De rechtbank Noord-Nederland heeft het gezag van de moeder over haar dochter beëindigd en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd benoemd vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing, maar het hof bevestigt het vonnis.
De feiten tonen aan dat er sinds 2017 meerdere zorgmeldingen waren over partnergeweld, vermoedens van kindermishandeling en middelengebruik door de moeder. Ondanks diverse hulpverleningstrajecten, waaronder het KINGS-traject en ambulante hulp, is de opvoedingssituatie niet verbeterd. De minderjarige is sinds juni 2024 met een machtiging uithuisgeplaatst bij haar grootouders, die tevens pleegouders zijn.
Het hof oordeelt dat de aanvaardbare termijn waarbinnen de moeder de verzorging en opvoeding weer zelf kan overnemen, is verstreken. De minderjarige heeft behoefte aan duidelijkheid over haar woon- en opgroeiperspectief, dat bij de pleegouders ligt. Gezien de complexe familiedynamiek en het belang van een externe voogd, is beëindiging van het gezag noodzakelijk en proportioneel.
Hoewel de moeder recent positieve stappen heeft gezet en betrokken blijft als moeder op afstand, blijft het gezag beëindigd. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de moeder af.