Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2471

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
21-002644-23
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 63 SrArt. 138 SrArt. 310 SrArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor winkeldiefstal, lokaalvredebreuk en fietsdiefstal

Verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot zeven weken gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, voor meerdere diefstallen en lokaalvredebreuken. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd vanwege een andere bewijswaardering.

Het hof acht bewezen dat verdachte op 21 december 2022 en 21 februari 2023 diefstallen pleegde bij twee supermarkten en ondanks winkelontzeggingen deze panden betrad. Ook is vastgesteld dat verdachte in maart 2023 een elektrische fiets heeft gestolen, ondanks zijn ontkenning en ongeloofwaardige verklaring.

De verdediging voerde aan dat de winkelontzeggingen onvoldoende duidelijk waren, maar het hof oordeelde dat verdachte wist dat hij de winkels niet mocht betreden. Verdachte had bovendien een strafblad met soortgelijke delicten, wat strafverzwarend werd meegewogen.

Het hof legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken op, met aftrek van voorarrest, en wijst de schadevordering van de benadeelde partij af omdat deze niet is gehandhaafd. De redelijke termijn is overschreden, maar dit leidt niet tot strafvermindering.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf voor tweemaal winkeldiefstal, tweemaal lokaalvredebreuk en eenmaal fietsdiefstal.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002644-23
Uitspraakdatum: 23 april 2026
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 23 mei 2023 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-332873-22 en 18-051689-23, 18-095269-23, tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zittingen van het hof van 12 maart 2025 en 9 april 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de politierechter.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte conform het vonnis van de politierechter tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met aftrek.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. E. Albayrak, is aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft bij vonnis van 23 mei 2023, waartegen dit hoger beroep is gericht, verdachte
  • ten aanzien van de zaak met parketnummer 18-332873-22 feit 1 en 2 (kort gezegd diefstal en lokaalvredebreuk),
  • ten aanzien van de zaak met parketnummer 18-051689-23 feit 1 en 2 (kort gezegd diefstal en lokaalvredebreuk) en
  • ten aanzien van de zaak met parketnummer 18-095269-23 feit 1 subsidiair (opzetheling),
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 weken met aftrek, waarvan 3 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
De politierechter heeft de vorderingen van de benadeelde partij [aangeefster] niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij [aangeefster] heeft de vordering tot schadevergoeding niet gehandhaafd, zodat die vordering niet meer aan de orde is in hoger beroep.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 18-332873-22:
1.
hij op of omstreeks 21 december 2022 te [plaats] een fles Coebergh, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkelbedrijf] Supermarkt, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op of omstreeks 21 december 2022, te [plaats] , in de gemeente [plaats] , in een besloten lokaal/pand gelegen aan of bij de [plaats] en in gebruik bij [winkelbedrijf] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 31 oktober 2022 schriftelijk de toegang tot dat lokaal/pand ontzegd voor de duur van 24 maanden;
Zaak met parketnummer 18-051689-23 (gevoegd):
1.
hij op of omstreeks 21 februari 2023 te [plaats] een houten vorkje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Supermarkt [winkelbedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op of omstreeks 21 februari 2023 te [plaats] in het besloten lokaal het [straat] bij supermarkt [winkelbedrijf] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 25 maart 2022 schriftelijk de toegang tot die supermarkt ontzegd voor de duur van 2 jaren;
Zaak met parketnummer 18-095269-23 (gevoegd):
primair
hij, op een tijdstip in of omstreeks de periode van 24 maart 2023 tot en met 25 maart 2023, te [plaats] , een elektrische fiets (merk: Sparta), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangeefster] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair
hij, op of omstreeks 7 april 2023 te [plaats] , een elektrische fiets (merk: Sparta), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden veroordeeld conform het vonnis van de politierechter.
Standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de tenlastegelegde diefstallen stelt de verdediging dat die bewezen kunnen worden verklaard. Ten aanzien van de tenlastegelegde lokaalvredebreuk [winkelbedrijf] en de [winkelbedrijf] (het hof begrijpt: [winkelbedrijf] : hierna aangeduid als [winkelbedrijf] ) stelt de verdediging zich op het standpunt dat vrijspraak dient te volgen omdat de verboden onvoldoende duidelijk waren voor verdachte. Daarbij komt dat aan het verbod van [winkelbedrijf] een gebrek kleeft aangezien dat geen jaartal bevat waardoor dat niet rechtsgeldig is.
