Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2337

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
P25/384
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met gewijzigde voorwaarden na zorgelijke behandelontwikkeling

De terbeschikkinggestelde is veroordeeld voor ernstige zedendelicten en ondergaat een maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden. De rechtbank Rotterdam verlengde deze maatregel met twee jaar, maar het hof vernietigt deze beslissing en verlengt de TBS met één jaar. Dit besluit is genomen vanwege de zorgelijke ontwikkelingen in het behandelverloop, waaronder een hardnekkig gebrek aan ziekte-inzicht, beperkte motivatie en wisselend gedrag van de terbeschikkinggestelde.

De terbeschikkinggestelde heeft een autismespectrumstoornis en een pedofiele stoornis, wat de behandeling bemoeilijkt. De reclassering en psycholoog adviseren een kortere verlenging om de voortgang beter te kunnen monitoren. Het hof sluit zich hierbij aan en wijzigt tevens de voorwaarden van de TBS, met nadruk op digitale controle en het vermijden van risicovolle digitale omgevingen.

De maatregel wordt verlengd met één jaar, waarbij het hof benadrukt dat dit geen garantie biedt dat de TBS daarna zal worden beëindigd. De gewijzigde voorwaarden omvatten onder meer beperkingen op het gebruik van digitale middelen en toezicht op naleving via geautomatiseerde controles. Het hof acht de verlenging noodzakelijk voor de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen.

Uitkomst: Het hof verlengt de terbeschikkingstelling met één jaar en wijzigt de voorwaarden vanwege zorgelijke behandelontwikkelingen en een hoog recidiverisico.

