ECLI:NL:GHARL:2026:1918
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht over drugs in woning
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken wegens het aanwezig hebben van amfetamine en MDMA in zijn woning. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis en spreekt verdachte vrij.
De politie betrad de woning op 10 november 2020 met een mondelinge machtiging van de rechter-commissaris, die later schriftelijk werd bevestigd. De verdediging stelde dat sprake was van een onherstelbaar vormverzuim omdat geen schriftelijke machtiging vooraf was getoond, maar het hof oordeelde dat het binnentreden rechtmatig was en bewijsuitsluiting niet aan de orde was.
Het hof overwoog dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de drugs die in een afgesloten kluis in zijn slaapkamer werden aangetroffen. Verdachte zat in een rolstoel en anderen hadden toegang tot zijn woning en mogelijk tot de kluis. Het hof achtte het alternatieve scenario van verdachte aannemelijk genoeg om twijfel te rechtvaardigen.
De in beslag genomen voorwerpen, waaronder MDMA, speed, 3MMC en een patroon voor een vuurwapen, worden onttrokken aan het verkeer. Diverse pasjes worden in bewaring gegeven ten behoeve van de rechthebbenden. De overige voorwerpen worden aan verdachte teruggegeven.
Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en doet opnieuw recht door verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de drugs in zijn woning.