Uitspraak
[betrokkene] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De ontnemingsvordering
De beoordeling van de vordering
€ 597.885 -/-
€ 5.420.388
€ 3.943.975.
€ 1.476.413.
alshij dat kan verkopen. (“als ik het verkoop, dan hebben jullie eigen geld. Ik geef het aan jullie.”) Het hof leidt uit deze berichtgeving af dat [medeverdachte 2] daarover de zeggenschap heeft en [medeverdachte 2] bepaalt of en in hoeverre hij de opbrengst van zijn investeringen in Turkije met zijn broers deelt. [4] Het hof wil wel aannemen dat het de bedoeling was dat ook zijn broers zouden meeprofiteren van de projecten in Turkije, maar van concrete afspraken of concreet profijt voor de andere broers is niet gebleken en het hof kan niet anders concluderen dan dat [medeverdachte 2] als enige de beschikkingsmacht had over de vermogensbestanddelen in Turkije.
Betalingsverplichting
Wetsartikelen
BESLISSING
€ 20.000,- (twintigduizend euro).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 20.000,- (twintigduizend euro).