In hoger beroep tegen de vrijspraak van de politierechter heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis vernietigd en verdachte veroordeeld voor medeplegen van woninginbraak. De zaak betreft een inbraak in een woning tijdens de vakantieperiode van de bewoners, waarbij diverse kostbare goederen zijn weggenomen.
Het hof baseert zijn oordeel op DNA-sporen die op een kleed in de woning zijn aangetroffen. Dit kleed vertoonde sporen van braak en werd gebruikt bij het verslepen van een zwaar voorwerp. Het DNA-mengprofiel bevatte materiaal van verdachte en twee onbekende personen, wat het hof als dadersporen kwalificeert. Verdachte ontkende betrokkenheid en stelde een scenario van secundaire overdracht via handschoenen voor, maar het hof achtte dit ongeloofwaardig.
Daarnaast werd DNA van een medeverdachte aangetroffen op een raamkozijn, waaruit het hof concludeerde dat verdachte en medeverdachte samen de woninginbraak hebben gepleegd. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden, met aftrek van voorarrest. Het hof wees tevens vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen af of verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk, gelet op de lopende detentie van verdachte.