Uitspraak
[Verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis
- verdachte voor het primair ten laste gelegde feit veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren;
- de vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer] toegewezen voor het bedrag van
Tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 9 juni 2023 tot en met 27 januari 2024, in elk geval in het jaar 2023 en/of het jaar 2024 (tot en met 27 januari 2024) te [Plaats 1] , in elk geval in de gemeente [Gemeente 1] en/of te [Plaats 2] , in elk geval in de gemeente [Gemeente 2] , en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [Slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag van in totaal 35.000 euro (zeven stortingen van 5.000 euro), door opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, tezamen en in vereniging met zijn mededader, althans alleen, terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij slachtoffer was geworden van zogenoemde cryptofraude en daarvan in voornoemde periode aangifte had gedaan bij de politie, - al dan niet op verzoek van en/of in overleg met een persoon, zich noemende [Naam 1] , althans een (onbekend gebleven) persoon, het plan heeft opgevat om zich naar die [Slachtoffer] , die inmiddels ook slachtoffer was geworden van (boilerroom)fraude, voor te doen als een persoon die was te vertrouwen en/of (zodoende) - die [Slachtoffer] (door middel van toezending van meerdere mailberichten) ervan te overtuigen en/of gerust te stellen dat die [Slachtoffer] het naar een bankrekening ten name van verdachte overgemaakte (voornoemde) geldbedrag terug zou krijgen en/of dat verdachte het door die [Slachtoffer] gestorte geld op zijn rekening zou houden en/of (wanneer alles was afgerond) weer zou terugstorten en/of dat die [Slachtoffer] het overgemaakte geld (en/of meer) terug zou krijgen, althans (een) bericht(en) en/of mededeling(en) en/of toezegging(en) van gelijke aard en/of strekking, waardoor die [Slachtoffer] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte, terwijl verdachte dat door die [Slachtoffer] overgemaakte geld heeft gestort op een door die [Naam 1] , althans een (onbekend gebleven) persoon, opgegeven bankrekeningnummer.
hij in of omstreeks de periode van 9 juni 2023 tot en met 27 januari 2024, in elk geval in het jaar 2023 en/of het jaar 2024 (tot en met 27 januari 2024) te [Plaats 1] , in elk geval in de gemeente [Gemeente 1] en/of te [Plaats 2] , in elk geval in de gemeente [Gemeente 2] , en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een geldbedrag van in totaal 35.000 euro (zeven stortingen van 5.000 euro), althans een of meer voorwerpen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.
Bewijsoverweging primair tenlastegelegde
het hof begrijpt: verdachte). Aangever zag als rekeningnummer [Rekeningnummer 1] vermeld staan. Het pasnummer was [Pasnummer 1] .
het hof begrijpt: 16:52:48 uur)
Bewezenverklaring
hij in de periode van 15 januari tot en met 17 januari 2024, te [Plaats 1] en/of te [Plaats 2] , tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [Slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag van in totaal 35.000 euro (zeven stortingen van 5.000 euro), door opzettelijk in strijd met de waarheid, tezamen en in vereniging met zijn mededader,