Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
3.De motivering van de beslissing
Dat de ouders bij (de uitvoering van) de zorgregeling niet met elkaar kunnen communiceren zonder dat dit tot conflicten tussen hen leidt, zoals de moeder stelt, is onvoldoende grond voor een directe schorsing van de beslissing over het gezag. Het hof stelt voorop dat het hier gaat om de beslissing waarbij de ouders gezamenlijk het gezag over de kinderen uitoefenen. Wat de moeder heeft aangevoerd, heeft voornamelijk betrekking op (de problemen rond) de zorgregeling en dan met name op het halen en brengen van de kinderen, maar heeft verder niets van doen met gezag.
Verder neemt het hof in aanmerking dat de periode tot de inhoudelijke beoordeling van de zaak in hoger beroep te overzien is (enkele maanden), zodat de belangenafweging ook in dat opzicht niet ten gunste van de moeder uitvalt.
Gebleken is ook dat de door de moeder gestelde problemen rondom de zorgregeling niet in de weg hebben gestaan aan het gezamenlijk uitoefenen van het gezag op die enkele momenten dat dit nodig was, zoals het maken van de keuze voor de middelbare school van [de minderjarige1] . De vader heeft zich daartegen in ieder geval niet verzet.
Van nieuwe feiten, waarmee in de bestreden uitspraak geen rekening gehouden kon worden gehouden, is evenmin gebleken. Weliswaar heeft de moeder gesteld dat de inhoud van een brief van haar advocaat van 24 oktober 2025 (over het traject ouderschapsbemiddeling) aan de rechtbank, niet is betrokken bij de beoordeling omdat deze brief pas na de zitting is ontvangen, maar dat is onvoldoende om schorsing van de werking van de beschikking te rechtvaardigen.