Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de rechtbank
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift, ontvangen op 24 oktober 2025
- het verweerschrift van de GI
- een brief van de raad van 30 oktober 2025, waarin de raad zich afmeldt voor de zitting
- een brief van de GI van 28 november 2025, met bijlagen.
- de vader met zijn advocaat
- de moeder met haar advocaat en een begeleider van [naam1]
- twee vertegenwoordigers van de GI.
5.Het oordeel van het hof
De traumatherapeut waar [minderjarige1] sinds de afgelopen zomervakantie voor therapie komt, schrijft in haar brief van 17 november 2025 dat zij een ernstig beschadigd meisje ziet. [minderjarige1] staat eigenlijk de hele dag in een overlevingsstand. Ze is voortdurend op haar hoede, heeft weinig zelfvertrouwen, maar ook geen vertrouwen in een ander. [minderjarige1] voelt alles als kritiek en is steeds bang voor de afwijzing die komen gaat. Verder schrijft de traumatherapeut dat de situatie zowel thuis als op school op dit moment heel wankel en weinig stabiel is. De gezinshuisouders, maar ook de leerkracht van [minderjarige1] worden gecoacht door de traumatherapeut hoe ze het beste met [minderjarige1] om kunnen gaan, omdat [minderjarige1] bij stress en onrust snel de controle verliest. Zo was er een voorval in het gezinshuis waarbij [minderjarige1] zodanig veel boosheid liet zien dat zij buiten zinnen was en dit was zelfs voor de professionele opvoeders van het gezinshuis een moeilijke situatie om mee om te gaan. Dit voorval heeft de GI besproken met [minderjarige1] en met de gezinshuisouders, omdat de ouders zich hierover zorgen maakten. Duidelijk is dat [minderjarige1] meer dan gemiddelde opvoedvaardigheden vraagt van haar opvoeder(s). Dit geldt ook voor [minderjarige2] ; bij haar wordt gezien dat zij zich tijdens emotioneel beladen momenten kan afsluiten voor haar omgeving en dat zij dan moeilijk benaderbaar is. [minderjarige2] vindt het dan ingewikkeld om onder woorden te brengen wat er is of wat zij voelt. Niet duidelijk is of [minderjarige2] moeite heeft om over emoties te praten, of dat ze dichtklapt omdat ze denk dat volwassenen boos zijn of dat ze om een andere reden dan niet praat. Dit heeft de aandacht van de GI.
In de eerste plaats merkt het hof op dat de ouders zijn getrouwd [in] 2022 en uit elkaar gegaan [in] 2023. De onderzoeken van [naam3] en [naam5] vonden in 2021 en 2022 plaats, dus voordat de ouders in scheiding lagen.
Dat tijdens de begeleide contactmomenten wordt gezien dat de vader en de kinderen blij zijn elkaar te zien, betekent niet zonder meer dat de vader over de opvoedvaardigheden beschikt die [minderjarige1] en [minderjarige2] nodig hebben. De begeleiders van [naam4] en [naam6] hebben opgemerkt dat de vader tijdens de begeleide contactmomenten nog steeds onvoldoende aansluit bij de kinderen. Volgens de GI heeft de vader aansturing nodig en neemt hij weinig initiatieven in het contact met de kinderen. Hierdoor blijven de zorgen (die ook eerder door [naam5] zijn beschreven) over het onvoldoende aansluiten bij de kinderen aanwezig. Daarbij komt dat de GI heeft toegelicht dat afspraken met de vader nog steeds op zijn werkrooster moeten worden afgestemd.
De vader kan niet worden ontvangen in zijn verzoek om (zo leest het hof dat verzoek) een machtiging aan de GI te verlenen om de kinderen uit huis te plaatsen bij de oma van vaderszijde. Nog los van de omstandigheid dat het verzoek van de vader (plaatsing bij de oma) een verzoek is om een machtiging tot uithuisplaatsing anders dan in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (zoals nu in het gezinshuis), kan een verzoek tot het geven van een machtiging tot uithuisplaatsing niet door een ouder worden gedaan.
5.7. Alles afwegende is het hof met de GI van oordeel dat de uithuisplaatsing van [minderjarige1] en [minderjarige2] in het gezinshuis noodzakelijk is omdat het in hun belang is om op te groeien in een omgeving die aansluit bij wat zij nodig hebben in hun verzorging en opvoeding. De ouders hebben op de zitting verteld dat zij zich zorgen maken over de kinderen in het gezinshuis, in het bijzonder over hun kleding en hygiëne. Daarnaast heeft [minderjarige1] verteld dat zij in haar wangen is geknepen. De GI heeft beaamd dat de kinderen anders gekleed gaan bij het gezinshuis, en dat er inderdaad verschil is met hoe de ouders de kinderen kleden. Bij het gezinshuis krijgen de kinderen meer ruimte. Het hof ziet dat, met de GI, niet als een grote zorg. Bovendien heeft de GI duidelijk kunnen maken dat zij hiervoor oog heeft. De GI heeft op de zitting ook verteld dat zij met [minderjarige1] en de gezinshuisouders heeft gesproken over het in de wangen knijpen en de achtergrond van het incident. Omdat het verder in het gezinshuis goed lijkt te gaan – de kinderen eten beter, hun schoolresultaten verbeteren en het gaat sociaal beter, aldus de GI – en de GI zich betrokken toont, is het hof van oordeel dat de kinderen op hun plaats zijn.
Gelet op het hiervoor overwogene ziet het hof geen aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen met een kortere duur te verlengen, zoals door de vader is verzocht.