ECLI:NL:GHARL:2026:2598

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
200.359.421/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Willems-Keekstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid bij Wahv

De betrokkene stelde beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet voldoen aan de verplichting tot het stellen van zekerheid. De betrokkene voerde aan dat hij vanwege zijn uitkeringssituatie niet in staat was de zekerheid te stellen en dat hij hierover met het parket CVOM had gecommuniceerd.

Het hof oordeelt dat dit een draagkrachtverweer betreft waarop de kantonrechter had moeten reageren door de betrokkene uit te nodigen voor een zitting. De kantonrechter had moeten beoordelen of de betrokkene inderdaad onvoldoende draagkrachtig was en vervolgens de zekerheidstelling kunnen verminderen of op nihil kunnen stellen.

Omdat de kantonrechter dit niet heeft gedaan en de zaak zonder hoorzitting heeft afgedaan, is het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het hof vernietigt daarom de beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank met de instructie om het draagkrachtverweer te behandelen.

Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug naar de kantonrechter voor behandeling van het draagkrachtverweer.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.359.421/01
CJIB-nummer
: 263924264
Uitspraak d.d.
: 28 april 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 1 augustus 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. Daarbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om daarop te reageren.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 april 2026. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam].

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet is voldaan aan de verplichting tot het stellen van zekerheid en er geen aanleiding is te oordelen dat dit verzuim niet aan de betrokkene zou mogen worden toegerekend.
2. De betrokkene kan zich met dit oordeel niet verenigen. De betrokkene verwijst in dit verband naar de brief van het parket CVOM van 25 juni 2024 en het telefoongesprek dat hij eind februari 2025 met een medewerker van het parket CVOM heeft gehad, waarin hem is medegedeeld dat hij de zekerheidstelling niet hoefde te voldoen omdat hij van een uitkering leeft.
3. Artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) waarborgt het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter. Uitgangspunt is dat de verplichting om zekerheid te stellen de toegang tot de rechter niet belemmert. Dat is anders wanneer de betrokkene financieel niet in staat is (volledig) zekerheid te stellen.
4. Wordt tijdig een draagkrachtverweer gevoerd, dan behoort de kantonrechter de betrokkene uit te nodigen voor een openbare zitting. Oordeelt de kantonrechter vervolgens dat de betrokkene inderdaad onvoldoende draagkrachtig is, dan vermindert hij de zekerheidstelling tot een bedrag dat voor de betrokkene wel is op te brengen en geeft hij een nieuwe termijn voor betaling van dat bedrag of stelt hij het bedrag op nihil en behandelt het beroep zonder dat zekerheid is gesteld. Oordeelt de kantonrechter dat het draagkrachtverweer ongegrond is, dan geeft hij de betrokkene een nieuwe termijn voor betaling van het volledige bedrag.
5. Het hof stelt vast dat de betrokkene in zijn beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie heeft aangevoerd dat hij, aangezien hij van een uitkering leeft, de zekerheidstelling niet gaat betalen. Hierbij geeft de betrokkene verder aan dat hij al aan het sparen is voor de griffierechten. Anders dan de advocaat-generaal begrijpt het hof voorgaande zo dat de betrokkene vanwege zijn financiële situatie geen zekerheid kan stellen. De betrokkene heeft dit tijdens de zitting ook als zodanig toegelicht.
6. Het hof is van oordeel dat sprake is van een draagkrachtverweer. Dit betekent dat de kantonrechter de betrokkene had moeten uitnodigen voor een openbare zitting. De kantonrechter heeft echter de zaak afgedaan zonder de betrokkene te horen over het draagkrachtverweer. Het beroep is daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank. Na terugwijzing moet de kantonrechter de betrokkene uitnodigen voor een zitting om hem de gelegenheid te bieden om het draagkrachtverweer toe te lichten.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. Willems-Keekstra, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.