Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:1992

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
21-000072-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep ontnemingsvordering wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerijen

In hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland over de ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit drie hennepkwekerijen, heeft het hof Arnhem-Leeuwarden de eerdere vaststelling van het voordeel en de betalingsverplichting aan de Staat herzien.

Het hof baseert zich op uitgebreid onderzoek, waaronder EncroChat- en Sky ECC-berichten, politieonderzoeken in Duitsland en rapporten van het Functioneel Parket Afpakken. Het hof stelt het totale netto wederrechtelijk verkregen voordeel van de drie kwekerijen vast op respectievelijk €543.249,24, €1.061.622,24 en €353.206,56. Gezien de leidinggevende rol van verdachte wordt 30% van dit totaal aan hem toegerekend, wat leidt tot een bedrag van €587.423,41.

De rechtbank had een lager bedrag opgelegd en een vermindering wegens beslag, maar het hof wijst dit af omdat het beslag conservatoir is en niet verbeurdverklaard. De redelijke termijn is licht overschreden, maar dit leidt slechts tot een constatering. De verplichting tot betaling aan de Staat wordt opgelegd voor het vastgestelde bedrag. De duur van gijzeling wordt vastgesteld op maximaal 1095 dagen.

De beslissing is genomen na meerdere zittingen en is gebaseerd op gedetailleerde berekeningen van opbrengsten, kosten en investeringen, waarbij de verdediging niet voldoende concreet investeringskosten heeft onderbouwd. De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 36e Wetboek van Strafrecht voor ontneming.

Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte vast op €587.423,41 en legt hem de verplichting tot betaling aan de Staat op.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000072-24
Uitspraakdatum: 3 april 2026
TEGENSPRAAK
ONTNEMINGSZAAK
Beslissingvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 22 december 2023 met parketnummer 18-239712-21 op de ontnemingsvordering, in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

[verdachte] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zittingen van het hof van 16 februari 2026, 17 februari 2026, 19 februari 2026 en 3 april 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat [verdachte] en zijn raadsman, mr. A.J. Admiraal, hebben aangevoerd.

De beslissing waarvan beroep

De rechtbank heeft bij beslissing van 22 december 2023 het door [verdachte] wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 1.104.829,66 en heeft aan [verdachte] de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 1.019.829,66.
Het hof verenigt zich niet met de beslissing, omdat het hof tot de vaststelling van een ander bedrag komt. Daarom vernietigt het hof de beslissing. Het hof doet opnieuw recht.

Vordering

Het openbaar ministerie heeft schriftelijk gevorderd dat het door [verdachte] wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op € 735.444.65, maar heeft dit ter zitting van de rechtbank verlaagd naar € 506.313,89. Daarnaast heeft het openbaar ministerie gevorderd dat aan [verdachte] de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van datzelfde bedrag.
In hoger beroep heeft het openbaar ministerie gevorderd dat het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 1.072.141,45 en dat [verdachte] de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van datzelfde bedrag.

Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft in de onderliggende strafzaak de vrijspraak bepleit van alle feiten. Daarom is het primaire standpunt van de raadsman dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Subsidiair heeft hij bepleit dat het te ontnemen bedrag fors gematigd dient te worden. Er is bij de kwekerijen veel minder voordeel genoten dan door de rechtbank is vastgesteld en het percentage van de opbrengst dat aan [verdachte] wordt toegeschreven is veel te hoog.
De investeringskosten zijn ten onrechte niet meegenomen in de berekening, bij eerdere oogsten waren er minder planten en het aantal oogsten is te hoog.
De raadsman komt tot de volgende bedragen:
  • kwekerij [plaats 1] in totaal € 352.544,11
  • kwekerij [plaats 2] in totaal € 191.081,86
  • kwekerij [plaats 3] in totaal € 117.117,56
Het totale voordeel van alle kwekerijen is dan € 660.743,53. Aangezien er minstens 10 personen bij de kwekerijen betrokken zijn geweest, dient het totale voordeel door 10 te worden gedeeld. Het voordeel van [verdachte] dient daarom in redelijkheid te worden vastgesteld op € 66.000,00. Als het hof van oordeel is dat [verdachte] vanwege een leidinggevende rol meer heeft ontvangen dan de rest, kan dit op niet meer dan 15 procent worden gesteld. Het aandeel van [verdachte] is dan nog steeds minder dan € 100.000,00, aldus de raadsman.
Feiten waarop de beslissing tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt gebaseerd
[verdachte] is bij arrest van dit hof op 3 april 2026 veroordeeld tot straf voor, onder meer:
  • medeplegen van hennepteelt in de periode van eind oktober 2020 tot en met 21 november 2021 te [plaats 1] (Duitsland) (feit 2);
  • medeplegen van hennepteelt in de periode van november 2020 tot en met 7 februari 2022 te [plaats 2] (Duitsland) (feit 3);
  • medeplegen van hennepteelt in de periode van 1 april 2020 tot en met 21 mei 2021 te [plaats 3] (Duitsland) (feit 4).
Uit het dossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat [verdachte] uit het bewezenverklaarde handelen (feiten 2, 3 en 4) financieel voordeel heeft genoten.
Bewijsmiddelen
Met betrekking tot het door [verdachte] verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel
gebruikt het hof de volgende bewijsmiddelen:
  • de in het arrest van de meervoudige strafkamer van dit hof van 3 april 2026 in de onderliggende strafzaak opgenomen bewijsmiddelen;
  • het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht ( [adres 2] ) d.d. 22 maart 2022;
  • het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht ( [adres 3] ) d.d. 10 oktober 2022;
  • het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht ( [adres 4] ) d.d. 10 oktober 2022.
Berekening
Het hof gaat bij de schatting van de opbrengst en de kosten van de hennepteelt, evenals het openbaar ministerie, uit van de standaardberekeningen beschreven in het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Functioneel Parket afpakken (voorheen BOOM) van 1 juni 2016, tenzij het hof anders vermeldt.
Nu de door de verdediging gestelde investeringskosten niet nader concreet zijn onderbouwd, ziet het hof geen aanleiding hier anders rekening mee te houden dan bij de afschrijvingskosten waarin de gedane investeringen zijn verdisconteerd.
Hennepkwekerij [plaats 1] [1]
Op 7 februari 2022 treedt de Duitse politie binnen in een loods aan de [adres 2] . De politie treft daar enkel pallets met hennepgerelateerde goederen aan. [2] Echter, uit het onderzoek - en dan met name uit het onderzoek aan het berichtenverkeer via de beveiligde communicatiediensten EncroChat en Sky ECC - is gebleken dat hier een hennepkwekerij heeft gezeten. Op 27 oktober 2020 stuurt [medeverdachte] via Sky ECC naar [verdachte] een aantal foto’s met de tekst “de eerste is klaar”. Op de foto’s - die overeenkomsten vertonen met de loods aan [adres 2] - zijn rijen met potten te zien. [3] Deze potten zijn door de politie geteld en het blijkt te gaan om 1399 potten. Gelet op dit bericht en deze foto’s gaat het hof uit van een hennepkwekerij van 1399 planten. Hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht over een lager aantal planten, geeft het hof geen aanleiding om uit te gaan van minder dan 1399 planten.
De bewezenverklaarde kweekperiode is vanaf eind oktober 2020 tot en met 21 november 2021. Dit betreft een periode van 51 weken. Uitgaande van een kweekcyclus van tien weken zouden er dus maximaal 5 oogsten geweest kunnen zijn. In het voordeel van [verdachte] gaat het hof uit van 4 oogsten.
De oppervlakte van de beplanting kon door de Duitse politie niet worden berekend en ook kon dit op basis van de verkregen informatie uit het onderzoek niet worden vastgesteld. Derhalve is voor de berekening van de opbrengst per plant gebruik gemaakt van de gegevens uit het rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel van hennepkwekerijen bij binnenteelt onder kunstlicht” van het Functioneel Parket Afpakken, update 1 juni 2016. De opbrengst aan hennep per plant van deze kwekerij is volgens de tabel minimaal 28,2 gram.
De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt: 1399 planten x 28,2 gram = 39,451 kilogram. De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal
€ 4.070,00 per kilogram. De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 39,491 kilogram x € 4.070,00 =
€ 160.728,37.
Er kan niet worden vastgesteld of er op legale of illegale wijze elektriciteit is afgenomen. In de berekening zullen derhalve de kosten van de elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij worden meegenomen. In de aangetroffen foto’s zijn naast het tellen van het aantal potten ook het vermoedelijke aantal gebruikte lampen geteld. De politie komt afgerond uit op 53 lampen. De kosten voor het knippen worden, gelet op de rapporten van Functioneel Parket Afpakken, gesteld op € 2,00 per plant per oogst. Uit het onderzoek rijst het vermoeden dat er ten behoeve van de huisvesting van de hennepkwekerij extra kosten gemaakt zijn. De kosten per oogst zijn als volgt berekend: € 1.300,00 per maand (huur- en servicekosten, overgenomen uit het huurcontract) gedeeld door 4 weken = € 325,00 per week. 51 weken x € 325,00 is een totaalbedrag van € 16.575,00 aan huur. In totaal is uitgegaan van 4 oogsten, € 16.575,00 (huur) gedeeld door 4 (oogsten) = € 4.143,75 aan huurkosten per oogst.
De in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij zijn op basis van het rapport van Functioneel Parket Afpakken, als volgt:
Afschrijvingskosten (bedrag volgens de tabel)
€ 750,00
Hennepstekken (1399 planten per oogst x € 3,81)
€ 5.330,19
Variabele kosten (1399 planten per oogst x € 3,88)
€ 5.428,12
Elektriciteitskosten (53 lampen x € 122,00 per oogst)
€ 6.466,00
Kosten knippers (aannemelijk € 2,00 per plant per oogst)
€ 2.798,00
Huisvestingskosten (€ 4.143,75 per oogst)
€ 4.143,75
Totaal aan kosten per oogst
€ 24.916,06
Het netto wederrechtelijk voordeel wordt vastgesteld op:
Bruto opbrengst (4 oogsten x € 160.728,37)
€ 642.913,48
Totale kosten (4 oogsten x € 24.916,06)
- € 99.664,24
Wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 543.249,24

