Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2326

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
21-004946-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Integrale vrijspraak wegens onvoldoende bewijs kopstoot met neusfractuur

In deze jeugdzaak stond verdachte terecht voor het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door middel van een kopstoot, waarbij het slachtoffer een neusfractuur zou hebben opgelopen. De tenlastelegging omvatte primair zware mishandeling, subsidiair poging tot zware mishandeling en meer subsidiair mishandeling.

De rechtbank sprak verdachte vrij vanwege twijfel over de bewijsvoering, ondanks dat er verschillende getuigenverklaringen waren. Het hof heeft het dossier en de zittingen opnieuw onderzocht, waarbij getuigen van beide partijen tegenstrijdige verklaringen gaven over het incident. Hierdoor kon het hof niet met redelijke twijfel uitsluiten dat verdachte het feit heeft gepleegd.

De benadeelde partij had een schadevergoeding van €1.400,- gevorderd, maar omdat verdachte niet schuldig werd bevonden, verklaarde het hof deze vordering niet-ontvankelijk. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte integraal vrij, waarmee de zaak definitief werd afgesloten.

Uitkomst: Verdachte wordt integraal vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en de schadevordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004946-25
Uitspraakdatum: 21 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 17 november 2025 met parketnummer 16-404874-24 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 7 april 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank is besproken.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. P.P. van Rhijn, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De kinderrechter heeft verdachte vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde. Daarnaast heeft de kinderrechter de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 23 november 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente] aan [gemeente] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een neusfractuur, heeft toegebracht door die [gemeente] een kopstoot te geven;
subsidiair
hij op of omstreeks 23 november 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [gemeente] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [gemeente] een kopstoot heeft gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair
hij op of omstreeks 23 november 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente] heeft mishandeld door die [gemeente] een kopstoot te geven, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een neusfractuur ten gevolge heeft gehad.

Vrijspraak

Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de primair tenlastegelegde zware mishandeling kan worden bewezenverklaard. Zij heeft verzocht aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van tachtig uren, te vervangen door veertig dagen jeugddetentie.
Standpunt van de verdediging
De verdachte ontkent dat hij aangever een kopstoot heeft gegeven. De raadsman heeft bepleit verdachte integraal vrij te spreken, omdat het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.
Oordeel van het hof
De kinderrechter heeft geoordeeld dat er voldoende wettig bewijs in het dossier zit, maar dat zij vanwege de onderling verschillende getuigenverklaringen eraan twijfelt of verdachte het slachtoffer een kopstoot heeft gegeven. Daarom heeft zij hem vrijgesproken.
Ook het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte dit feit heeft begaan.
Er zijn inderdaad getuigen (behorende tot dezelfde club als het slachtoffer) die hebben verklaard dat verdachte het slachtoffer een kopstoot heeft gegeven, maar er zijn ook getuigen (behorende tot de club van verdachte) die zeggen dat hij dit niet heeft gedaan. Nu de getuigen verschillend verklaren over wat er gebeurd zou zijn, kan het hof niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte het slachtoffer een kopstoot heeft gegeven.
Verdachte zal daarom ook in hoger beroep worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [gemeente]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.400,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [gemeente]

Verklaart de benadeelde partij [gemeente] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Dit arrest is gewezen door mr. R.W. van Zuijlen, mr. N.I.S. Boers en mr. M.E. van der Werf, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Klein en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 21 april 2026.