Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:1973

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
21-001706-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 24 SrArt. 33 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor intieme terreur: poging zware mishandeling, diefstal met geweld, afpersing en belaging

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland vernietigd en in hoger beroep verdachte veroordeeld voor poging tot zware mishandeling, diefstal met geweld, afpersing en belaging jegens het slachtoffer in de periode van 1 mei 2023 tot en met 8 juli 2023.

De bewezenverklaring omvat een patroon van intieme terreur waarbij verdachte het slachtoffer systematisch mishandelde, controleerde en bedreigde. Het hof baseerde zich op uitgebreide verklaringen van het slachtoffer, forensische rapportages, getuigenverklaringen, WhatsApp-berichten en andere bewijsmiddelen. Het letsel en de gedragingen van verdachte werden als ernstig en stelselmatig beoordeeld.

De strafoplegging bestaat uit 42 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr (contact- en locatieverbod) voor vijf jaar en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr. Daarnaast is een schadevergoeding van €31.397,93 toegewezen aan het slachtoffer. Het hof benadrukte het recidivegevaar en de ernst van de feiten als motieven voor de straf en maatregelen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf, deels voorwaardelijk, met vrijheidsbeperkende maatregelen en een schadevergoeding van €31.397,93 wegens intieme terreur.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001706-25
Uitspraakdatum: 27 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Utrecht, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland , zittingsplaats Utrecht, van 10 april 2025 met parketnummer 16-167998-23 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1979 [geboorteplaats]
wonende te [adres]

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland .

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 13 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.J.R. Roethof, hebben aangevoerd.
Voorts heeft het hof kennisgenomen van hetgeen de [benadeelde] , en haar advocaat mr. A.Y. Bleeker, naar voren hebben gebracht.

Het vonnis

De rechtbank heeft, kort gezegd, verdachte veroordeeld voor
  • poging tot zware mishandeling, meermaals gepleegd,
  • diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,
  • afpersing en
  • belaging
tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van voorarrest.
Voorts heeft de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38v Wetboek van Strafrecht (Sr) opgelegd voor de duur van vijf jaren, inhoudende een contact- en gebiedsverbod. De rechtbank heeft de dadelijke uitvoerbaarheid bevolen van de opgelegde maatregel. Voorts is de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van het bepaalde in artikel 38z Sr opgelegd.
Verder heeft de rechtbank de vordering van de [benadeelde] voor geleden schade deels toegewezen tot een bedrag van € € 28.897,93, (op verzoek van de benadeelde partij) zonder de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Ten slotte heeft de rechtbank beslist op het beslag.
Het hof komt tot een iets andere bewezenverklaring en enigszins andere kwalificatie dan de rechtbank, legt aan verdachte een andere straf op en komt tot een andere beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1. primair
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 8 juli 2023 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen haar meermalen, althans eenmaal,
- tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam heeft geslagen,
- tegen het lichaam heeft geschopt,
- met een knuppel en/of een stok, althans een hard voorwerp tegen het lichaam heeft geslagen,
- met een (oplaad)kabel tegen het lichaam heeft geslagen, en/of
- (met kracht) aan de haren heeft getrokken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
1. subsidiair
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 8 juli 2023 te [plaats] [benadeelde] heeft mishandeld door haar meermalen, althans eenmaal
- tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam te slaan,
- tegen het lichaam te schoppen,
- met een knuppel en/of een stok, althans een hard voorwerp tegen het lichaam te slaan,
- met een (oplaad)kabel tegen het lichaam te slaan, en/of
- (met kracht) aan de haren te trekken;
2. hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 8 juli 2023 te [plaats] , althans in Nederland onder andere meerdere telefoons, een laptop, geld en/of sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- haar meermalen, althans eenmaal tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam te slaan, en/of
- (met kracht) voornoemde goederen uit haar handen te rukken;
3. hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 8 juli 2023 te [plaats] , althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde] heeft gedwongen tot de afgifte van onder andere geld en/of sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [benadeelde] en/of een derde toebehoorde(n), door haar meermalen, althans eenmaal
- tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam te slaan,
- (met kracht) aan de haren te trekken, en/of
- dreigend de woorden toe te voegen "ik ga je vermoorden" en/of "ik ga jouw familie iets aandoen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
4. primair
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 8 juli 2023 te [plaats] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde] , door
- haar veelvuldig (dreigende) berichten te sturen,
- de auto en/of andere (persoonlijke) goederen van die [benadeelde] onder zich te houden, zodat zij hier geen beschikking over had,
- veelvuldig bij haar werk te langs te gaan,
- meermalen, althans eenmaal bedreigingen naar haar te uiten, en/of
- meermalen, althans eenmaal geweld tegen haar te gebruiken
met het oogmerk die [benadeelde] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
4. subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 8 juli 2023 te [plaats] , althans in Nederland een ander, te weten [benadeelde] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, te weten die [benadeelde] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten
- het verbreken van contact met derden,
- het overhandigen van persoonsgegevens van haar en/of haar ouders,
- het afstaan van haar auto aan hem, verdachte, en/of
- het veelvuldig bellen en/of berichten sturen naar hem, verdachte, door meermalen, althans eenmaal
- geweld tegen haar te gebruiken,
- bij haar werk te langs te gaan, en/of - haar dreigend de woorden toe te voegen "ik ga je vermoorden" en/of "ik ga jouw familie iets aandoen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Verzoeken van de verdediging