Oordeel van het hof
Overweging ten aanzien van de feiten met parketnummer 18-332873-22 feit 1, en 18-051689-23 feit 1 (de diefstallen);
Het hof stelt voorop dat verdachte de diefstal [winkelbedrijf] (feit 1 bij parketnummer 18-332873-22) en bij de [winkelbedrijf] (feit 1 bij parketnummer 18-051689-23) heeft bekend. Het hof heeft geen aanleiding om aan zijn verklaringen te twijfelen. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit.
Overweging ten aanzien van de feiten met parketnummer 18-332873-22 feit 2, en 18-051689-23 feit 2 (lokaalvredebreuk);
Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak ten aanzien van de in beide parketnummers tenlastegelegde lokaalvredebreuk wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals die later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
In het bijzonder overweegt het hof het volgende.
Uit het dossier, in het bijzonder het proces-verbaal van aanhouding van 21 december 2022, volgt dat verdachte op 21 december 2022 een vestiging van [winkelbedrijf] is binnengegaan, terwijl hem de toegang daartoe was ontzegd. Het dossier bevat daarnaast de verdachte betreffende winkelontzegging voor de duur van 2 jaar voor alle [winkelbedrijf] supermarkten vanaf 31 oktober.
Uit het dossier, in het bijzonder het proces-verbaal van aangifte huisvredebreuk van 21 februari 2023, volgt verder dat verdachte op 23 februari 2023 een vestiging van de [winkelbedrijf] is binnengegaan, terwijl hem de toegang daartoe was ontzegd. Het dossier bevat daarnaast een verdachte betreffende winkelontzegging voor [winkelbedrijf] supermarkten in [plaats] voor de duur van twee jaar vanaf 25 maart 2022.
Het hof is van oordeel dat het voor verdachte duidelijk was dat hij de betreffende supermarkten niet mocht betreden. Dat het jaartal ontbreekt op de winkelontzegging van [winkelbedrijf] maakt dat niet anders aangezien verdachte zelf na zijn aanhouding heeft verklaard dat hij wist dat hij niet in een [winkelbedrijf] mocht komen, maar dat hij – omdat hij onder invloed was – niet door had dat hij een [winkelbedrijf] binnen was gegaan. Daarnaast blijkt uit het proces-verbaal van aangifte van [winkelbedrijf] (pagina 12) dat de verdachte de ontzegging op 31 oktober 2022 heeft ontvangen. Dit is door verdachte niet betwist.
Verdachte heeft ten aanzien van de lokaalvredebreuk bij de [winkelbedrijf] het verweer gevoerd dat het verbod voor hem niet duidelijk was omdat dat door de [winkelbedrijf] niet werd gehandhaafd. Verdachte voert daartoe aan dat hij de man van de [winkelbedrijf] kent en met hem heeft gesproken over de aanpak van winkeldiefstal. Ook ten aanzien van dit verweer, wat hier ook van zij, oordeelt het hof dat dit niet maakt dat verdachte in de veronderstelling verkeerde dat hij de winkel mocht betreden. In het verhoor van 21 februari 2023 verklaart verdachte immers ook dat hij wist dat hij niet in de [winkelbedrijf] mocht komen.
Overweging ten aanzien van de zaak met parketnummer 18-095269-23
Het hof komt ten aanzien van de diefstal dan wel heling van de fiets tot een ander oordeel dan de politierechter. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de fiets. Het hof overweegt daartoe als volgt.
Uit het proces-verbaal van bevindingen van 7 april 2023 volgt dat verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] verdachte in een steeg zagen staan en dat het leek alsof hij met een fiets aan het slepen was. Vanwege meerdere fietsendiefstallen in de directe omgeving en het opvallende gedrag van verdachte wordt hij staande gehouden.
Verbalisanten zien dat het slot van de elektrische fiets gebroken/geflext is. Na controle in het politiesysteem blijkt de elektrische fiets die verdachte bij zich heeft (framenummer AC2156235, een Sparta F8E grijs van kleur) als gestolen geregistreerd te staan.
Aangeefster [aangeefster] heeft op 25 maart 2023 online aangifte gedaan omdat haar elektrische fiets van het merk Sparta gestolen was.
Tijdens het verhoor bij de politie verklaart verdachte dat hij de sleutel van de elektrische fiets was verloren en dat een kennis van hem was langsgekomen om het slot door te flexen/slijpen. Verdachte verklaart over de elektrische fiets dat hij die al maanden in zijn bezit heeft en die via Marktplaats heeft gekocht voor € 250,00. Verdachte ontkent dat hij de elektrische fiets heeft gestolen en vermoedt dat zijn fiets is omgeruild met de gestolen fiets.
Het hof overweegt ten aanzien van het scenario van verdachte dat dat onvoldoende concreet en daarmee niet verifieerbaar is. Het scenario bevat geen enkel aanknopingspunt in het dossier. Het hof zal verdachtes verklaring dan ook als ongeloofwaardig terzijde schuiven.
