ECLI:NL:GHARL:2026:1771

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
200.361.083/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 lid 1 onder a en b BWArtikel 3 Verdrag inzake de rechten van het kindArtikel 20 Verdrag inzake de rechten van het kind
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezag moeder wegens bedreiging ontwikkeling minderjarige

De rechtbank Gelderland heeft op verzoek van de raad voor de kinderbescherming het gezag van de moeder over de minderjarige beëindigd. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing, maar het hof Arnhem-Leeuwarden heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

De minderjarige is sinds 2023 uithuisgeplaatst en woont bij een gecertificeerde instelling. Er is sprake van een ernstig verstoorde verstandhouding tussen de ouders, waardoor de minderjarige klem zit en haar ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. De moeder heeft al jaren geen contact meer met de minderjarige, wat het nemen van gezagsbeslissingen bemoeilijkt en schadelijk is voor het kind.

Het hof oordeelt dat het belang van de minderjarige voorop staat en dat het gezag van de moeder moet worden beëindigd omdat zij de verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn kan hervatten. Het verzoek van de moeder om een deskundige te benoemen voor nader onderzoek wordt afgewezen omdat dit het belang van de minderjarige schaadt en de periode van onzekerheid verlengt.

De gezagsbeëindiging van de moeder zal naar verwachting rust en duidelijkheid brengen voor de minderjarige en ruimte scheppen voor contactherstel. Het gezag van de vader blijft ongewijzigd in stand. Het hof benadrukt dat de gecertificeerde instelling de minderjarige zal informeren over de beschikking.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over de minderjarige wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.361.083
zaaknummer rechtbank 449300
beschikking van 24 maart 2026
over de beëindiging van het gezag van de moeder over [de minderjarige1]
in de zaak van
[verzoekster](de moeder)
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. F. Pool
en
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
die is gevestigd in Arnhem
en
[belanghebbende](de vader)
die woont in [woonplaats2]
en
de gecertificeerde instelling
Stichting Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering(de GI)
die is gevestigd in Utrecht

1.1. Samenvatting

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft op verzoek van de raad het gezag van de moeder over [de minderjarige1] beëindigd. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn de ouders van [de minderjarige1] . [de minderjarige1] is geboren [in] 2009.
2.2.
De ouders hadden tot aan de beschikking van de rechtbank samen het gezag over [de minderjarige1] .
2.3.
[de minderjarige1] stond van 14 juni 2016 tot 14 juni 2020 onder toezicht van de GI. [de minderjarige1] staat sinds 13 oktober 2020 weer onder toezicht van de GI.
2.4.
[de minderjarige1] is op 25 januari 2023 met een machtiging van de kinderrechter uithuisgeplaatst. Zij woont vanaf 26 april 2023 bij [naam1] in [plaats] . Recent is zij verhuisd naar een andere locatie van [naam1] , waar zij een traject richting zelfstandig wonen doorloopt.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De raad heeft de rechtbank verzocht het gezag van de moeder te beëindigen.
3.2.
De rechtbank heeft het verzoek van de raad toegewezen. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 30 juli 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De moederis het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt. Zij verzoekt het hof subsidiair om een deskundige te benoemen om een onderzoek te doen.
4.2.
De raadwil dat de beslissing in stand blijft.
4.3.
De vaderis het eens met de beslissing van de rechtbank. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank in stand laat.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.4.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift ontvangen op 29 oktober 2025
  • het verweerschrift van de raad
  • de stukken van de vader ingediend op 17 december 2025
  • de stukken van de moeder ingediend op 6 februari 2026
  • de stukken van de moeder ingediend op 18 februari 2026
4.5.
[de minderjarige1] heeft een brief geschreven
.Zij heeft verteld wat zij vindt van de beëindiging van het gezag van de moeder.
4.6.
De zitting bij het hof was op 24 februari 2026. Aanwezig waren:
  • de moeder met haar advocaat
  • een vertegenwoordiger van de raad
  • de vader
  • een vertegenwoordiger van de GI

