Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:1917

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
21-003437-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WvSrArt. 14a WvSrArt. 14b WvSrArt. 14c WvSrArt. 22c WvSr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor oplichting door verblijf in vakantievilla zonder betaling

Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor oplichting omdat zij een vakantievilla gebruikte zonder het verschuldigde bedrag van €3.770,50 te betalen. Het hof stelde vast dat verdachte met listige kunstgrepen het vakantiepark heeft bewogen tot het verlenen van de dienst, terwijl zij nooit de intentie had te betalen.

De feiten betreffen een verblijf van 12 tot en met 23 augustus 2022, waarbij verdachte bij het inchecken een screenshot van een betaling toonde die nooit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Ondanks herhaalde toezeggingen en het achterlaten van €500 borg, bleef de betaling uit. Verdachte vertrok plotseling vanwege een vermeende medische noodsituatie.

Het hof verwierp het verweer dat sprake was van een misverstand of betalingsproblemen en achtte de verklaring van verdachte ongeloofwaardig. Verdachte had geen middelen om te betalen en handelde met het oogmerk zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand op met een proeftijd van 3 jaar en een taakstraf van 80 uur, te vervangen door 40 dagen hechtenis.

Daarnaast werd de vordering van het vakantiepark tot schadevergoeding gedeeltelijk toegewezen tot €3.350,50. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd om redenen van doelmatigheid en het hof deed opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand, taakstraf en gedeeltelijke schadevergoeding wegens oplichting.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003437-24
Uitspraakdatum: 30 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 14 juni 2024 met parketnummer 18-014102-24 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