Hennepkwekerij [plaats 2]

Op 7 februari 2022 treedt de Duitse politie binnen in een pand aan [adres 3] . De politie treft hier een hennepkwekerij aan. [4] Gelet op de aangetroffen situatie en de verklaring van [naam 1] [5] gaat het hof uit van een hennepkwekerij met 1694 planten en niet van slechts 311 planten.
Op basis van de verklaring van [naam 1] [6] en notities in de telefoon van [naam 2] [7] gaat het hof er vanuit dat de hennepkwekerij vanaf november 2020 in gebruik was. Dit betreft een periode van 66 weken. Aangezien een kweekcyclus circa tien weken bedraagt, gaat het hof uit van zes oogsten. Met betrekking tot de opbrengst hennep per plant wordt ook voor deze kwekerij uitgegaan van het rapport van Functioneel Parket Afpakken. De opbrengst aan hennep per plant van deze kwekerij is volgens de tabel minimaal 28,2 gram.
De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt: 1694 planten x 28,2 gram = 47,77 kilogram. De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal
€ 4.070,00 per kilogram. De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 47,77 kilogram x € 4.070,00 =
€ 194.423,90.
Uit het proces-verbaal van de Duitse collega’s is gebleken dat de elektriciteit op illegale
wijze werd afgenomen. De elektriciteitskosten zullen daarom niet meegenomen worden in de kostenberekening. De kosten voor het knippen worden, gelet op de rapporten van Functioneel Parket Afpakken, gesteld op € 2,00 per plant per oogst.
Uit het onderzoek is niet gebleken dat er ten behoeve van de huisvesting extra kosten
gemaakt zijn. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt er dan
ook geen rekening mee gehouden.
De in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij zijn op basis van het rapport van Functioneel Parket Afpakken, als volgt:
Afschrijvingskosten (bedrag volgens de tabel)
€ 950,00
Hennepstekken (1694 planten per oogst x € 3,81)
€ 6.454,14
Variabele kosten (1694 planten per oogst x € 3,88)
€ 6.572,72
Elektriciteitskosten (illegaal afgenomen)
€ 0,00
Kosten knippers (aannemelijk € 2,00 per plant per oogst)
€ 3.510,00
Huisvestingskosten (onbekend gebleven)
€ 0,00
Totaal aan kosten per oogst
€ 17.486,86
Het netto wederrechtelijk voordeel wordt vastgesteld op:
Bruto opbrengst (6 oogsten x € 194.423,90)
€ 1.166.543,40
Totale kosten (6 oogsten x € 17.486,86)
- € 104.921,16
Wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 1.061.622,24