Uitspraak

TBS P25/384
Beslissing van 5 maart 2026
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,
verblijvende [instelling] ,
aan de [adres] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 17 oktober 2025. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar en wijziging van de voorwaarden.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 24 oktober 2025 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- een emailbericht van de raadsman van 3 februari 2026, met als bijlage een brief van de terbeschikkinggestelde van 3 februari 2026;
- de aanvullende informatie van Reclassering Nederland te Zwolle van 13 februari 2026.
Het hof heeft ter zitting van 19 februari 2026 gehoord de advocaat-generaal, mr. H.J. Lambers, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
Het hoger beroep is niet gericht tegen de verlenging van de terbeschikkingstelling als zodanig, maar tegen de duur van de verlenging. Bij de terbeschikkinggestelde is onder meer sprake van een autismespectrumstoornis. Hierdoor heeft hij moeite met communicatie. Hij neemt alles letterlijk en dan kan er gemakkelijk ruis ontstaan in de communicatie. De vraag is of hij bij de overgang naar [instelling] heeft begrepen wat er allemaal zou gebeuren, waar hij zich aan moest houden en waarvoor hij heeft getekend. Zo was hij het niet eens met de risico-taxatie. Deze was in eerste instantie gebaseerd op oude taxaties van de Forensische Psychiatrische Kliniek (FPK) [plaats] in plaats van dat er was gekeken naar de meest gunstige taxatie van Forensische Psychiatrische Afdeling (FPA) [plaats] . Nadat de terbeschikkinggestelde zich hierover heeft uitgesproken heeft hij gelijk gekregen. Volgens de reclassering vormt de houding van de terbeschikkinggestelde een belemmering voor behandelresultaat en samenwerking. Het klopt dat er sprake is van een ingewikkelde dynamiek tussen [instelling] en de terbeschikkinggestelde, maar dit ligt niet alleen aan hem. Ook is het nog onduidelijk hoe het verdere traject eruit zal gaan zien. De raadsman heeft daarom verzocht om de verlenging van de maatregel te beperken tot een jaar met de door de rechtbank gewijzigde voorwaarden. Het is van belang om de vaart in het traject te houden en dat er op kortere termijn een toetsmoment komt.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De problematiek van de terbeschikkinggestelde is nog onverminderd aanwezig, net zoals het recidivegevaar. Gelet hierop is voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel en is voortzetting van de maatregel geïndiceerd. Uit de aanvullende informatie van de reclassering volgt dat er een zorgelijke ontwikkeling zichtbaar is in het behandelverloop van de terbeschikkinggestelde. De terbeschikkinggestelde vertoont wisselend gedrag. Er is sprake van beperkt probleeminzicht en van een blijvend hoog recidiverisico. De verwachting is dat het behandel- en resocialisatietraject meer tijd in beslag neemt dan de tijd die resteert bij de verlenging met een jaar. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing waarvan beroep met de door de rechtbank gewijzigde voorwaarden.
Het oordeel van het hof
Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere verlengingsbeslissing komt.
Indexdelict
Bij arrest van 11 april 2019 heeft het gerechtshof Den Haag aan de terbeschikkinggestelde de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd voor
- de eendaadse samenloop van met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd en met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;
- een afbeelding of gegevensdrager bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;
- met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.
Dit zijn misdrijven die gericht zijn tegen en/of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.
Stoornis en recidivegevaar
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een autismespectrumstoornis, een pedofiele stoornis van het niet exclusieve type, aangetrokken tot meisjes en een andere gespecificeerde parafiele stoornis (hyperseksualiteit) in remissie.
Binnen het huidige kader wordt het recidiverisico als laag ingeschat. Bij beëindiging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden kan het recidiverisico oplopen tot matig.
Verlenging
Gelet op de advisering en op hetgeen overigens op de zitting naar voren is gekomen, stelt het hof vast dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereist.
Duur van de verlenging
Volgens de aanvullende informatie van de reclassering is er sprake van een zorgelijke ontwikkeling in het behandelverloop van de terbeschikkinggestelde. Er is sprake van een hardnekkig gebrek aan ziekte-inzicht en van een beperkte motivatie om te werken aan risicofactoren. De terbeschikkinggestelde toont wisselend gedrag, hij ontkent of minimaliseert risico’s en hij zet zich met wisselend succes in voor behandeling. Zijn houding vormt een belemmering voor behandelresultaat en samenwerking met het team. Gezien zijn hoge risicoprofiel en het uitblijven van ontwikkeling op behandelinhoud, acht de reclassering het (momenteel) niet verantwoord om toe te werken naar zelfstandige huisvesting.
Uit het pro justitia rapport van psycholoog [psycholoog] van 7 juli 2025 volgt dat de terbeschikkinggestelde vanuit zijn autismespectrumstoornis moeite heeft met het aangaan van gelijkwaardige relaties en dat hij zich moeilijk kan verplaatsen in een ander. De psycholoog acht het recidiverisico binnen het huidige kader, waarin de terbeschikkinggestelde begeleid woont en met toezicht van de reclassering, laag. Verder volgt uit het rapport dat er nog veel onduidelijk is over de uitstroom van de terbeschikkinggestelde. De verwachting is daarom dat de terbeschikkingstelling niet over een jaar beëindigd kan worden. Omdat er echter onzekerheid is over het uitstroomtraject en er snelheid in het traject en in de opbouw van vrijheden moet blijven en het risico bestaat dat de terbeschikkinggestelde vanwege zijn zedenachtergrond en autismespectrumstoornis lastig te plaatsen is, acht de psycholoog het van belang dat het verloop van de behandeling en het traject goed gemonitord wordt. Daarom heeft de psycholoog geadviseerd om de maatregel met één jaar te verlengen.
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Anders dan de rechtbank sluit het hof aan bij het advies van psycholoog [psycholoog] en ziet daarin aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Bij verlenging van de maatregel met een jaar kunnen op kortere termijn de ontwikkelingen door de verlengingsrechter worden gevolgd.
Daarbij wordt opgemerkt dat aan deze verlenging met één jaar niet de verwachting mag worden ontleend dat na verloop van dat jaar de terbeschikkingstelling zal worden beëindigd of slechts met een jaar zal worden verlengd.
Daarnaast zal het hof de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 23 augustus 2025 wijzigen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigtde beslissing van de rechtbank Rotterdam van 17 oktober 2025 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde,
[terbeschikkinggestelde].
Verlengtde terbeschikkingstelling met een termijn van
een jaar.
Wijzigtde voorwaarden waaronder de terbeschikkingstelling in het arrest van 11 april 2019
door het gerechtshof Den Haag is opgelegd, met dien verstande dat:
de in het arrest geformuleerde voorwaarde ten aanzien van de controle op de
gegevensdragers als volgt komt te luiden:
“Dat de ter beschikking gestelde:
a. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch
materiaal;
b. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt
gecommuniceerd;
c. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker,
Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de
reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor
bankzaken);
d. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden
en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot
geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB
sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen
en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de ter beschikking gestelde in gebruik
heeft. De ter beschikking gestelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde
huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de ter
beschikking gestelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van
wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals
vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de ter beschikking gestelde
de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet Leiden tot
definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer
teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk
mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet
zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen gedurende de maatregel drie keer per jaar worden uitgevoerd, waarbij
de persoonlijke levenssfeer van de ter beschikking gestelde zoveel mogelijk wordt
geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig
beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de ter beschikking gestelde.”
Aldus gedaan door
mr. G. Mintjes, voorzitter,
mr. M.J. Vos en mr. O.O. van der Lee, raadsheren,
en drs. P.K.J. Ronhaar en drs. B. Koudstaal, raden,
in tegenwoordigheid van mr. J.P. Fuchs-van Dis, griffier,
en op 5 maart 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.