ook genaamd [verdachte]
geboren op [geboortedatum] 1967 in [geboorteplaats] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 16 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde;
  • oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis;
  • toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 3.350,50, afwijzing van de vordering voor het overige.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en haar raadsman, mr. M.W.J. Rosendaal, hebben aangevoerd.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft bij vonnis van 14 juni 2024, waartegen het beroep is gericht, verdachte ter zake van het aan haar ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. De politierechter heeft de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 3.350,50 en de vordering voor het overige afgewezen.
Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij, in of omstreeks de periode van 12 tot en met 23 augustus 2022 te [plaats] en/of te [plaats] , althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [vakantiepark] en/of [getuige] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een verblijf in een vakantievilla, door een medewerker van voornoemd vakantiepark te vertellen dat zij de betaling van voornoemd verblijf via haar bankrekening had voldaan en hiervan een foto/screenshot te tonen en/of dat de betaling zou worden overgemaakt door haar, verdachtes, dochter en/of dat de betaling zou worden geregeld.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit, nu verdachte niet het oogmerk had op wederrechtelijke bevoordeling. Zij heeft altijd de intentie gehad om het vakantiepark te betalen.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is en twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid daarvan. Op grond van de tot het bewijs gebruikte bewijsmiddelen stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op vrijdag 12 augustus 2022 arriveert verdachte met haar gezelschap op [vakantiepark] (hierna: het vakantiepark) te [plaats] . De dag ervoor is er een villa gereserveerd voor de periode van 12 augustus tot en met 26 augustus 2022 voor een (totaal)bedrag van € 3.770,50. Het bedrag moet vooraf worden betaald, namelijk op 11 augustus 2022. Verdachte geeft bij het inchecken op 12 augustus 2022 aan dat zij het geld voor de geboekte vakantievilla heeft overgeboekt en toont daarbij een overschrijving op haar telefoon. De receptiemedewerker gaat hiermee akkoord, omdat het vaker voorkomt dat het geld nog niet meteen op de rekening van het vakantiepark staat.
De volgende dag komt verdachte, bij het vakantiepark bekend als “ [verdachte] ”, terug bij de receptie met de vraag of het geld al binnen is. Dit is niet het geval. Verdachte geeft aan dat de betaling door haar bank is tegengehouden omdat deze als frauduleus werd beschouwd. Dit ging zo een aantal dagen door.
Op vrijdag 19 augustus 2022 komt verdachte weer bij de receptie. Verdachte vertelt dat ze bij de bank is geweest en dat de betaling over 2 werkdagen moet zijn afgerond volgens de bank. Verdachte laat € 500,00 achter als onderpand, een kopie van een paspoort van haar vader [naam] , en een screenshot van de betaling die ze opnieuw had gedaan.
Op maandag 22 augustus 2022 heeft aangever weer contact gehad met verdachte omdat het geld nog niet op de rekening stond. Verdachte zou het regelen.
Op dinsdag 23 augustus 2022 blijkt de betaling nog steeds niet te zijn gedaan. Verdachte geeft aan dat zij haar dochter het geld zal laten pinnen en zij zou het diezelfde middag tussen 14:00 en 15:00 uur brengen. Vervolgens verlaat verdachte met haar gezelschap om ongeveer 13:30 uur het park. Zij meldt telefonisch dat zij snel zijn vertrokken vanwege een dringende medische situatie. Weer geeft verdachte aan dat de betaling geregeld zou worden. Vervolgens heeft aangever nogmaals met verdachte gebeld en de afspraak gemaakt dat het bedrag voor 20.00 uur die avond op de rekening zou staan. Verdachte zei toen dat het die avond voor 20.00 uur door haar dochter zou zijn overgemaakt. De betaling voor de vakantievilla is door aangever uiteindelijk nooit ontvangen.
De boeking was gedaan op naam van “ [verdachte] , geboren op [geboortedatum] , [geboorteplaats] , [e-mail adres] .
Verdachte heeft bij de politie bevestigd dat zij contact heeft gehad met de receptie van het vakantiepark en heeft verklaard dat haar [vriendin verdachte] het totaalbedrag voor de reservering op haar rekening heeft overgemaakt, dat verdachte het geld op haar bankrekening van de Triodosbank heeft gekregen en dat zij het geld gelijk heeft overgemaakt op de rekening van het vakantiepark. Volgens verdachte heeft de bank het geld in reservering gehouden. Volgens verdachte was het niet haar intentie om niet voor het gebruik van de vakantievilla te betalen.
Op de terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte deze verklaring gedeeltelijk herhaald, maar na vragen van het hof haar verklaring op onderdelen telkens aangepast.
Het hof acht de verklaring van verdachte niet geloofwaardig en gaat daaraan voorbij.
Uit onderzoek naar de bankgegevens van verdachte blijkt namelijk dat het bedrag dat zij aan het vakantiepark moest betalen nooit op haar rekening heeft gestaan en/of daarvan is afgeschreven.
Het hof leidt uit deze feiten en omstandigheden af dat verdachte nooit de intentie heeft gehad om het verblijf in de vakantievilla te betalen. Integendeel, verdachte is nooit in staat geweest de betaling te doen. Het hof betrekt bij haar oordeel dat verdachte, haar man en haar vader ten tijde van het ten laste gelegde woonden bij een vriendin, omdat zij niet zelf over een woning beschikten. Verdachte heeft geen werk, ontvangt een uitkering en heeft schulden. Verdachte heeft samen met die vriendin en diens (toenmalige) partner, de man van verdachte en de vader van verdachte en honden in de vakantievilla verbleven, waarvoor op 11 augustus 2022 een bedrag van € 3.770,50 moest zijn betaald. Haar vriendin en diens (toenmalige) partner waren net uit de schuldsanering. Verdachte heeft de villa vlak voor het daadwerkelijke inchecken geboekt, hierdoor was het niet ongebruikelijk dat het te betalen bedrag bij het vakantiepark nog niet binnen was. Zowel bij het inchecken op 12 augustus 2022 als op 19 augustus 2022 heeft verdachte vervolgens een screenshot van een zogenaamde overschrijving aan het vakantiepark getoond. Het kan niet anders dan dat verdachte toen heeft geweten dat zij niet beschikte over voldoende middelen om het verblijf in de villa te betalen. Door die screenshots te tonen en door meermalen te zeggen dat de betaling door haar en/of haar dochter zou worden geregeld heeft verdachte zich voorgedaan als een bonafide klant. Toen de gesprekken met het vakantiepark indringender werden heeft verdachte op dinsdag 23 augustus 2022 het vakantiepark hals over de kop verlaten.
Naar het oordeel van het hof is het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsmiddelen

De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 23 augustus 2022, opgenomen op pagina 6 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2022221658 d.d. 28 januari 2024, inhoudende de verklaring van [getuige] :
Plaats delict: [plaats]
Ik doe aangifte namens [vakantiepark] . Op 12 augustus 2022 stond mijn zusje, [getuige] , bij de receptie voor de incheck van de klanten. Op een gegeven moment kwam er een vrouw aan de balie en die wilde inchecken. Ze hadden bij mijn zusje ingecheckt en ze lieten een betalingsbevestiging zien. Voor ons is dit voldoende, want het komt wel eens voor dat het door het verschil van de banken het geld nog niet binnen is. Vervolgens zijn de sleutels van de villa overgegeven. De volgende dag kwam de vrouw weer terug met de vraag of het geld al binnen was. Dit bleek niet het geval. Die vrouw, [verdachte] , gaf vervolgens aan dat het geld door haar bank, Triodosbank, werd tegengehouden omdat de overboeking als frauduleus werd gezien. Dit ging zo een aantal dagen door met steeds smoesjes. Afgelopen vrijdag zei ze dat ze bij de bank was geweest in [plaats] ze zei dat de betaling over twee werkdagen moest zijn afgerond volgens de bank. Als onderpand gaf ze ons € 500,00 contant en kregen wij een kopie van een paspoort van een medereiziger genaamd [naam] , geboren op [geboortedatum] en een screenshot van de betaling die ze hadden gedaan.
Gisteren, 22 augustus, hebben wij weer contact met [verdachte] gehad omdat het geld nog niet op de rekening stond. Volgens haar zou ze het regelen. Vanochtend is er weer contact geweest en [verdachte] gaf aan dat de betaling vanmiddag, 23 augustus, geregeld zou zijn. Ze zou haar dochter laten pinnen en die zou het dan tussen 14:00 en 15:00 uur brengen. Vervolgens kregen wij omstreeks 13:30 uur een telefoontje dat ze hals over kop waren vertrokken. De betaling zou geregeld worden gaf ze aan.
Vervolgens hebben wij alle papieren nog eens goed nagekeken. Hier ontstond bij ons ook veel verwarring en hadden wij het vermoeden dat er iets niet klopte. De boeking was gedaan op naam van [verdachte] , geboren op [geboortedatum] , [geboorteplaats] . Hier stonden ook een emailadres bij vermeld, [e-mail adres] (...).Vanmiddag heb ik nog kort met [verdachte] gebeld. Ik heb toen met haar de afspraak gemaakt dat het bedrag voor vanavond 20:00 uur op de rekening moet staan anders zouden wij aangifte doen. Ze vertelde mij: "Voor vanavond 20:00 uur is het door mijn dochter overgemaakt." Ik vroeg nog naar de naam van de dochter en kreeg het volgende door: ' [naam] .' Nu is het ruim na 20:00 uur en is er nog niks overgemaakt.
2. Een schriftelijk bescheid, te weten een boekingsbevestiging d.d. 11 augustus 2022, opgenomen op pagina 16 e.v. van voornoemd dossier:
Vakantieverblijf: 12-pers. bungalow [type] .
Periode: aankomst vrijdag 12-08-22, vertrek vrijdag 26-08-2022.
Reisgezelschap: 2 huisdieren, 6 personen.
Nog te betalen: € 3.770,50
Betalen voor: donderdag, 11-08-2022
3. Een schriftelijk bescheid, te weten een reserveringsmemo d.d. 23 augustus 2022, opgenomen op pagina 18 e.v. van voornoemd dossier:
[naam] – vr 12 aug 2022 10:12:34
Gasten hebben gebeld, hebben handmatig het bedrag overgemaakt, niet via de betaallink. Nemen betalingsbewijs mee.
[naam] – di 16 aug 2022 13:33:11
Meerdere keren financiële administratie gebeld. Nu blijkt dat de bank (trio) de betaling heeft tegengehouden. Vandaag vrijgegeven. Betaling moet er morgen zijn.
[getuige] – wo 17 aug 2022 11:06:02
Mevrouw belde dat ze langs de bank is geweest. Betaling was tegengehouden en nu inmiddels doorgezet. Verwacht de betaling vandaag of morgen binnen te hebben.