Alle omstandigheden tezamen, in het bijzonder de aangifte van [aangeefster] , het doorgeslepen slot, het feit dat verdachte enkele dagen na de diefstal met de elektrische fiets wordt aangetroffen en het ontbreken van een alternatief scenario, maakt dat het hof tot een bewezenverklaring komt van de aan verdachte tenlastegelegde diefstal van de elektrische fiets.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-332873-22 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-051689-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-095269-23 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Zaak met parketnummer 18-332873-22:
1.
hij op 21 december 2022 te [plaats] een fles Coebergh, die aan winkelbedrijf [winkelbedrijf] Supermarkt toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op 21 december 2022 te [plaats] in een besloten lokaal/pand gelegen aan of bij de [plaats] en in gebruik bij winkelbedrijf [winkelbedrijf] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 31 oktober 2022 schriftelijk de toegang tot dat lokaal/pand ontzegd voor de duur van 24 maanden;
Zaak met parketnummer 18-051689-23 (gevoegd):
1.
hij op 21 februari 2023 te [plaats] een houten vorkje dat aan Supermarkt [winkelbedrijf] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op 21 februari 2023 te [plaats] in het besloten lokaal het [straat] bij supermarkt [winkelbedrijf] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 25 maart 2022 schriftelijk de toegang tot die supermarkt ontzegd voor de duur van 2 jaren;
Zaak met parketnummer 18-095269-23 (gevoegd):
1.primair
hij, op een tijdstip in de periode van 24 maart 2023 tot en met 25 maart 2023, te [plaats] , een elektrische fiets (merk: Sparta), die aan [aangeefster] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 18-332873-22 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Het in de zaak met parketnummer 18-332873-22 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.
Het in de zaak met parketnummer 18-051689-23 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Het in de zaak met parketnummer 18-051689-23 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.
Het in de zaak met parketnummer 18-095269-23 primair bewezenverklaarde levert op:
diefstal.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
De raadsman heeft, indien het hof komt tot een bewezenverklaring, bepleit dat aan verdachte geen langere gevangenisstraf wordt opgelegd dan het voorarrest.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan tweemaal winkeldiefstal, tweemaal lokaalvredebreuk en diefstal van een elektrische fiets. Door de [winkelbedrijf] en [winkelbedrijf] binnen te gaan terwijl hem de toegang was ontzegd en door vervolgens te stelen heeft verdachte niet alleen schade maar ook overlast en hinder veroorzaakt. Daarnaast heeft verdachte een elektrische fiets gestolen. Door zo te handelen heeft verdachte een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de eigenaar en heeft er blijk van gegeven zich weinig aan te trekken van de eigendomsrechten van anderen.
Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 maart 2026 volgt dat verdachte al eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een aanzienlijk aantal (vermogens)delicten, waaronder fietsendiefstal en winkeldiefstal. De eerder aan verdachte opgelegde (voorwaardelijke) gevangenisstraffen hebben hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw in de fout te gaan. Het hof weegt dit in strafverzwarende zin mee.
Het hof stelt voorts vast dat de redelijke termijn in de zin van artikel 6 EVRM Pro in hoger beroep met 11 maanden is overschreden. Gelet op het eigen aandeel van verdachte, in het bijzonder zijn slechte bereikbaarheid en het niet verschijnen ter zitting, en gelet op de ernst van de feiten, volstaat het hof met de enkele constatering van die overschrijding.
Het hof is, met de advocaat-generaal, van oordeel dat het gelet op de justitiële documentatie van verdachte geen meerwaarde heeft om aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Dit heeft in het verleden ook geen positief effect heeft gehad.
Alles afwegende acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met aftrek van de in voorarrest doorgebrachte tijd, zoals ook door de advocaat-generaal gevorderd is, passend en geboden.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 57, 63, 138 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaartzoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-332873-22 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-051689-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-095269-23 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaartniet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaarthet in de zaak met parketnummer 18-332873-22 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-051689-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-095269-23 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeeltde verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) weken.
Beveeltdat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. A.F. van Kooij, mr. J. Hielkema en mr. A. Meester, in aanwezigheid van de griffier mr. E.M.M. Hendriks Vettehen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 23 april 2026.