Hennepkwekerij [plaats 3]

Op 21 mei 2021 wordt er in een pand aan [adres 4] een hennepkwekerij aangetroffen met in totaal 1414 hennepplanten. [8] Op basis van de EncroChat-berichten gaat het hof ervan uit dat de hennepkwekerij vanaf april 2020 in gebruik was. [9] Dit betreft een periode van ruim 50 weken. Uit de stukken blijkt dat in deze kwekerij waarschijnlijk hennepplanten van het soort ‘Haze’ stonden. Dit soort heeft een langere kweekcyclus, namelijk circa 13 weken. Het dossier bevat verder sterke aanwijzingen dat er een diefstal van hennep heeft plaatsgevonden in de bewezenverklaarde periode. [10] Dit in aanmerking nemende neemt het hof van 3 oogsten mee in de berekening.
Met betrekking tot de opbrengst hennep per plant wordt ook voor deze kwekerij uitgegaan van het rapport van Functioneel Parket Afpakken. De opbrengst aan hennep per plant van deze kwekerij is volgens de tabel minimaal 28,2 gram.
De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt: 1414 planten x 28,2 gram = 39,874 kilogram. De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal
€ 4.070,00 per kilogram. De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 39,874 kilogram x € 4.070,00 =
€ 162.287,18.
Het dossier bevat aanwijzingen dat de elektriciteit is onttrokken aan het bevoorradingsnetwerk. De elektriciteitskosten zullen daarom niet meegenomen worden in de kostenberekening. De kosten voor het knippen worden, gelet op de rapporten van Functioneel Parket Afpakken, gesteld op € 2,00 per plant per oogst. Uit het onderzoek is gebleken dat er ten behoeve van de huisvesting kosten gemaakt zijn, namelijk een bedrag van € 90.000,00. [11]
De in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij zijn op basis van het rapport van Functioneel Parket Afpakken, als volgt:
Ruimte 1
Afschrijvingskosten (548 hennepplanten)
€ 350,00
Hennepstekken (548 planten per oogst x € 3,81)
€ 2.087,88
Variabele kosten (548 planten per oogst x € 3,88)
€ 2.126,24
Elektriciteitskosten (onbekend)
€ 0,00
Kosten knippers (aannemelijk € 2,00 per plant per oogst)
€ 1.096,00
Totaal aan kosten per oogst ruimte 1
€ 5.660,12
Ruimte 2
Afschrijvingskosten (866 hennepplanten)
€ 500,00
Hennepstekken (866 planten per oogst x € 3,81)
€ 3.299,46
Variabele kosten (866 planten per oogst x € 3,88)
€ 3.360,08
Elektriciteitskosten (onbekend)
€ 0,00
Kosten knippers (aannemelijk € 2,00 per plant per oogst)
€ 1.732,00
Totaal aan kosten per oogst ruimte 2
€ 8.891,54
Totaal aan kosten ruimte 1 en 2
€ 14.551,66
Huisvestingkosten (eenmalig)
€ 90.000,00
Het netto wederrechtelijk voordeel wordt vastgesteld op:
Bruto opbrengst (3 oogsten x € 162.287,18)
€ 486.861,54
Totale kosten (3 oogsten x € 14.551,66 + € 90.000)
- € 133.654,98
Wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 353.206,56

Voordeel voor [verdachte]