[getuige] – vr 19 aug 2022 11:29:27
19-8-22 betaling opnieuw gedaan. Mevrouw heeft € 500,00 achtergelaten op kantoor, krijgt dit direct terug als de betaling binnen is. Bank zegt dat dit 1-2 werkdagen kan duren.
De bank had de betaling naar mevrouws zeggen tegengehouden omdat deze als dubieus werd gezien.
[naam] – di 23 aug 2022 15:17:05
Gasten belden in de ochtend, toen nog niet betaling binnen. Afspraak gemaakt dat ze om 15:00 op de receptie komen om een betaling contant te doen.
Om 13:00 uur belden ze dat ze net gehoord hadden dat ze ongeneeslijk ziek is en meteen naar het ziekenhuis moest. Vertrokken en de sleutel in de deur laten zitten. Al met al geen geld. Mevrouw geeft aan dat haar dochter de overboeking gaat doen.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 december 2022, opgenomen op pagina 32 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [verdachte] :
O: Ik zag dat je woont op de [woonplaats]V: Met wie woon je daar?A: Ik woon bij een vriendin. Mijn man, mijn vader en ik hebben sinds een jaar geen woning.
V: Wat zijn je inkomsten?A: WAO uitkeringV: Heb je geldschulden?A: Ja maar geen overkombare.
O: Afgelopen zomer, in augustus heb je een vakantiewoning gereserveerd bij " [vakantiepark] ", gevestigd aan de [straat] te [plaats] .
A: Dat heeft mijn vriendin gedaan.V: Wie is je vriendin?A: [vriendin verdachte] . Bij haar woon ik.
V: In welke periode zou je in de vakantiewoning verblijven?A: We zouden twee weken in de woning verblijven.
V: Hoeveel geld is er bij de reservering overgemaakt?A: Door [vriendin verdachte] is het totaal bedrag van 3770,50 met 300 euro borg op mijn rekening overgemaakt. De reden hiervoor was dat [vriendin verdachte] en haar man één bankpas hebben. Ze zijn ook net uit de schuldsanering. Ik heb het geld op mijn bankrekening van de Triodosbank gekregen. Ik heb toen gelijk het geld overgemaakt op de rekening van “ [vakantiepark] ” vakantieparken. Echter de bank heeft het geld in reservering gehouden.
Bij het inchecken heb ik de overschrijving van de bank laten zien. Het was geen probleem dat wij in de woning zouden gaan. Ik ben de volgende maandag naar de receptie gegaan of het geld er al was. De vrijdag daarna ben ik weer naar de receptie gegaan om te vragen of het geld er was. Omdat het er nog niet was heb ik als borg € 500,00 achter gelaten. Ik heb de dinsdag dat wij zijn vertrokken ook gebeld dat wij zouden vertrekken. 's Middag werd ik door de man van het park gebeld. Hij werd kwaad omdat er nog steeds niet betaald was.
A: We hebben wel gebruik gemaakt van de vakantiewoning, zonder daarvoor te betalen.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 mei 2023, opgenomen op pagina 93 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van [verbalisant] :
Ik kreeg een verstrekking van gegevens van de Triodosbank welke naar aanleiding van een artikel 126 ND Pro Strafrecht-vordering naar mij toegezonden waren. Ik zag dat bij de verstrekking gegevens een overzicht zat met transacties van de rekeningnummers: [rekeningnummer] , [rekeningnummer] , [rekeningnummer] , [rekeningnummer] en [rekeningnummer] . Het overzicht had betrekking op de transacties welke tussen 12 juni 2022 tot en met 12 oktober 2022 vanaf deze rekeningnummers plaats hadden gevonden. Ik zie niet dat [verdachte] het geldbedrag van 3770,50 met 300 euro borg, welke genoemd wordt in het verdachtenverhoor, heeft ontvangen van [vriendin verdachte] . Ik zie het geldbedrag, wat nodig zou zijn voor de betaling, niet op de rekening van [verdachte] staan. Zoals ik zie, is [verdachte] niet in de gelegenheid geweest om het geldbedrag over te maken aan [vakantiepark] .