De raadsvrouw heeft bij aanvang van het onderzoek ter terechtzitting verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden teneinde, kort gezegd,
  • inzage in de in beslag genomen telefoon (het hof begrijpt: een [merk] ) te verkrijgen en aan die telefoon onderzoek te (laten) doen naar eventueel verwijderde videobestanden;
  • verdachte in de gelegenheid te stellen nader bewijs uit die telefoon aan het dossier toe te voegen, in het bijzonder videobeelden, foto’s en berichten die volgens hem van essentieel belang zijn voor een evenwichtige en volledige beoordeling van de zaak;
  • aangeefster te kunnen (doen) horen als getuige.
Het hof heeft voornoemde verzoeken reeds ter terechtzitting afgewezen en die afwijzing aldaar nader toegelicht. De raadsvrouw heeft de bij pleidooi herhaalde verzoeken niet anders gemotiveerd en heeft geen nieuwe omstandigheden ter onderbouwing van die verzoeken aangevoerd dan zij heeft gedaan bij de reeds door het hof afgewezen verzoeken, waardoor het hof de verzoeken om die reden opnieuw afwijst, op de gronden die neerkomen op het volgende.
Het hof heeft het verzoek om inzage te krijgen in de in beslag genomen telefoon (de [merk] ) en daarnaast eventueel de voeging van beelden, foto’s en/of berichten aan het dossier afgewezen. Het beeldmateriaal dat is te zien op de telefoon is in verschillende processen-verbaal beschreven. In één van de processen-verbaal is bovendien aangegeven dat de politie geen vorm van dwang of geweld op de beelden heeft gezien, en dat de sfeer gemoedelijk is te noemen. De raadsvrouw heeft geen specifieke punten aangegeven waarop deze processen-verbaal een onjuiste of onvolledige weergave zouden geven van het beeldmateriaal. Ondanks dat verdachte daartoe meermaals op de zitting is bevraagd en daartoe uitvoerig de gelegenheid is geboden, heeft hij niet aangegeven wat hij concreet met het verkrijgen van de inzage wil aantonen, anders dan hij stelt dat uit die beelden niet zou blijken dat sprake was van – kort gezegd – onvrijwillige seks of stalking. Hij heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid aan te geven wat er niet beschreven zou zijn door de verbalisanten en wat hij wel belangrijk vindt voor het oordeel van het hof. Bezien tegen de achtergrond van hetgeen de verbalisanten over de beelden hebben geschreven (zoals hiervoor benoemd) valt niet in te zien waarom het noodzakelijk is dat het verzoek wordt toegewezen en ook niet waarom het relevant zou zijn beelden of andere informatie uit deze telefoon aan het dossier te voegen. Daarbij merkt het hof nog op dat de verdachte zelf ter terechtzitting heeft verklaard dat hij op deze telefoon geen filmpjes heeft verwijderd, zodat het verzoek van de raadsvrouw om ook te onderzoeken of er verwijderde filmpje op de telefoon zouden staan, reeds om die reden niet noodzakelijk is. Ook verder biedt het dossier geen aanknopingspunten dat deze processen-verbaal niet volledig zijn en dat aanvullend onderzoek relevante informatie zal kunnen opleveren. Van de noodzaak van het gevraagde is dan ook niet gebleken. Het hof wijst het verzoek af.
Over het verzoek aangeefster te horen overweegt het hof als volgt. Aangeefster is op 18 september 2024 uitvoerig door de rechter-commissaris gehoord. Bij dit verhoor was namens verdachte een raadsman aanwezig die ruimschoots de gelegenheid heeft gehad haar te bevragen, ook over het beeldmateriaal dat was aangetroffen op een telefoon, de [merk] , en dat toen al was beschreven in een proces-verbaal van bevindingen van 15 maart 2024 (dossierpagina 493 e.v.). Aangeefster heeft toen alle vragen beantwoord, zelfs de vragen die door de rechter-commissaris waren belet. Zij is een paar keer emotioneel geworden, maar ook dat heeft er niet toe geleid dat zij bepaalde vragen niet kon beantwoorden of niet heeft beantwoord. De verdediging heeft haar verzoek om aangeefster opnieuw te horen niet of nauwelijks onderbouwd. Zij heeft in de kern aangevoerd dat ze nog vragen zou willen stellen over de [merk] waarop filmpjes van seksuele contacten tussen verdachte en aangeefster zouden staan en dat zij aangeefster met eventuele nieuwe informatie wil confronteren. Bezien tegen de achtergrond van het dossier, waaronder hetgeen de verbalisanten over deze filmpjes/ bestanden op de telefoon hebben gerelateerd – zoals hiervoor benoemd –, en in het bijzonder het verhoor van aangeefster bij de rechter-commissaris, leidt die onderbouwing er niet toe dat het noodzakelijk is de aangeefster nogmaals te horen. Ook anderszins is die noodzaak niet gebleken. Het hof heeft daarom het verzoek afgewezen.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal acht de onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit.
Het oordeel van het hof
Hieronder zal het hof de redengevende bewijsmiddelen weergeven en afsluiten met een bewijsoverweging
.
Het hof neemt de hierna
cursiefopgenomen bewijsmiddelen van de rechtbank over en maakt die tot de zijne. Waar nodig heeft het hof taalkundig ondergeschikte aanpassingen in de tekst aangebracht. Waar het hof deze overwegingen heeft aangevuld, is dat duidelijk gemaakt door die aanvulling
vetgedruktweer te geven.
Bewijsmiddelen [1]

1. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 8 juli 2023 (als bijlage op p. 16-19 van het proces-verbaal, genummerd PL0900-2023207500), voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde] :

Plaats delict: [plaats] .
Ik doe aangifte van mishandeling, zware mishandeling, stalking, bedreiging en diefstal met geweld. De verantwoordelijke betreft [verdachte] .
Medio april 2023 kwam ik voor het eerst in contact met verdachte. Na ongeveer een maand, medio mei 2023, deelde verdachte mij mede dat hij gevoelens voor mij had. Vanaf dat moment begon verdachte zich agressief te gedragen richting mij.
Zo noemt hij mij sindsdien zijn ‘vrouw ’ en heeft hij van mij meerdere dingen geëist. Zo moest ik het contact verbreken met mijn vriendinnen en moet ik om de zoveel tijd op hem reageren via de telefoon. Als ik niet direct reageer of luister, dan wordt hij boos. Hij begint mij dan te slaan en bedreigt mij. Zo heeft hij mij al vaak geslagen, in mijn gezicht gespuugd en dingen gezegd als: “ik ga je kapot slaan/dood slaan, dat is dan je verdiende straf”, of woorden van gelijke strekking.
In de nacht van 4 op 5 juli 2023 heeft hij mij meermaals geslagen met een houten knuppel, waar hij een ijzeren kop van een poot van een bed omheen had gebonden. Tevens heeft hij mij geslagen met oplaadkabels, welke hij gebruikte als een zweep.
Diefstal met geweld
In de woning van verdachte (het hof begrijpt: in [plaats] ) heeft hij met geweld mijn privé telefoon, werktelefoon en laptop weggenomen. Hij heeft mij hierbij meermaals geslagen.
2. Het in de wettelijke vormopgemaakt proces-verbaal met betrekking tot de ontvangst van een klacht inzake belagingvan 9 juli 2023 (als bijlage op p. 68-69 van het proces-verbaal, genummerd PL0900-2023207500), voor zover inhoudendeals relaas van verbalisant [naam]:
Ik heb een schriftelijke klacht ontvangen terzake: stalking in de periode van 01-05-2023 t/m 08-07-2023. De klacht werd gedaan door [benadeelde] . De klaagster verzocht uitdrukkelijk om tot vervolging van de mogelijke dader (s) over te gaan.
3. Het in de wettelijke vorm opgemaaktproces-verbaal van verhoor aangevervan 9 juli 2023 (als bijlage op p. 20- 33 van het proces-verbaal, genummerd PL0900-2023207500), voor zover inhoudende alsaanvullende verklaring van [benadeelde]:

C=confrontatie, V=vraag en A= antwoord.

