Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 13 januari 2026 het hoger beroep van appellant tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 23 oktober 2025 behandeld. De rechtbank had het verzoek van de bewindvoerder toegewezen om de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) tussentijds te beëindigen, omdat appellant zijn informatieplicht niet was nagekomen en aanzienlijke nieuwe schulden had laten ontstaan.
Appellant voerde aan dat de informatieplicht overwegend positief was nagekomen en dat de nieuwe schulden grotendeels waren afgelost. Tevens had hij een akkoord aan zijn schuldeisers voorgelegd en verzocht om homologatie daarvan. Het hof oordeelde echter dat appellant niet alle relevante informatie, zoals bankafschriften en belastingaangiften, aan de bewindvoerder had verstrekt en dat de persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren om de schending van de informatieplicht te rechtvaardigen.
Daarnaast constateerde het hof dat appellant nieuwe schulden had laten ontstaan en onvoldoende had aangetoond dat deze volledig waren afgelost. Het aangeboden akkoord was niet kansrijk genoeg om het vonnis van de rechtbank te vernietigen, mede vanwege onvolledige informatie aan schuldeisers en twijfels over de juistheid van de inkomensgegevens.
Het hof wees het verzoek van appellant om verwijzing naar de rechtbank voor homologatie of eigen homologatie af en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, waardoor de wsnp vier weken na het in kracht van gewijsde gaan van dit arrest zal eindigen.