Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde1] ( [geïntimeerde1] )
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
- een akte van 27 februari 2026 van mr. Cloots
- een akte van 3 maart 2026 van mr. Leeman
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
kanhand in hand gaan met een verplichting om deze bevoegdheid te benutten, maar deze plicht vloeit dan voort uit een andere bron (zoals bijvoorbeeld opdracht of arbeidsovereenkomst).
“In afwijking van het vorenstaande kunnen zij (hof: lees: mijn dochters
) slechts samen over mijn woning beschikken, hieronder versta ik mijn (aandeel in een) woning vervreemden (…).”Op grond van de volmacht hebben partijen de bevoegdheid om samen tot verkoop van de woning van hun moeder over te gaan. Zonder overeenstemming tussen partijen is het dus niet mogelijk om op basis van de volmacht tot verkoop van de woning over te gaan. De volmacht zelf levert daartoe immers geen verplichting op. Van de volmacht kan daarom geen nakoming worden gevorderd.