Toen onze relatie veranderde zette hij mij thuis (het hof begrijpt: thuis in [plaats] ) af en ging hij met mijn auto naar zijn huis. Hij zei dan ook wel: dan kan je nergens heen.
Hij belde mij dagelijks onverwachts en meerdere malen op een dag om te controleren of ik werkelijk daar was dat ik had gezegd waar ik was.
Ik ben juf op een basisschoolin [plaats]. Nadat hij onze relatie claimde, kwam hij mij vaak brengen en ophalen. Dan kwam hij in mijn lokaal.
Verandering verstandhouding
C: je hebt verklaard: Na ongeveer een maand, medio mei 2023, deelde de verdachte mij mede dat hij gevoelens voor mij had. Wanneer was dit exact?
A: 30 april 2023.
V: op welke wijze reageerde hij agressief?
A: door geschreeuw en gescheld, vernederende woorden. Toen begon ook het fysieke geweld en de mentale mishandeling. Constant vernederen en kleineren. Het werd ook erger, het bouwde zich op.
Bedreigingen
De bedreigingen gingen geleidelijk, met woorden als: zolang ik leef ben jij van mij. Je moet naar mij luisteren, anders maak ik jouw leven een hel.
Ik voelde me bedreigd, voornamelijk ook omdat het niet alleen naar mij gericht was, maar naar mijn hele gezin. De bedreigingen werden steeds erger.
Eerste geweldsincident
V: kun je de eerste keer herinneren dat hij agressief was tegen jou?
A: Dat was op 5 mei 2023. Hij vond toen dat ik aan het flirten was met een andere man. Toen heeft hij mij klappen gegeven in mijn gezicht, met zijn platte hand.
Ergste geweldsincident
V: kun je een incident omschrijven wat jij als ergste hebt ervaren?
A: die van de afgelopen dinsdag nacht op woensdag van 4 op 5 juli
C: in je aangifte heb je verklaard: Recentelijk, in de nacht van dinsdag 4 op
woensdag 5 juli 2023, heeft hij mij meermaals geslagen met een houten knuppel, waar hij een ijzeren kop van een poot van een bed omheen had gebonden.
V: op welke plek raakte hij jou met deze knuppel?
A: voornamelijk op mijn benen, maar hij raakte ook mijn armen en mijn enkel. Hij sloeg me eigenlijk gewoon waar hij mij maar kon slaan. Ik moest toen op het bed gaan zitten en liggen. Als hij naast mij lag was hij ook aan het trappen en slaan.
Diefstal met geweld
V. Wanneer was de diefstal van de telefoon, werktelefoon en laptop met geweld?
A: periode tussen 1 en 12 mei 2023.
V: Wat voor geweld gebruikte hij daarbij?
A: Klappen met zijn vuisten en met zijn vlakke hand. Hij rukte de laptop uit mijn handen en trok ook de harde schijf eruit en gooide die tegen de muur.
Geld pinnen
A: op een gegeven moment wilde hij dat ik onder dwang geld moest pinnen. De eerste keer dat ik dat moest doen, was op 17 mei 2023. Ik moest meerdere keren geld pinnen. In totaal heb ik 6 x een bedrag van 2.000 euro moeten pinnen. Dus in totaal 12.000 euro.
Toen we in de auto zaten, heeft hij mij heel hard met zijn vuist op mijn gezicht gebeukt. Ik had een bloedneus en een blauw oog hierdoor. Hij trok ook aan mijn haren.
V: hoe kon hij jou daartoe dwingen om je geld op te nemen
A: bedreigingen, dat hij mij anders zou vermoorden, mijn familie wat aan zou doen.
Stalking
C: Je hebt ook al verklaard dat hij je controleerde, door je constant te bellen en je moest laten weten en aantonen waar je was
V: wanneer is dit gedrag begonnen?
A: eigenlijk begon dit toen hij mij claimde, dat wij een relatie hadden. Het werd de laatste tijd veel erger, het moest vaker. Er kwamen ook nieuwe regels bij. Ik mocht eerder eerst naar mijn kamer lopen en hem dan bellen maar de laatste tijd moest ik op de trap wachten tot hij opnam en dan samen naar boven lopen naar mijn kamer. En ook als ik beneden zat, moest ik om de tien minuten, kwartier een bericht sturen en de laatste tijd moest dat een video zijn, of een foto of een voice memo. Ook op school, tijdens het werk werd het vaker.
Hij heeft een sieraad van mij afgepakt en met geweld van mij afgetrokken. Het zijn gouden armbanden, een horloge en een gouden enkelband.
Hij zei: Misschien dat je van klappen leert. Het wordt steeds erger, ik word steeds erger, ik ga door tot het einde met jou, ik heb niks te verliezen, ik vermoord je, ik sla je het ziekenhuis in en daarna, als ik vrij kom, maak ik je dood. Als je naar de politie gaat, dan kom ik toch weer vrij en dan ben ik alleen maar bozer en maak ik je dood en zorg ik er voor dat je hele gezin er aan gaat.
Vinger
A: mijn vinger is waarschijnlijk gebroken, hij trok mij aan mijn haren van de bank af. Ik viel toen op de grond en ik kwam toen op mijn vinger terecht. Hij is nog steeds dik en hard.
Ik heb echt alles op moeten geven voor hem. Mijn vrienden, mijn sport, mijn hobby’s. En ik mocht niet naar een arts voor mijn vinger, ook al zei ik dat hij mee kon. Hij wilde het steeds niet. Hij zei: en als we gaan, dan wil ik je medisch dossier inzien.
Haren
V: wanneer is dat geweest dat hij zoveel haren uit je hoofd heeft getrokken?
A: eigenlijk bij elk geweldsincident.
4. Het in de wettelijke vorm opgemaaktproces-verbaal van verhoor aangevervan 11 juli 2023 (als bijlage op p. 37-41 van het proces-verbaal, genummerd PL0900-2023207500), voor zover inhoudende alsaanvullende verklaring van [benadeelde]
Ik bracht een bezoek aan de huisarts in verband met mijn middelvinger aan mijn rechterhand welke vermoedelijk gebroken is naar aanleiding van één van de mishandelingen door [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte). Tevens heb ik een pijnlijke linkerhand naar aanleiding van de mishandelingen.
Verstopte goederen
Ik vertelde dat er een ladekastje op de slaapkamer staat. Hij rommelde ook vaak in of bij dit kastje.
Noot verbalisant: Ik toonde de aangeefster een foto met daarop de gevonden goederen welke in een holle wand van het voornoemde ladekastje, naast de lades, waren aangetroffen.
Ik herken op de foto de zwarte lederen laptop tas, De Samsung Tab 2 tablet, de HP laptop, de I Phone 13 pro Max telefoon met het rode telefoonhoesje. Ik herken mijn harde schijf in het hoesje en mijn backup USB met het gouden cadeaulint eraan. Ik herken alle goederen die op de foto's staan als mijn eigendom.
