Uitspraak
[Betrokkene] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
De beslissing
Vordering
Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
- medeplegen van mensenhandel (feit 1);
- medeplegen van het telen van hennep (feit 2);
- witwassen (feit 3);
- bezit van een vuurwapen en munitie (feit 4) en
- bezit van een geluiddemper (feit 5).
. Deze overwaarde wordt geschat op een bedrag van € 100.000,-, hetgeen het geschatte totale wederrechtelijk verkregen vermogen in de visie van de politie en de officier van justitie zou brengen op € 294.272,00. De rechtbank gaat hier niet in mee. Dat de woning is verkregen door middel van hypotheekfraude acht de rechtbank niet bewezen, zoals overwogen in voornoemd vonnis. Bovendien is de woning aangeschaft in 2008; ruim vóór de in het vonnis bewezenverklaarde pleegperiode en vóór de periode waar de ontneming op ziet. De conclusie van de politie dat de hypotheek voor deze woning vanaf 2016 moet zijn betaald met wederrechtelijk verkregen vermogen en dat zonder dit vermogen de woning niet meer in het bezit van veroordeelde zou zijn geweest, deelt de rechtbank niet. Daarbij speelt ook mee dat de volwassen kinderen van veroordeelde (ook) in de betreffende woning woonden en de hypotheek mogelijk ook konden betalen.
Redelijke termijn
Wetsartikelen
BESLISSING
192.772,00 (honderdtweeënnegentigduizend zevenhonderdtweeënzeventig euro).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 192.772,00 (honderdtweeënnegentigduizend zevenhonderdtweeënzeventig euro).