Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaardingen in hoger beroep met incidentele vorderingen
- de antwoordconclusie van [naam2] op de incidentele vorderingen
- de memorie van grieven van [naam1]
- de memorie van antwoord van [naam2]
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep van de bijzondere curator
- de memorie van antwoord van [naam1] in het incidenteel hoger beroep van de bijzondere curator
- bijlage 66 van [naam2] (pleitaantekeningen kort geding namens [stichting2]
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 1 december 2026 is gehouden
- de machtiging van de kantonrechter van 19 februari 2026 voor het optreden van de bijzondere curator in deze procedure
2.De kern van de zaak
- een legaat aan [naam2] van zijn aandeel in de vennootschap onder firma [onderneming1] die hij samen met [naam2] had;
- de oprichting van de Stichting [stichting1] ;
- een legaat aan deze stichting van een deel van de kunst die erflater heeft vervaardigd;
- een legaat aan zijn echtgenote/weduwe ( [naam6] ) van het recht van gebruik en bewoning van een woning in [woonplaats4] .
3.De toelichting op de beslissing van het hof
- [naam3] heeft de woning [in] april 2000 gekocht en in eigendom verkregen voor een koopsom van ƒ 75.000. Hij heeft de woning kort daarna [in] september 2000 verkocht en geleverd aan erflater voor dezelfde koopsom. In de akte van levering is vermeld dat erflater de woning vanaf dat moment verhuurt aan [naam3] .
- [naam3] heeft op de mondelinge behandeling bij het hof verteld dat de woning hem gegund was, omdat hij op de begane grond en de eerste verdieping een kunstgalerie voor erflater in stand hield waar kunst van erflater werd geëxposeerd en verkocht. [naam3] woonde zelf toen op de bovenste verdieping, waar ook een slaapkamertje en een badkamertje zijn, en woont daar nog steeds. De begane grond en de eerste verdieping vormen nog steeds een galerie, maar worden vanaf 2014 niet meer als zodanig gebruikt.
- De huurprijs van € 360 per maand is door natte vingerwerk tot stand gekomen, zoals erflater dat altijd deed. [naam3] heeft die huur meestal contant aan erflater betaald. Bij de bepaling van de huur speelde ook een rol dat [naam3] op de begane grond en de eerste verdieping kunst van erflater exposeerde en verkocht.
- Na het overlijden van erflater in 2014 is een vereffenaar benoemd. De vereffening is voltooid [in] 2019. Het is altijd de bedoeling geweest dat de woning in [woonplaats3] zou worden toegedeeld aan [naam3] . De effectuering van die toedeling is ernstig vertraagd doordat tussen partijen na de voltooiing van de vereffening geschillen ontstonden over de afwikkeling van de nalatenschap en in 2020 het overleg tussen de erfgenamen vanwege de ernstig verstoorde verhouding tussen [naam1] en [naam2] geheel tot stilstand is gekomen.
- Op 29 juni 2020 heeft [naam2] vervolgens de andere deelgenoten gedagvaard en de rechter gevraagd de nalatenschap te verdelen en de woning in [woonplaats3] toe te delen aan [naam3] .
“Tijdens de bespreking wordt aangegeven dat [naam3] ook iedere maand een bedrag van € 360 aan huur betaald, naast het ter beschikking stellen van ruimte voor de expositie.”
- [stichting2] heeft het recht van erfpacht per 31 januari 2021 opgezegd (exploot van 31 januari 2020).
- In het driedeskundigenrapport is geadviseerd over de op grond van artikel 11 van Pro de erfpachtvoorwaarden door [stichting2] aan de [erven] verschuldigde opstalvergoeding na einde erfpacht op 31 januari 2021.
- De conclusie is:
- de ervenrekening in Spanje (ES0800817443580001147419) van € 33.739 door vieren worden gedeeld en worden opgeheven en moet het hof bepalen dat zijn arrest in de plaats treedt van de handtekening van de deelgenoot die weigert daaraan mee te werken;
- er nog een beslissing komen over de verdeling van de garages in [woonplaats6] en [woonplaats7] ;
- er nog een beslissing komen over de verdeling van de inboedel in Nederland en Spanje;
- het hof de legerspullen toedelen aan [naam1] ;
- het hof de Landrover toedelen aan [naam1] .