5. Het in de wettelijke vorm opgemaaktproces-verbaal van bevindingenvan 9 juli 2023 (als bijlage op p. 56-59 van het proces-verbaal, genummerd PL0900-2023207500), voor zover inhoudende alsrelaas van verbalisanten [naam] en [naam]:
Op 8 juli 2023 zijn wij, verbalisanten, naar de woning van [benadeelde] (het hofbegrijpt: aangeefster) gegaan.
Gedurende de periode dat wij in de woning zijn geweest werd Asmae om de circa 15 minuten gebeld door een persoon, welke volgens [benadeelde] [verdachte](het hof begrijpt: verdachte)betrof. Wij hoorden [verdachte] meermaals schreeuwen over de telefoon richting [benadeelde] . Wij hoorden hem onder andere schreeuwen dat [benadeelde] :
- een kankerhoer was;
- naar boven moest en met hem moest videobellen;
- hem niet moest negeren en moest luisteren;
- moest laten zien waar ze was, ze moest hierbij ook haar ouders filmen en het huis, om te bevestigen dat ze daadwerkelijk in haar woning was.
6. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 4 van het Wetboek van Strafvordering, te weten eenLetselrapportage Forensische Geneeskundevan de GGD, op 8 juli 2023 opgemaakt door [naam] , Forensisch arts GGD regio Utrecht (als bijlage op p. 305-336 van het proces-verbaal, genummerd 20230712130511281)inclusief fotobijlagen van het letsel(p. 337-366), voor zover inhoudende:
Samenvatting letsel
Verspreid over lichaam: hoofd, beide armen, beide benen, rug zijn er onderhuidse bloedingen te zien. Op behaarde hoofdhuid is een kale plek te zien. Op rechterbovenarm een huidbeschadiging.
Past de gemelde toedracht bij het letsel: goed
Toegebracht letsel is gezien spreiding, vorm en locatie van letsel goed mogelijk. Gezien tramline bruising is letsel veroorzaakt door een hard cilindervormig voorwerp waarschijnlijk.
Gezien streepvormig letsel is letsel veroorzaakt door dun snoer, touw, kabel mogelijk (p. 306).
Algemene ontstaanswijze: onderhuidse bloeduitstortingen ontstaan als gevolg van een uitwendig inwerkende botsende dan wel samendrukkende kracht, zoals bijvoorbeeld door slaan, schoppen, duwen, knijpen, geraakt worden door een hard voorwerp of lichaamsdeel, dan wel botsen tegen een hard oppervlak of uitsteeksel (p. 311).
7. Het in de wettelijke vorm opgemaaktproces-verbaal van bevindingen onderzoek telefoon aangeefster, inclusief bijlagen, van 12 juli 2023 (als bijlage op p. 295 - 304 van het proces-verbaal, genummerd 20230712130511281), voor zover inhoudende alsrelaas van verbalisant [naam]:
Betreft geluidsfragment van 8 juli 2023 13:38 uur via Whatsapp van verdachte aan
aangeefster waarin hij dwingend vraagt wat ze aan het doen is. Fragment wordt door hem afgesloten met: "Meldt dit!" (p. 295)
Verdachte stuurt audiobericht naar aangeefster waarin hij geagiteerd vraagt waarom ze niet online is. "Is niet goed" besluit hij (p. 298).
Whatsappgesprek 8 juli tussen verdachte en aangeefster(p. 301-304)
[verdachte] : Juf [benadeelde]
kkkk kood [verdachte] lief aub
Kkkk duivel (...)
Ga jij geluid uit zetten voor mij (..)
Kkkkk hoer
Hoer
Kkkk jood
Naar boven Bel camera
Lief??
Ik ga je slopen
Hoer
Lieff (..)
Je gaat kapot
Klkk hoer
Bel met cameratoezicht
Niet praten
Bovenstaande is een samengevatte weergave van het Whatsappverkeer op 8 juli 2023 tussen aangeefster en verdachte.
8. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weteneen screenshot van bankafschrijvingen van aangeefster(als bijlage op p. 199 van het proces-verbaal, genummerd PL0900-2023207500), voor zover inhoudende:
Een schriftelijk bescheid, zijnde een screenshot van bankafschrijvingen van aangeefster, voor zover inhoudende:
10 juni 2023
Geldmaat - 2.000,00
Geldmaat - 2.000,00
18 mei 2023
Geldmaat - 2.000,00
17 mei 2023
Geldmaat - 2.000,00
Geldmaat - 2.000,00
Geldmaat - 2.000,00
9. Het in de wettelijke vorm opgemaaktproces-verbaal van verhoor getuigevan 10 juli 2023 (als bijlage op p. 44- 49 van het proces-verbaal, genummerd PL0900-2023207500), voor zover inhoudende alsverklaring [naam]:
Ongeveer 3 weken geleden zag ik een blauwe plek op één van haar onderbenen.
Toen [benadeelde] (het hof begrijpt: aangeefster) op een gegeven moment geen hoofddoek thuis droeg, zag ik dat ze kale plekken had op haar hoofd. Dit zag ik ongeveer 3 weken geleden voor de eerste keer.
10. Het in de wettelijke vorm opgemaaktproces-verbaal van verhoor getuigevan 14 juli 2023 (als bijlage op p. 279 – 281 van het proces-verbaal, genummerd 20230712130511281), voor zover inhoudende alsverklaring van [naam]:
Ik ben directeur van de (…)school.. in[plaats] [benadeelde] (het hof begrijpt: aangeefster) was de afgelopen maanden werkzaam was als docente op mijn school.
Het is de laatste tijd opgevallen dat zij met twee telefoons op school was, waarvan er steeds 1 aan leek te staan. Zij had veel contact met (het hofbegrijpt:) verdachte gaf zij aan. Pas is ook (het hofbegrijpt;) verdachte als begeleider meegegaan op schoolreisje. De manier waarop hij daar met haar omging was opdringend.
Hij kwam vaak langs op school en op een gegeven moment steeds vaker na schooltijd. Hij was ook bij haar in het lokaal. Het leek erop alsof ze de hele dag werd gecontroleerd.
11. Het in de wettelijke vorm opgemaaktproces-verbaal van verhoor getuigevan 13 juli 2023 (als bijlage op p. 288 van het proces-verbaal, genummerd 20230712130511281), voor zover inhoudende alsverklaring van [naam]:
Sinds een halfjaar heb ik geen contact meer met [benadeelde] (het hof begrijpt: aangeefster). Zij heeft ons toen geblokkeerd op social media en op de telefoon.
We hebben haar toen gebeld, we kregen (het hofbegrijpt:) verdachte aan de lijn. Toen zei hij dat hij (het hofbegrijpt:) verdachte was en dat [benadeelde] geen contact meer wilde en we moesten geen moeite doen om contact met haar op te nemen.
12. Het in de wettelijke vorm opgemaaktproces-verbaal van bevindingenvan 11 juli 2023 (als bijlage op p. 65-67 van het proces-verbaal, genummerd PL0900-2023207500), voor zover inhoudende alsrelaas van verbalisant [naam]:
Ik ben naar de witte ladekast op de slaapkamer gelopen, heb de lades eruit gehaald en zag dat er links in de kast, achter de geleiderails, een zwarte tas was geplaatst.
