De man en vrouw zijn gehuwd en hebben de Nederlandse en Turkse nationaliteit. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en partneralimentatie vastgesteld, waarbij de man een maandelijkse bijdrage aan de vrouw moet betalen. Beide partijen zijn het niet eens met de beslissing over de echtscheiding en partneralimentatie en zijn in hoger beroep gegaan.
Het hof bevestigt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat Nederlands recht van toepassing is. De echtscheiding wordt bekrachtigd omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man voerde psychische problemen aan, maar het hof ziet geen reden om de echtscheiding uit te stellen.
Over de partneralimentatie is het hof van oordeel dat de vrouw behoeftig is en niet in staat is haar inkomen te verhogen vanwege medische klachten en werkloosheid. De man ontvangt een WIA-uitkering en kan zijn inkomen niet uitbreiden. De bijdrage aan de minderjarige dochter blijft gehandhaafd.
Er is onenigheid over de transitievergoeding die de man ontving en waarvan hij stelt dat deze is gebruikt om schulden af te lossen. Het hof geeft de man twee weken de tijd om bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt hoe de vergoeding is besteed, waarna de vrouw kan reageren. De beslissing over partneralimentatie wordt aangehouden totdat hierover duidelijkheid is.
De beschikking van de rechtbank wordt voor wat betreft de echtscheiding bekrachtigd, maar de verdere beslissing over alimentatie wordt uitgesteld in afwachting van de bewijslevering.