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van deze wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
zij in de periode van 12 tot en met 23 augustus 2022 te [plaats] , met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [vakantiepark] heeft bewogen tot het verlenen van een dienst, te weten een verblijf in een vakantievilla, door een medewerker van voornoemd vakantiepark te vertellen dat zij de betaling van voornoemd verblijf via haar bankrekening had voldaan en hiervan een foto/screenshot te tonen en dat de betaling zou worden overgemaakt door haar, verdachtes, dochter en dat de betaling zou worden geregeld.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:
oplichting.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting. Zij heeft [vakantiepark] op slinkse wijze bewogen tot het verlenen van een dienst, waardoor zij ruim een week zonder daarvoor het verschuldigde bedrag te betalen in een vakantievilla op het park kon verblijven. Verdachte heeft gehandeld voor haar eigen gewin, ten koste van het vakantiepark, en heeft hiermee financieel nadeel toegebracht.
Het hof heeft bij de strafoplegging gelet op het strafblad van verdachte van 12 februari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het hof neemt in strafverzwarende zin mee dat onderhavig feit is gepleegd, kort na het onherroepelijk worden van een veroordeling ter zake van een eerdere oplichting.
Het hof heeft verder gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die op de zitting van het hof naar voren zijn gekomen.
Alles afwegende acht het hof het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 3 jaren, en een taakstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis, passend en geboden. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient ertoe verdachte ervan te weerhouden wederom strafbare feiten te plegen.

Vordering van de benadeelde partij [vakantiepark]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.430,30 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 3.350,50. De benadeelde partij heeft haar vordering in hoger beroep gehandhaafd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de oorspronkelijke vordering.
Op de zitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Het hof gaat daarbij uit van de kosten zoals de benadeelde partij deze heeft gevorderd. De vordering is onderbouwd met boekingsinformatie en kostenoverzichten. De politierechter heeft de BTW over de werkuren afgewezen, aangezien de benadeelde partij deze kan verrekenen. Het hof is van oordeel dat de politierechter juist heeft beslist en zal diens beslissing op dit punt volgen.
Gelet op het voorgaande zal het hof de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van € 3.350,50. Het hof zal het overige deel van de vordering, te weten een bedrag van € 79,80, afwijzen.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [vakantiepark]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [vakantiepark] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 3.350,50 (drieduizend driehonderdvijftig euro en vijftig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [vakantiepark] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 3.350,50 (drieduizend driehonderdvijftig euro en vijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 33 (drieëndertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 23 augustus 2022.
Dit arrest is gewezen door mr. O. Anjewierden, mr. A.F. van Kooij en mr. F.E.J. Goffin, in aanwezigheid van de griffier mr. G. Krist en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 30 maart 2026.