Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 2 april 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 24 juli 2025 over de tenuitvoerlegging van een gedragsbeïnvloedende maatregel (GVM) voor de duur van twee jaren met bijzondere voorwaarden.
De betrokkene voerde aan dat het recidiverisico niet hoog is en dat hij alle behandelmethodes heeft doorlopen, met zelfstandig geboekte resultaten zoals het vinden van woonruimte en werk. Subsidiair verzocht hij om het laten vervallen van de bijzondere behandelvoorwaarde en het reclasseringstoezicht. De deskundige verklaarde dat reclasseringstoezicht moeilijk uitvoerbaar is zonder medewerking van betrokkene, maar bleef bij het advies tot tenuitvoerlegging vanwege het hoge recidiverisico.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de rechtbankbeslissing vanwege het ontbreken van een actuele medische verklaring voor de behandelvoorwaarde, maar vond dat de overige voorwaarden voldoende onderbouwd zijn. Het hof bevestigde de beslissing van de rechtbank, met uitzondering van het laten vervallen van de ambulante behandelverplichting als bijzondere voorwaarde, omdat niet voldaan is aan de wettelijke vereisten uit artikel 6:6:23a, derde lid, Sv.