Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
die verblijft in [woonplaats2]
1.Samenvatting
Het hof beslist dat [de minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij de vader heeft en dat de zorgregeling zo blijft als de rechtbank heeft bepaald. Het hof legt hierna uit waarom.
2.De feiten
3.De procedure bij de rechtbank
- (
- (
- (
4.De procedure bij het hof
- (primair) de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij hem bepaalt, een zorgregeling tussen [de minderjarige] en de moeder vaststelt waarbij het zwaartepunt van de opvoeding bij hem komt te liggen, een en ander zoals door hem verzocht, of een reguliere zorgregeling die het hof juist vindt. Daarnaast verzoekt hij het hof te bepalen dat de moeder hem met terugwerkende kracht vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift op 1 december 2023 tot 2 juli 2025 voor iedere reis naar [plaats1] een bedrag van in totaal € 84,42 per keer verschuldigd is, en anders
- (
- (meer subsidiair)dat het hof een zorg- en contactregeling tussen [de minderjarige] en de vader vaststelt waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de periode dat [de minderjarige] nog niet naar de basisschool gaat en daarna zoals door hem verzocht of die het hof juist vindt.
- het beroepschrift, ontvangen op 1 oktober 2025
- het verweerschrift
- de stukken van de vader, ingediend op 20 februari 2026
- de vader met zijn advocaat
- de moeder met haar advocaat
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming
5.Het oordeel van het hof
primaire) verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij hem te bepalen toewijst, kom het hof niet toe aan de (
subsidiaireen
meer subsidiaire)verzoeken van de vader over het bevel tot terugverhuizen van de moeder en het vaststellen van een zorgregeling waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de periode dat [de minderjarige] nog niet naar de basisschool gaat en de periode waarin [de minderjarige] naar de basisschool gaat.