Ik zag dat er een laptop in zat, een mobiele telefoon, een externe harde schijf een USB stick en een tablet. Aangeefster bevestigde mij dat dit een deel van de ontbrekende spullen waren.
13. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten eenkennisgeving van inbeslagneming, betreffende de houten knuppel(als bijlage op p. 108-109 van het proces-verbaal, genummerd PL0900-2023207500) voor zover inhoudende:
Omstandigheden: deze houten stok is aangetroffen in de woning van verdachte.
Object: slagwapen
Bijzonderheden: houten stok met handvat
14. Het in de wettelijke vorm opgemaaktproces-verbaal van bevindingen betreffende het onderzoek aan de telefoon van aangeefstervan 10 juli 2023 (als bijlage op p. 250-251 van het proces-verbaal, genummerd PL0900-2023207500), voor zover inhoudende alsrelaas van verbalisant [naam]:
In de belgeschiedenis van het apparaat zag ik staan dat de geschiedenis maar terug ging tot aan 3 juli 2023. Tussen 3 juli 2023 en 8 juli 2023 hebben er 141 oproepen plaatsgevonden tussen beide partijen. In nagenoeg alle gevallen ging het om oproepen van aangeefster naar verdachte.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verklaring van aangeefster niet betrouwbaar is, niet kan worden vastgesteld wanneer het letsel is veroorzaakt en dat het letsel ook door – vrijwillige – SM zou kunnen zijn veroorzaakt (feit 1), er geen bewijs is voor een wegnemingshandeling (feit 2), niet is gebleken dat er onder dwang is gepind (feit 3) en niet is gebleken dat verdachte veelvuldig contact heeft gezocht, terwijl aangeefster juist zelf veel heeft gebeld (feit 4). Het hof is van oordeel dat deze verweren hun weerlegging vinden in de bewijsmiddelen en de bewijsoverweging van de rechtbank. Het hof neemt het hierna cursief opgenomen deel van de overwegingen van de rechtbank daarom over. Het gebruik van de woorden ‘de rechtbank’ heeft het hof niet aangepast, zodat waar deze woorden worden gebruikt, de woorden ‘het hof’ dienen te worden gelezen. Aanvullingen die het hof heeft gedaan zijn vetgedrukt.
De kern van deze zaak is dat verdachte zich in een periode van ruim twee maanden schuldig
heeft gemaakt aan intieme terreur. Intieme terreur is een lastig te herkennen en zeer ernstig
controlerende vorm van huiselijk geweld, waarbij de controlerende partner zich schuldig
maakt aan psychologische en/of fysieke overmacht. Deze vorm van huiselijk geweld kenmerkt zich door een steeds ernstiger wordend patroon van controle en dwang. In dit geval van intieme terreur valt verdachte vier verschillende strafrechtelijke verwijten te maken, welke verwijten op grond van voornoemde bewijsmiddelen allen bewezen worden verklaard. De rechtbank stelt vast dat verdachte zich in de periode van 1 mei 2023 tot en met 8 juli 2023 meermalen schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling (feit 1 primair), diefstal met geweld (feit 2), afpersing (feit 3) en belaging (feit 4 primair).(…) De feiten hebben (…)zich alle in dezelfde periode afgespeeld en waren(…)gericht tegen hetzelfde slachtoffer (zijnde aangeefster). Tevens hangen de feiten in grote mate met elkaar samen, mede doordat (de dreiging met) geweld door verdachte ten grondslag ligt aan alle feiten. Om deze reden dienen de feiten in samenhang te worden bezien.
Betrouwbaarheid verklaringen aangeefster
Aangeefster heeft zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris meerdere verklaringen
afgelegd over het ten laste gelegde. De rechtbank overweegt dat deze verklaringen uitgebreid en gedetailleerd zijn, en op grond van de inhoud als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt. Aangeefster heeft in de kern en bij herhaling consistent verklaard over de diverse gebeurtenissen die zich in de tenlastegelegde periode hebben afgespeeld.
Daarnaast weegt de rechtbank mee dat de verklaringen van aangeefster op wezenlijke
onderdelen steun vinden in andere bewijsmiddelen in het dossier en daarmee objectief
verifieerbaar zijn. Dit draagt dan ook bij aan de betrouwbaarheid van haar verklaringen. Zo past het letsel dat is waargenomen bij aangeefster tijdens het letselonderzoek bij de verklaring die aangeefster heeft gegeven over het ontstaan van het letsel. Ook wordt de verklaring van aangeefster over de bedreigende en dwingende toon van de berichten van verdachte aan haar bevestigd door de weergave van de Whatsapp-berichten van verdachte aan aangeefster.
De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs en gaat dan ook uit van de juistheid van wat aangeefster heeft verklaard (en daarmee van de feitelijke gebeurtenissen zoals die tenlastegelegd zijn), ook voor zover het onderdelen uit de verklaringen betreffen die niet direct door andere bewijsmiddelen worden ondersteund.
Poging tot zware mishandeling (feit 1 primair)
Aangeefster heeft verklaard dat zij gedurende de tenlastegelegde periode op meerdere
momenten mishandeld is door verdachte. Als ‘ergste mishandeling’ verklaart zij over een
mishandeling in de nacht van 4 op 5 juli 2023, waarbij zij onder andere met een houten knuppel met ijzeren kop en een kabel is geslagen. Verdachte sloeg haar met die knuppel met ijzeren kop waar hij maar kon slaan. Naast dat een vergelijkbare houten knuppel en diverse kabels in de woning van verdachte zijn teruggevonden, vindt de verklaring van aangeefster steun in de uitgebreide letselrapportage van 8 juli 2023 met bijbehorende foto’s. De forensisch arts heeft gezegd dat al het aangetroffen letsel goed past bij de toedracht zoals aangegeven door aangeefster. Op de foto’s bij de rapportage is te zien dat onderhuidse bloeduitstortingen op bijna het hele lichaam zichtbaar zijn. Ook heeft aangeefster verklaard dat zij bij ieder geweldsincident aan haar haren werd getrokken en dat zij in een enkel geval ook aan haar haren van de bank werd getrokken. Op het hoofd van aangeefster zijn ten tijde van de letselrapportage verschillende (grote) kale plekken te zien.