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De rechter kan het gezag van een ouder beëindigen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Daarbij moet duidelijk zijn dat de ouder de verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn weer zelf op zich kan nemen. De aanvaardbare termijn is de periode van onzekerheid, die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade in zijn ontwikkeling op te lopen. De rechter kan het gezag van een ouder ook beëindigen als de ouder het gezag misbruikt. [1]
5.2.
Het belang van het kind staat voorop. Een kind dat niet bij zijn ouders kan wonen heeft recht op zekerheid over waar het woont en blijft wonen. [2]
Standpunten
5.3.
De moeder is het niet eens met de gezagsbeëindiging. Zij vindt het juist in het belang van [de minderjarige1] dat het gezag van de moeder behouden blijft. Door de gezagsbeëindiging is de moeder volgens haar alleen maar verder verwijderd geraakt van [de minderjarige1] . Zij vreest dat het nu nooit meer tot contactherstel met [de minderjarige1] zal komen. Volgens de moeder frustreert zij geen gezagsbeslissingen over [de minderjarige1] , maar stelt zij slechts aanvullende vragen omdat ze onvoldoende geïnformeerd wordt over [de minderjarige1] . Omdat de vader het gezag over [de minderjarige1] behoudt moeten de kinderbeschermingsmaatregelen nog steeds verlengd worden. Dat kan dus geen reden zijn om de moeder het gezag te ontnemen. De moeder wil dat een beslissing op het verzoek van de raad wordt aangehouden in afwachting van de uitkomsten van een onderzoek naar ouderverstoting. Volgens de moeder wil [de minderjarige1] wel contact met de moeder, maar weet niemand hoe dit moet worden opgestart. Het beëindigen van het gezag van de moeder heeft volgens haar niet geholpen bij het herstellen van het contact met [de minderjarige1] .
5.4.
De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling bij het hof toegelicht dat hij het belangrijk vindt dat er rust komt voor [de minderjarige1] . Volgens de vader zorgt de gezagsbeëindiging van de moeder voor deze rust. De vader heeft expliciet benoemd dat hij hoopt dat er weer contact komt tussen [de minderjarige1] en de moeder omdat de ontstane situatie niet goed is voor [de minderjarige1] (en ook niet voor [naam2] , de broer van [de minderjarige1] , met wie zowel de moeder als [de minderjarige1] goed contact hebben).
5.5.
Volgens de raad is [de minderjarige1] zeer beschadigd en kwetsbaar door alles wat zij heeft meegemaakt. Er zijn al tien jaar zorgen over het veilig opgroeien van [de minderjarige1] , gerelateerd aan de onderlinge verstoorde verhoudingen tussen de vader en de moeder. De scheiding van de ouders en de strijd tussen hen die nog steeds gaande is, maakt dat [de minderjarige1] in een zeer kwetsbare positie zit. Met de vader heeft [de minderjarige1] op dit moment een fijne band. Het contact tussen [de minderjarige1] en de moeder is volgens de raad erg beschadigd. In de afgelopen jaren is geprobeerd om dit contact te herstellen. Dit is steeds niet goed van de grond gekomen. [de minderjarige1] wil op dit moment helemaal niets met de moeder te maken hebben. [de minderjarige1] merkt dat als er beslissingen over haar genomen moeten worden, dit heel veel tijd in beslag neemt. Voor [de minderjarige1] is dit stressvol en ze heeft hier veel moeite mee. Volgens de raad zal de gezagsbeëindiging van de moeder bij [de minderjarige1] voor rust en duidelijkheid zorgen. Een gezagsbeëindiging van de vader vindt de raad niet in het belang van [de minderjarige1] en heeft de raad daarom indertijd ook niet verzocht. Volgens de raad zal [de minderjarige1] het als verlies ervaren als ook het gezag van de vader wordt beëindigd.
De raad heeft er vertrouwen in dat het contact tussen [de minderjarige1] en de moeder vanuit een situatie van rust, ontstaan doordat de moeder niet langer het gezag over haar uitoefent, kan worden verbeterd.
5.6.
