Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
- bewezenverklaring van het tenlastegelegde
- veroordeling tot een taakstraf van 100 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Ontvankelijkheid in hoger beroep
Het vonnis
- het tenlastegelegde - met uitzondering van de twee laatste aandachtsstreepjes - bewezenverklaard;
- verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.
Tenlastelegging
- in strijd met artikel 3.7, eerste lid en/of 3.8, eerste lid van het Besluit houders van dieren, als degene(n) of als beheerder(s) onder wiens verantwoordelijkheid één of meer activiteiten als bedoeld in artikel 3.6 van voornoemd Besluit, werd(en) verricht met gezelschapsdieren, te weten honden, in een inrichting gelegen aan de Zuiderkruis 96 te Hoogeveen, terwijl die inrichting niet was aangemeld bij de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, en/of aan die inrichting geen uniek bedrijfsnummer (UBN) was toegekend en/of
- in strijd met artikel 3.10, eerste lid van het Besluit houders van dieren, geen deugdelijke administratie van die gezelschapsdieren (honden), (met daarin in ieder geval de volgende gegevens: naam, adres en woonplaats van degene van wie de honden afkomstig zijn en/of bewijs van inenting van honden), die in haar en/of hun inrichting verbleven, bijgehouden en/of
- was/waren zij, verdachte en/of haar mededader(s) in strijd met artikel 3.11, eerste lid van het Besluit houders van dieren, als beheerder(s) werkzaam in de inrichting en niet in het bezit van een door Onze Minister erkend bewijs van vakbekwaamheid voor de diergroep (honden) waarmee activiteiten in de inrichting worden verricht.
Vrijspraak
1. Het is verboden gezelschapsdieren te verkopen, ten verkoop in voorraad te houden, af te leveren, te houden ten behoeve van opvang, of te fokken ten behoeve van de verkoop of aflevering van nakomelingen, tenzij daarbij wordt voldaan aan deze paragraaf.
2. Deze paragraaf is niet van toepassing indien degene onder wiens verantwoordelijkheid gezelschapsdieren worden verkocht, ten verkoop in voorraad worden gehouden, afgeleverd, gehouden ten behoeve van opvang, of gefokt ten behoeve van de verkoop of aflevering van nakomelingen, aannemelijk maakt dat er bij de uitoefening van die activiteiten geen sprake is van bedrijfsmatig handelen.