Het samenstel van de mishandelingen, waaronder het diverse keren slaan met een knuppel met ijzeren kop en het meermaals zodanig hard aan de haren trekken dat het slachtoffer grote kale plekken op haar hoofd heeft, levert naar het oordeel van de rechtbank een poging zware mishandeling op. Daaraan staat niet in de weg dat de geweldshandelingen op verschillende momenten in de bewezenverklaarde periode van twee maanden plaats hebben gevonden. Door het slachtoffer in korte tijd veelvuldig te mishandelen op een wijze die het beschreven letsel oplevert, bestaat de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel oploopt. Door het slachtoffer in een kort tijdsbestek ook daadwerkelijk veelvuldig en op verschillende manieren te mishandelen, heeft verdachte de kans daarop ook aanvaard.Het hof voegt hieraan nog toe dat er in het dossier geen enkele aanwijzing is dat het letsel – dat als gezegd goed past bij de door aangeefster gemelde toedracht – door vrijwillige SM is veroorzaakt.
Diefstal met geweld (feit 2)
Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte onder andere telefoons, een laptop en sieraden van aangeefster heeft weggenomen met geweld. Uit haar verklaring blijkt dat zij niet meer in het bezit is van deze goederen en dat (een deel van) deze goederen door verbalisanten werd aangetroffen (op heimelijke plekken) in de woning van verdachte. Zo werden onder andere een telefoons en laptop van aangeefster in een holle wand van een ladekastje in de slaapkamer van verdachte aangetroffen.
Afpersing (feit 3)
Zoals eerder overwogen gaat de rechtbank uit van de juistheid van de verklaringen van
aangeefster. Dat aangeefster onder (dreiging met) geweld geld moest pinnen voor verdachte, en dat dit dus wederrechtelijk was, volgt uit haar verklaring en wordt ondersteund door de screenshots in het dossier van de bankafschriften, waaruit blijkt dat zes keer bij een geldautomaat € 2.000,- is gepind.Dat er daadwerkelijk geweld is gebruikt, blijkt uit de letselrapportage.
Belaging (feit 4 primair)
Uit de genoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte in de tenlastegelegde periode
bedreigende en denigrerende berichten heeft gestuurd naar aangeefster, haar auto gebruikte en andere eigendommen van aangeefster onder zich hield, waardoor zij er niet vrijelijk over kon beschikken. Tevens ging hij veelvuldig langs haar werk om haar te controleren, bedreigde hij haar en haar familie iets aan te doen, eiste hij dat aangeefster het contact met vriendinnen verbrak, eiste hij dat aangeefster zichzelf filmde zodat hij haar kon controleren en mishandelde hij haar. Hieruit volgt de wederrechtelijkheid en stelselmatigheid van zijn gedragingen. De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van deze gedragingen, de omstandigheden waaronder zij hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van aangeefster - naar objectieve maatstaven bezien - zodanig zijn geweest dat sprake is geweest van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer. Dit wordt (extra) ondersteund door het onderzoek aan de telefoon van aangeefster, waaruit volgt dat er in een periode van slechts vijf dagen, van 3 tot 8 juli 2023, alleen al 149 oproepen hebben plaatsgevonden tussen verdachte en aangeefster. Dat de meeste oproepen vanuit aangeefster zijn gekomen, doet hier niet aan af, nu zij hiertoe door verdachte gedwongen werd. Uit angst voor (meer) geweld kwam zij tegemoet aan de behoefte van verdachte om controle en toezicht op haar te houden. De rechtbank merkt dit aan als (af)gedwongen controle en daarmee als dwang.
Het hof verwerpt het tot vrijspraak strekkende verweer van de raadsvrouw in alle onderdelen.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. primair
hij
op een of meerdere tijdstippenin
of omstreeksde periode van 1 mei 2023 tot en met 8 juli 2023 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen haar meermalen,
althans eenmaal,
- tegen het gezicht/hoofd en
/ofhet lichaam heeft geslagen,
- tegen het lichaam heeft geschopt,
- met een knuppel
en/of een stokalthans een hard voorwerp tegen het lichaam heeft geslagen,
- met een (oplaad)kabel tegen het lichaam heeft geslagen, en
/of
-
(met kracht
)aan de haren heeft getrokken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2. hij
op één of meerdere tijdstippenin
of omstreeksde periode van 1 mei 2023 tot en met 8 juli 2023 te [plaats] ,
althans in Nederlandonder andere meerdere telefoons, een laptop
, gelden
/ofsieraden,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [benadeelde]
, in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd
voorafgegaan,vergezeld en
/ofgevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden en/ofgemakkelijk te maken, en
/ofom
, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzijhet bezit van het gestolene te verzekeren, door
- haar meermalen
, althans eenmaal tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaamte slaan, en/of
- (met kracht) voornoemde goederen uit haar handen te rukken;
3. hij
op één of meerdere tijdstippenin
of omstreeksde periode van 1 mei 2023 tot en met 8 juli 2023 te [plaats] ,
althans in Nederlandmet het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door geweld en
/ofbedreiging met geweld [benadeelde] heeft gedwongen tot de afgifte van
onder anderegeld
en/of sieraden, in elk geval enig goed, dat
/die geheel of ten deleaan die [benadeelde]
en/of een derdetoebehoorde
(n), door haar meermalen
, althans eenmaal
- tegen het gezicht/hoofd
, althans het lichaamte slaan,
- (met kracht) aan de haren te trekken, en
/of
- dreigend de woorden toe te voegen "ik ga je vermoorden" en/of "ik ga jouw familie iets aandoen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
4. primair
hij in
of omstreeksde periode van 1 mei 2023 tot en met 8 juli 2023
te [plaats],
althansin Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde] , door
- haar veelvuldig (dreigende) berichten te sturen,
- de auto en
/ofandere (persoonlijke) goederen van die [benadeelde] onder zich te houden, zodat zij hier geen beschikking over had,
- veelvuldig bij haar werk
telangs te gaan,
- meermalen, althans eenmaal bedreigingen naar haar te uiten, en
/of
- meermalen
, althans eenmaalgeweld tegen haar te gebruiken
met het oogmerk die [benadeelde] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

