Uitspraak
[de minderjarige] ,
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de kinderrechter
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift, ontvangen op 19 januari 2026;
- het verweerschrift van de raad.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kinderrechter in de rechtbank Gelderland heeft op 22 oktober 2025 een minderjarige onder toezicht gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin verleend, beide tot 22 oktober 2026. De moeder is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan, maar heeft haar bezwaren tegen de ondertoezichtstelling ingetrokken en richt zich alleen op de uithuisplaatsing.
De moeder betoogt dat de uithuisplaatsing onterecht is omdat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar minder ingrijpende alternatieven en een concreet plan ontbreekt. Zij stelt dat de minderjarige in een loyaliteitsconflict zit en dat ondersteuning thuis mogelijk is. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling stellen dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is vanwege ernstige zorgen over huiselijk geweld en een verstoorde relatie tussen moeder en kind.
Het hof heeft de stukken bestudeerd, de minderjarige gehoord en de zitting gehouden op 3 maart 2026. Het hof sluit zich aan bij de motivering van de kinderrechter en oordeelt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is. De minderjarige verblijft sinds november 2024 bij netwerkpleegouders waar het goed met haar gaat. De relatie met de moeder is ernstig verstoord en er is geen constructief contact. De moeder toont onvoldoende inzicht en medewerking aan hulpverlening. Gezien de ernst van de problematiek is een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar passend.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kinderrechter en wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige tot 22 oktober 2026.