De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling bij het hof verteld dat er geen signalen zijn dat de vader de moeder buitensluit of niet informeert over [de minderjarige1] . Volgens de GI heeft de beëindiging van het gezag van de moeder zoals verwacht rust gebracht bij [de minderjarige1] . De GI maakt zich wel zorgen om het feit dat er geen contact is tussen de moeder en [de minderjarige1] . Volgens de GI krabbelt [de minderjarige1] terug op het moment dat het contact met de moeder te dichtbij komt.
Hoe oordeelt het hof?
5.7.
Net als de rechtbank vindt het hof dat het gezag van de moeder moet worden beëindigd. Het hof vindt ook dat de rechtbank haar beslissing goed heeft uitgelegd en neemt die uitleg daarom over. Het hof vult de uitleg op bepaalde punten nog aan.
5.8.
Ook het hof neemt in aanmerking dat in de afgelopen jaren geen verbetering is gekomen in de ernstig verstoorde verstandhouding tussen de ouders. Het lukt de ouders niet om constructief te communiceren over [de minderjarige1] . Zij verschillen van mening over wat goed is voor haar en [de minderjarige1] zit daardoor nog steeds klem tussen de ouders. Als gevolg hiervan wordt [de minderjarige1] ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Bij [de minderjarige1] is sprake van trauma en kindproblematiek. Mede hierom ligt het perspectief van [de minderjarige1] ook niet meer bij de ouders. De ouders zijn niet meer in staat om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige1] binnen een voor haar aanvaarbare termijn weer zelf op zich te nemen.
5.9.
[de minderjarige1] heeft al jarenlang geen contact meer met de moeder. Het is voor de moeder daardoor lastig om in te schatten wat [de minderjarige1] nodig heeft. Dit heeft tot gevolg dat de moeder veel tijd nodig heeft voor het nemen van gezagsbeslissingen of haar toestemming onthoudt. Dit is schadelijk voor [de minderjarige1] en voor het toch al negatieve beeld dat [de minderjarige1] van de moeder heeft. Door de beëindiging van het gezag van de moeder zal de spanning tussen de ouders en [de minderjarige1] bij het nemen van beslissingen naar verwachting verminderen. Het hof hoopt dat er daardoor ruimte ontstaat voor een positief beeld van [de minderjarige1] over de moeder en voor contactherstel.
Deskundige
5.10.
Op grond van artikel 810a, tweede lid, Rv benoemt de rechter in zaken betreffende de beëindiging van het ouderlijk gezag op verzoek van een ouder en na overleg met die ouder een deskundige, mits dat mede tot beslissing van de zaak kan leiden en het belang van het kind zich daartegen niet verzet.
5.11.
Het hof zal het verzoek van de moeder om een nader onderzoek afwijzen. Het hof is van oordeel dat het toewijzen van het verzoek van de moeder om een deskundige te benoemen voor nader onderzoek in dit geval in strijd is met het belang van [de minderjarige1] , mede nu [de minderjarige1] inmiddels 17 is en het gezag van de moeder (en de vader) van rechtswege al eindigt als [de minderjarige1] 18 wordt. [de minderjarige1] zal betrokken moeten worden in het onderzoek, onder meer om de mogelijkheden van contactherstel tussen de moeder en [de minderjarige1] te onderzoeken. Door een onderzoek wordt bovendien de periode van onzekerheid verlengd en dat is voor [de minderjarige1] zeker niet wenselijk gelet op haar problematiek en behoefte aan duidelijkheid en rust. Om die reden wijst het hof het verzoek van de moeder om nader onderzoek door een deskundige af.
5.11.
De beslissing van de rechtbank zal in stand blijven (worden bekrachtigd). Het hof gaat ervan uit dat de GI [de minderjarige1] informeert over de inhoud van deze beschikking.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland van 30 juli 2025;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, H. Phaff en E.H. Schijven-Bours, bijgestaan door mr. K.E. Vaartjes-de Wit als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.

Voetnoten

1.artikel 1:266 lid 1 onder Pro a en b BW
2.Artikel 3 en Pro artikel 20 Verdrag Pro inzake de rechten van het kind