poging tot zware mishandeling.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

afpersing.

Het onder 4 primair bewezenverklaarde levert op:

belaging.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 648 dagen waarvan 300 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal het hof verzocht om een contactverbod en een gebiedsverbod als bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke gevangenisstraf te verbinden. Tevens heeft de advocaat-generaal verzocht om net als de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr aan de verdachte op te leggen in de vorm van een contactverbod met [benadeelde] en een gebiedsverbod voor de straat van het slachtoffer voor de duur van 5 jaren, en deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Daarnaast is de maatregel van artikel 38z Sr gevorderd.
Standpunt verdediging
De raadsvrouw heeft, voor het geval van een bewezenverklaring, onder verwijzing naar de persoonlijke omstandigheden van verdachte een strafmaatverweer gevoerd. Verdachte heeft zijn leven op orde. Hij heeft een eigen woning, hij is vader van zes kinderen en hij moet voor brood op de plank zorgen. Hij werkt fulltime. Verder betreft het oude feiten. De raadsvrouw heeft verzocht om verdachte bij een bewezenverklaring geen langere gevangenisstraf straf op te leggen dan de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Een eventuele lange voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur, is voor verdachte geen probleem. Verdachte heeft de afgelopen tijd tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis al laten zien dat hij geen contact heeft gezocht met het slachtoffer. Hij heeft daar ook geen enkele behoefte aan. Hij probeert in alle rust zijn leven te leven. Daarom heeft de raadsvrouw zich voor wat betreft oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 38v en 38 z gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Oordeel van het hof
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich gedurende ruim twee maanden tegenover aangeefster schuldig gemaakt
aan poging tot zware mishandeling, belaging, afpersing en diefstal met geweld. Verdachte en aangeefster komen begin 2023 voor het eerst met elkaar in contact en niet lang na hun eerste contact heeft verdachte tegen aangeefster gezegd dat hij gevoelens voor haar had. Vanaf dat moment ziet verdachte aangeefster als zijn vrouw en werd aangeefster gedwongen om een aan verdachte ondergeschikte partnerrol aan te nemen. Verdachte werd vanaf dit moment steeds agressiever en heeft aangeefster meerdere malen ernstig mishandeld. Hij ontpopte zich tot iemand die het leven van het slachtoffer kapot maakte, niet slechts door de fysieke mishandelingen, maar ook psychisch, onder meer doordat de verdachte het slachtoffer steeds verder isoleerde van haar naasten. Hier kan met recht gesproken worden van intieme terreur: systematische fysieke en mentale mishandeling achter gesloten deuren.
Dat patroon van controle en dwang werd gedurende de tijd ook steeds erger: zo moest aangeefster een nieuw telefoonnummer aannemen, moest zij elk moment van de dag bereikbaar zijn voor verdachte en moest zij hem continu laten weten en bewijzen waar ze was en wat ze deed. Daarnaast stuurde verdachte onder andere veelvuldig (dwingende) berichten naar aangeefster, hield hij persoonlijke eigendommen van aangeefster - zoals haar auto, telefoon en laptop - onder zich, ging hij veelvuldig langs haar werk om haar te controleren en bedreigde hij haar. In een korte tijd heeft verdachte het leven van aangeefster compleet overgenomen. Verdachte heeft zich daarbij dwingend, controlerend en zeer
gewelddadig gedragen zoals ook blijkt uit de foto’s in het dossier waarop het slachtoffer te zien is terwijl zij van top tot teen onder de blauwe plekken zit. Ook blijkt uit de foto’s dat zij meerdere (grote) kale plekken heeft op het hoofd, die zijn ontstaan doordat verdachte haar met geweld aan haar haren heeft getrokken. Verder heeft zij ondanks herhaaldelijk medisch ingrijpen blijvend letsel aan haar vinger. Uit de verklaring die het slachtoffer ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd, blijkt welke enorme impact dit alles heeft gehad op haar leven en nog steeds heeft. Vanwege de kale plekken op haar hoofdhuid volgt zij nog steeds een intensieve haarbehandeling. Ook heeft zij aan de mishandelingen blijvende littekens overgehouden. Verder is zij gediagnosticeerd met PTSS en volgt zij EDMR-therapie en individuele gesprekstherapie. Inmiddels heeft zij 194 sessies bij de psycholoog gehad en de verwachting is dat zij nog langdurig afhankelijk zal zijn van psychische zorg.
Bij de bepaling van de strafmaat heeft het hof ook gelet op het uittreksel justitiële documentatie van 12 februari 2026 (het strafblad) waaruit blijkt dat de verdachte in het verleden driemaal eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (ook ernstig en soortgelijk) partnergeweld. Een en ander heeft verdachte er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Het hof weegt dit in strafverzwarende zin mee.
Verder heeft het hof gelet op het reclasseringsadvies van 29 maart 2024 en op hetgeen overigens ter terechtzitting omtrent de persoon van de verdachte naar voren is gebracht.
Uit het advies van de reclassering volgt dat sprake is van een patroon waarin verdachte zich niet meewerkend opstelt en een afwijzende houding aanneemt ten opzichte van justitietrajecten. Doordat verdachte ook niet met de reclassering in gesprek wilde, was het voor de reclassering niet mogelijk om verbanden te leggen tussen de bewezenverklaarde feiten en de leefgebieden van verdachte. Ook kan de reclassering de risico’s niet inschatten. De reclassering ziet wel een zorgelijk beeld, waarbij relaties waar verdachte zich in bevindt, zich op eenzelfde manier lijken te ontwikkelen, waarbij controle, dwang en mishandeling vanuit hem centraal lijken te staan. De reclassering heeft geen aanwijzingen voor beschermende factoren en acht interventies gericht op verdachte niet uitvoerbaar omdat verdachte niet meewerkt. Volgens de reclassering moet daarom ingezet worden op de veiligheid van het slachtoffer. Gezien de voortdurende houding van verdachte waarin hij niet meewerkt aan justitietrajecten, adviseert de reclassering geen gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM, artikel 38z Sr) op te leggen. De reclassering adviseert daarom wel een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr.
Verdachte heeft niet mee willen werken aan gedragsdeskundig onderzoek, zoals in het Pieter Baan Centrum, waardoor het hof geen inzicht heeft verkregen in de persoonlijkheidsstructuur van verdachte.
Naar het oordeel van het hof kan gelet op de bewezenverklaarde feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het hof is van oordeel dat, met name gelet op de ernst, intensiteit, duur en impact van het bewezenverklaarde, te weten het ‘systematisch’ mishandelen van het slachtoffer, niet volstaan kan worden met de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf en derhalve ook niet met de door de raadsvrouw bepleite lagere strafmaat. Het hof overweegt daarbij dat van de straf naast vergelding ook een speciaal en algemeen preventief signaal dient uit te gaan. Zeker nu dit de vierde veroordeling van verdachte voor huiselijk geweld is en dit geweld steeds ernstiger lijkt te worden en verdachte niet mee wil werken aan diagnostiek en een eventueel daaruit volgende behandeling ter voorkoming van recidive, gaat het hof ervan uit dat sprake is en blijft van een hoog recidivegevaar. Gedurende de periode dat verdachte gedetineerd is, zal dat gevaar voor herhaling lager zijn. Ook zal een deels voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur dienen om herhaling te voorkomen.
Alles overwegende ziet het hof aanleiding om aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van 3 jaren.
Het hof ziet in hetgeen door de verdediging is aangevoerd omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding om tot een andere of lagere straf te komen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.
Op 28 mei 2025 heeft het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst met ingang van maandag 2 juni 2025 te 09.00 uur tot aan de einduitspraak van het gerechtshof, zijnde 27 maart 2026. Het hof zal daarom de schorsing van de voorlopige hechtenis niet opheffen, nu de voorlopige hechtenis van verdachte vanaf het moment van de uitspraak niet meer geschorst is. Dit betekent dat de voorlopige hechtenis van verdachte op het moment van de uitspraak direct weer hervat wordt.
Oplegging maatregelen
Vrijheidsbeperkende maatregel artikel 38v Sr
Contact- en locatieverbod
Op basis van het verhandelde ter terechtzitting en het voorliggende strafdossier is het hof van oordeel dat – ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten – aan verdachte een maatregel die strekt tot de beperking van de vrijheid als bedoeld in artikel 38v moet worden opgelegd. Deze vrijheidsbeperkende maatregel houdt in dat verdachte op geen enkele wijze, direct of indirect, contact zoekt, maakt of heeft met het slachtoffer. Op die manier kan direct worden ingegrepen als de verdachte contact zou zoeken met het slachtoffer. De maatregel zal – rekening houdend met de in eerste aanleg opgelegde en direct uitvoerbaar verklaarde verboden – in hoger beroep opnieuw worden opgelegd en wel voor de duur van vijf jaren. Elke keer dat verdachte zich niet aan deze maatregel houdt, kan vervangende hechtenis voor de duur van veertien dagen worden toegepast. Daarbij geldt dat de vervangende hechtenis voor een maximale duur van zes maanden kan worden opgelegd en dat toepassing van de vervangende hechtenis verdachte niet ontheft van deze maatregel.
Deze maatregel houdt in
  • een contactverbod, direct en indirect, met [benadeelde] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;
  • een locatieverbod voor:
o het gebied te [plaats] begrensd door een gedeelte van de [adres] , [adres] , [adres] , [adres] , [adres] en [adres] ,
zoals met een rode lijn op de bij dit arrest als bijlage I gevoegde kaart indicatief is omcirkeld.
Gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de persoon van de verdachte acht het hof oplegging van een dergelijke maatregel voor genoemde duur noodzakelijk en proportioneel en kan niet met een kortere duur worden volstaan.
Dadelijke uitvoerbaarheid
Het hof zal opnieuw de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel bevelen, nu er – gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en de persoon van de verdachte waaronder het kennelijk hardnekkige recidivepatroon – ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend zal gedragen ten opzichte van bovengenoemde persoon.
De tijd die de verdachte al onderworpen is geweest aan de door de rechtbank opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel zal bij de uitvoering van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in mindering worden gebracht.
Opheffing dadelijke uitvoerbaarheid rechtbank
Gelet op het voorgaande beslist het hof tot opheffing van het door de rechtbank gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de vrijheidsbeperkende maatregel inhoudend een contact- en locatieverbod.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr
Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) ex art. 38z Sr moet worden opgelegd.
Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van deze maatregel is voldaan. Aan de verdachte wordt voor de bewezenverklaarde feiten – misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon en waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of meer is gesteld – een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.
De maatregel is in het belang ter bescherming van de veiligheid van anderen. Het hof heeft daarbij acht geslagen op de ernst en de aard van de door de verdachte begane feiten. Het hof heeft voorts acht geslagen op de persoon van de verdachte. In dit kader neemt het hof met name in aanmerking dat verdachte in het verleden meerdere malen is veroordeeld voor huiselijk geweld en dat hij niet met de reclassering in gesprek wil en ook verder niks over zichzelf wil vertellen zodat de kans op herhaling van feiten zoals bewezenverklaard hoog is. Dat de reclassering niet heeft geadviseerd om de maatregel op te leggen omdat zij – kort gezegd – niet verwacht dat de verdachte in de toekomst wel wil meewerken maakt dit niet anders. Tegen de tijd dat de verdachte in vrijheid zal worden gesteld zullen de dan bestaande noodzaak en opportuniteit van op te leggen voorwaarden worden beoordeeld door de rechter die op een eventuele daartoe strekkende vordering van het Openbaar Ministerie ex artikel 6:6:23a Sv over tenuitvoerlegging van de maatregel dient te beslissen.

