moet verlaten. De vrouw geeft aan dat onverwijlde tenuitvoerlegging van het vonnis leidt tot een noodtoestand. Als gevolg van de beslissing van de voorzieningenrechter dreigt zij met de kinderen dakloos te worden en dat acht zij in strijd met de fundamentele belangen van de kinderen. De vrouw heeft op 9 april 2026 een urgentieaanvraag voor een huurwoning gedaan en zij verwacht dat daar pas begin juni 2026 op wordt beslist. De vrouw stelt niet over alternatieve woonruimte te beschikken. Zij kan niet met de kinderen bij haar ouders terecht, omdat die met gezondheidsproblemen kampen en de vrouw en de kinderen niet voor langere duur kunnen opvangen. De vrouw wijst erop dat de man twee woningen in eigendom heeft: de woning in [woonplaats] en een appartement in [plaats] . Weliswaar staat het appartement in [plaats] te koop, maar tot het moment van verkoop en levering is het beschikbaar voor bewoning door de man.
De conclusie