Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:1987

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
21-001561-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 3 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 33 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor handel in soft- en harddrugs en bezit van wapennabootsingen

Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk bereiden, verkopen en aanwezig hebben van diverse drugs, waaronder 3-MMC, cocaïne, MDMA en andere middelen, gedurende een periode van bijna 2,5 jaar. Tevens werd hij schuldig bevonden aan het bezit van twee wapennabootsingen die geschikt waren voor bedreiging.

Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij het de straf matigde tot vijf maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Het hof hield rekening met de ernst van de feiten, de lange duur van de handel, en het feit dat verdachte militair is, wat extra gewicht gaf aan de integriteitsschending.

Daarnaast werd het in beslag genomen geldbedrag van €6.055 verbeurd verklaard, omdat het hof aannam dat dit bedrag uit de drugshandel afkomstig was. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. Het hof wees het verzoek van de raadsman af om een voorwaardelijke straf op te leggen, gezien de ernst en omvang van de feiten.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf en verbeurdverklaring van €6.055 wegens drugshandel en bezit van wapennabootsingen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001561-25
Uitspraakdatum: 2 april 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de militaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de militaire kamer van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 24 maart 2025 met parketnummer 05-061779-24 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [gemeente] ,
wonende te [postcode] [plaats] , [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de militaire kamer van de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat er op de zitting van zitting van het hof van 19 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. E.A. Breetveld, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De militaire kamer in de rechtbank Gelderland heeft verdachte bij vonnis van 24 maart 2025 ten aanzien van de tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden (met aftrek van voorarrest). De militaire kamer heeft het inbeslaggenomen geldbedrag van € 6.055,- verbeurd verklaard.
Het hof legt aan verdachte een andere straf op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de militaire kamer van de rechtbank Gelderland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2021 tot 2 april 2024 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een stof bevattende 3-MMC, zijnde 3-MMC een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij in of omstreeks de periode van 13 oktober 2019 tot 2 april 2024 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of 2C-B (4-bromo-2,5-dimethoxyfenetylamine) en/of XTC (3,4-methyleendioxymethamfetamine, MDMA) en/of 4-MMC (4-methylmethcathinon), zijnde cocaïne en/of 2C-B en/of XTC en/of 4-MMC een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op of omstreeks 2 april 2024 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,92 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 285,67 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.
hij op of omstreeks 2 april 2024 te [plaats] een of meer wapens van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk - een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen, namelijk met een pistool van het merk Colt, model [type] en/of - een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen, namelijk met een pistool van het merk Glock, model [type] , voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2021 tot 2 april 2024 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen,
althans eenmaal, (telkens
)opzettelijk heeft
bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/ofverkocht en
/ofafgeleverd en
/ofverstrekt
en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een stof bevattende 3-MMC, zijnde 3-MMC een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij in of omstreeks de periode van 13 oktober 2019 tot 2 april 2024 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen,
althans eenmaal, (telkens
)opzettelijk heeft
bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/ofverkocht en
/ofafgeleverd en
/ofverstrekt
en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en
/of2C-B (4-bromo-2,5-dimethoxyfenetylamine) en
/ofXTC (3,4-methyleendioxymethamfetamine, MDMA) en
/of4-MMC (4-methylmethcathinon), zijnde cocaïne en
/of2C-B en
/ofXTC en
/of4-MMC een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op
of omstreeks2 april 2024 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer0,92 gram cocaïne,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïneen
/ofongeveer 285,67 gram MDMA,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en
/ofMDMA
(telkens
)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.
hij op
of omstreeks2 april 2024 te [plaats]
een of meerwapens van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en
/ofdat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk
- een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen, namelijk met een pistool van het merk Colt, model [type] en
/of
- een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen, namelijk met een pistool van het merk Glock, model [type] , voorhanden heeft gehad.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman heeft verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met het de omstandigheid dat het zwaartepunt van de zaak ziet op de verkoop van softdrugs, te weten 3MMC. De raadsman verzoekt daarom om aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, in combinatie met een taakstraf en een geldboete.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna 2,5 jaar beziggehouden met de verkoop van met name softdrugs, te weten 3MMC. Daarnaast heeft verdachte verschillende soorten harddrugs verkocht en voorhanden gehad. De handel in soft- en harddrugs dient krachtig te worden bestreden. Het is een feit van algemene bekendheid dat drugs serieuze gezondheidsschade kunnen berokkenen aan de gebruikers daarvan en kunnen leiden tot ernstige verslavingsproblematiek. Bovendien gaan de handel en het gebruik van drugs in veel gevallen gepaard met allerlei vormen van andere criminaliteit. Het Hof rekent het verdachte in het bijzonder aan dat hij als militair heeft gehandeld in strijd met de waarden en normen van de krijgsmacht. Van militairen wordt integriteit, discipline en betrouwbaarheid verwacht. Het handelen in en het gebruiken van verdovende middelen staan hier haaks op en ondermijnen het vertrouwen in de krijgsmacht en de operationele inzetbaarheid. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet Wapens en Munitie door twee nabootsingen van vuurwapens voorhanden te hebben. Deze nabootsingen leken zodanig op vuurwapens, dat deze nabootsingen voor bedreiging en afdreiging geschikt waren.
Het hof heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 februari 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Hoewel verdachte een blanco strafblad heeft en het hof oog heeft voor de gevolgen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor verdachte, is het hof van oordeel dat een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onvoldoende recht doet aan de ernst van de strafbare feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat verdachte zich gedurende een lange periode bezig heeft gehouden met de verkoop van verdovende middelen en dat hij alles bij elkaar een flinke hoeveelheid verdovende middelen heeft verkocht.
Het hof acht, alles afwegende, de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, passend en geboden en het zal deze straf dan ook opleggen.

Beslag

Het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geld behoort aan verdachte toe. Het hof acht het niet aannemelijk geworden dat dat geld afkomstig is van het huwelijk van verdachte. Naar het oordeel van het hof is het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van in totaal € 6.055,- (geheel of grotendeels) door middel van of uit de baten van de bewezenverklaarde feiten verkregen, zodat dit geldbedrag verbeurd zal worden verklaard.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, de artikelen 33, 33a en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag van in totaal € 6.055,-.
Dit arrest is gewezen door mr. R.H. Koning, mr. S. Bek en commandeur mr. F.E. Venema, militair lid, in aanwezigheid van de griffier mr. M.E. Ruiter en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 2 april 2026.
Commandeur mr. F.E. Venema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 2 april 2026.
Tegenwoordig:
mr. R.H. Koning, voorzitter,
mr. M.C. Polfliet, advocaat-generaal,
mr. A.S. Janssen, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.