Vordering van de [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 31.397,93 ingediend. Deze bedraagt € 21.397,93 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade.
De rechtbank heeft dit bedrag deels toegewezen tot een bedrag van € 28.897,93, zijnde
€ 21.397, 93 aan materiële kosten en € 7.500,00 aan immateriële schade. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Standpunt openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij volledig wordt toegewezen, zonder de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair verzocht de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de vordering te matigen voor wat betref het immateriële deel.
Oordeel hof
Materiële schade
De opgevoerde posten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk en bovendien inhoudelijk onweersproken. Verder is namens de benadeelde partij op de zitting van het hof voldoende aannemelijk gemaakt dat de benadeelde partij de opgevoerde toekomstige kosten voor haarbehandeling en reiskosten naar de haarkliniek en de psycholoog, nog moet en gaat maken. Het gaat daarbij om een bedrag van € 170,00 voor toekomstige haarbehandeling (van de oorspronkelijk gevorderde – al dan niet toekomstige – kosten ad € 3.060,00 is inmiddels € 2.890,00 ‘verbruikt’) en om € 229,28 aan toekomstige reiskosten (van de oorspronkelijk gevorderde toekomstige reiskosten ad € 586,01 is inmiddels € 356,73 ‘verbruikt’) zo blijkt uit de toelichting die de advocaat per mail van 10 maart 2026 aan het hof heeft verstuurd.
Nu het hof de vordering in zoverre ook niet onrechtmatig of ongegrond acht, is verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.
Immateriële schade
Op basis van het dossier en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt het hof vast dat de benadeelde partij door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden die binnen een van de categorieën van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek valt. Ten aanzien van de aantasting van de benadeelde partij in haar persoon ‘op andere wijze’ overweegt het hof dat sprake is van geestelijk letsel bestaande uit ernstige PTSS klachten die zijn vastgesteld door een psycholoog. Daarnaast is sprake van fysiek letsel, waarvoor zij zich onder medische behandeling heeft moeten stellen en heeft verdachte geld en voorwerpen van haar weggenomen, waardoor zij schade heeft geleden.
Het hof overweegt in aanvulling dat aangeefster gedurende ruim twee maanden geleden heeft onder intieme terreur bestaande uit systematische fysieke en mentale mishandeling. Uit de toelichting op de vordering en hetgeen hiervoor bij de strafmotivering is overwogen blijkt dat het bewezenverklaarde zeer grote gevolgen voor aangeefster heeft gehad en tot op de dag van vandaag heeft. Zij heeft posttraumatische stressklachten opgelopen, is onder behandeling bij een psycholoog en ondergaat langdurige (haar)behandelingen om het letsel wat door verdachte is aangericht te herstellen. Ook heeft zij blijvend fysiek letsel aan de mishandelingen overgehouden.
Het hof houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. In dat kader heeft het hof ook acht geslagen op de zogenoemde Rotterdamse Schaal. Naar maatstaven van billijkheid zal het hof het smartengeld op het gevorderde bedrag van € 10.000,00 vaststellen.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
Het hof zal geen wettelijke rente toewijzen omdat aangeefster expliciet heeft verzocht die niet op te leggen.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof wel de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Beslag

De volgende voorwerpen zijn in beslag genomen en niet teruggegeven:
- 1 STK Gasbrander (G3191127);
- 2 STK Snoer (G3191122);
- 3 STK Kabel (G3195021);
- 1 Telefoontoestel (G3 190773)
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat deze inbeslaggenomen voorwerpen, met uitzondering van de telefoon -conform de beslissing van de rechtbank- verbeurd dienen te worden verklaard en dat de telefoon aan verdachte teruggegeven dient te worden.
De raadsvrouw heeft verzocht om teruggave van het telefoontoestel aan verdachte, nu niet is vastgesteld dat daarmee door verdachte de ten laste gelegde feiten zijn gepleegd.
Het hof overweegt dat het onder 1 primair bewezenverklaarde is begaan met behulp van de inbeslaggenomen en niet teruggegeven gasbrander, twee snoeren en drie kabels. Zij behoren de verdachte toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
Ten aanzien van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven telefoontoestel (G3195021) zal het hof de teruggave gelasten aan de rechthebbende, te weten verdachte.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24, 33, 33a, 36f, 38v, 38w, 38z, 45, 57, 285b, 302, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Wijst voornoemde verzoeken af.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
42 (tweeënveertig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Legt op
de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidinhoudende dat de veroordeelde
1. voor de duur van
vijf jarenop geen enkele wijze - direct of indirect, contact zal opnemen, zoeken of hebben met
-met [benadeelde] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;
2. voor de duur van
vijf jarenzich niet zal ophouden in de navolgende gebieden:
het gebied te [plaats] begrensd door een gedeelte van de [adres] , [adres] , [adres] , [adres] , [adres] en [adres] in [plaats] , zoals met een rode lijn op de bij dit arrest als bijlage I gevoegde kaart indicatief is omcirkeld.
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 14 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van 6 maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Heft op het bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 10 april 2025 met parketnummer 16-167998-23 gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van het opgelegde gebiedsverbod en contactverbod.
Beveelt dat de tijd die de verdachte al onderworpen is geweest aan de door de rechtbank opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel bij de uitvoering van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in mindering zal worden gebracht.
Beveelt daarnaast dat de vervangende hechtenis die eventueel al is tenuitvoergelegd, eveneens bij een eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis in mindering wordt gebracht.
Legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering van de [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de [benadeelde] ter zake van het onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 31.397,93 (eenendertigduizend driehonderdzevenennegentig euro en drieënnegentig cent) bestaande uit € 21.397,93 (eenentwintigduizend driehonderdzevenennegentig euro en drieënnegentig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde] , ter zake van het onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 31.397,93 (eenendertigduizend driehonderdzevenennegentig euro en drieënnegentig cent) bestaande uit € 21.397,93 (eenentwintigduizend driehonderdzevenennegentig euro en drieënnegentig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 162 (honderdtweeënzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1 STK Gasbrander (G3191127);
- 2 STK Snoer (G3191122);
- 3 STK Kabel (G3195021).
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- 1 STK Telefoontoestel (G3 190773).
Stelt vast dat de schorsing van de voorlopige hechtenis vanaf 27 maart 2026 is opgeheven.
Afbeelding
Dit arrest is gewezen door mr. L.G.J.M. van Ekert, T. de Bont en mr. J.A.M. Kwakman, in aanwezigheid van de griffier mr. J.P. Fuchs-van Dis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 27 maart 2026.

Voetnoten

1.Wanneer hierna onder bewijsmiddelen 1 tot en met 14 wordt verwezen naar paginanummers zijn dit - tenzij anders aangegeven - pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het