Vastgesteld kan worden dat er meerdere personen betrokken zijn bij de hierboven genoemde hennepkwekerijen. Niet alle betrokkenen zijn bekend geworden. Hoe de verdeling van de opbrengst tussen hen precies is geweest blijkt niet uit de stukken. Het hof zal daarom op basis van alle bekende omstandigheden van het geval bepalen welk deel van het totale voordeel aan [verdachte] moet worden toegerekend.
Op basis van het onderliggende arrest van in de strafzaak blijkt dat [verdachte] een leidinggevende rol heeft gehad.. Hij coördineert en neemt beslissingen. Hij lijkt ook over een behoorlijk vermogen te beschikken. Hij heeft in één jaar twee woningen kunnen kopen en hij is in staat grote contante geldbedragen op zijn rekeningen te storten.
Dit in aanmerking nemende, gaat het hof er van uit dat hij tenminste 30 procent van de opbrengsten heeft ontvangen en rekent het hof aan [verdachte] daarom een voordeel van
30 procentvan het totale voordeel van de drie voornoemde hennepkwekerijen toe.
Dit leidt tot vaststelling van het door [verdachte] genoten wederrechtelijk voordeel als volgt:
Hennepkwekerij [plaats 1]
30% van € 543.249,24
€ 162.974,77
Hennepkwekerij [plaats 2]
30% van € 1.061.622,24
€ 318.486,67
Hennepkwekerij [plaats 3]
30% van € 353.206,56
€ 105.961,97
Totaal
€ 587.423,41

Verplichting tot betaling aan de Staat

De rechtbank heeft € 85.000,00 op het te betalen bedrag in mindering gebracht, omdat de rechtbank dit onder [verdachte] in beslag genomen bedrag had verbeurdverklaard. Het hof heeft dit bedrag echter niet verbeurdverklaard, maar heeft geconstateerd dat hier conservatoir beslag op rust. Er is dan ook geen reden om dit bedrag in mindering te brengen op het te betalen bedrag door [verdachte] .
Er is ook overigens geen aanleiding tot vermindering van de betalingsverplichting.
Er is in de appèlfase wel sprake van overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), nu niet binnen twee jaren na het instellen van het rechtsmiddel een eindarrest is gewezen. Het hof volstaat, gelet op de relatief geringe overschrijding van de redelijke termijn (circa drie maanden), met de constatering dat inbreuk is gemaakt op artikel 6 van Pro het EVRM.
Aan [verdachte] dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, daarom de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 587.423,41.

Wetsartikelen

De maatregel is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Dit voorschrift is toegepast, zoals het gold op het moment van de procedure.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Stelt het bedrag waarop het door de [verdachte] wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van €
587.423,41 (vijfhonderdzevenentachtigduizend vierhonderddrieëntwintig euro en eenenveertig cent).
Legt de [verdachte] de verplichting op tot
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 587.423,41 (vijfhonderdzevenentachtigduizend vierhonderddrieëntwintig euro en eenenveertig cent).
Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1095 dagen.
Deze beslissing is gewezen door mr. M.C. Fuhler, mr. M.C. van Linde en mr. A.F. van Kooij, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 3 april 2026.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit tenzij anders vermeld - de pagina’s van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2021139325 d.d. 28 april 2022 (onderzoek MERGEL /NN1R021094).
2.Proces-verbaal van doorzoeking d.d. 8 februari 2022, dossierpagina 4047 e.v
3.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2022, dossierpagina 5874 e.v.
4.Proces-verbaal van doorzoeking d.d. 9 februari 2022, dossierpagina 4121 e.v.
5.Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 februari 2022, dossierpagina 2089 e.v.
6.Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 februari 2022, dossierpagina 2089 e.v.
7.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 mei 2022, dossierpagina 5041 e.v.
8.Proces-verbaal van doorzoeking d.d. 24 mei 2021, dossierpagina 4346 e.v.
9.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 februari 2022, dossierpagina 4311 e.v
10.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 oktober 2022, dossierpagina 6101 e.v.
11.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 februari 2022, dossierpagina 4311 e.v.