Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:1763

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
200.357.537
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling zorgregeling na ontbinding geregistreerd partnerschap met verdeling zorg- en opvoedingstaken

De vader en moeder zijn in 2010 een geregistreerd partnerschap aangegaan dat in 2024 is ontbonden. Zij zijn gezamenlijk gezagdragers over drie minderjarige kinderen die bij de moeder wonen. Na beëindiging van een hulpverleningstraject en het ontbreken van overeenstemming over de zorgregeling, stelde de rechtbank in 2025 een voorlopige regeling vast waarbij de kinderen in de even weken bij de vader verblijven met een uitgebreide regeling voor vakanties en feestdagen.

Beide ouders kwamen in hoger beroep met verschillende grieven en verzoeken tot aanpassing van de zorgregeling. Het hof heeft de grieven deels gegrond verklaard en de beschikking van de rechtbank vernietigd. Het hof stelde een nieuwe zorgregeling vast die onder meer voorziet in een weekendregeling met wisselmomenten om 19.00 uur, een gelijkmatige verdeling van de zomervakantie inclusief het scoutingkamp, en een aangepaste regeling voor voorjaars-, herfst-, mei- en kerstvakanties.

Daarnaast is bepaald dat de kinderen tijdens Pasen jaarlijks bij de moeder verblijven om deel te kunnen nemen aan het scoutingkamp, en tijdens Pinksteren bij de vader. Voor Hemelvaartsdag is een gelijkmatige verdeling vastgesteld. Het hof wees het verzoek van de vader om een raadsonderzoek af en compenseerde de proceskosten in hoger beroep. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en stelt een nieuwe zorgregeling vast met een evenwichtige verdeling van zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.357.537
(zaaknummer rechtbank Gelderland 426558)
beschikking van 24 maart 2026
inzake
[verzoeker],
wonende te [woonplaats1] , gemeente [gemeentenaam] ,
verzoeker in het principaal hoger beroep,
verweerder in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. C. Niens,
en
[verweerster],
wonende te [woonplaats2] ,
verweerster in het principaal hoger beroep,
verzoekster in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. C.E. Mulder.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (hierna ook: de rechtbank) van 8 juli 2024 en 30 april 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
De beschikking van 30 april 2025 wordt hierna ook aangeduid als: de bestreden beschikking.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 29 juli 2025;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep met productie;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep;
- een journaalbericht namens de vader van 13 januari 2026;
- een journaalbericht namens de moeder van 30 januari 2026 met een brief en producties;
- een journaalbericht namens de vader van 2 februari 2026 met een brief, houdende een aanvullend verzoek, en producties.
2.2
De hierna te noemen minderjarigen [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] zijn uitgenodigd om hun mening aan het hof kenbaar te maken. [de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben daarvan gebruik gemaakt bij brieven van 11 december 2025 aan het hof. Ook hebben zij op 9 februari 2026 samen, buiten aanwezigheid van de overige belanghebbenden, met een raadsheer van het hof gesproken.
2.3
De mondelinge behandeling heeft op 13 februari 2025 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad).

3.De feiten

3.1
De vader en de moeder zijn [in] 2010 in [woonplaats2] een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan. Bij beschikking van 8 juli 2024 heeft de rechtbank de ontbinding van het geregistreerd partnerschap tussen de ouders uitgesproken. Het geregistreerd partnerschap is op 13 augustus 2024 ontbonden door inschrijving van de beschikking van 8 juli 2024 in de registers van de burgerlijke stand.
3.2
De vader en de moeder zijn de ouders van:
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2010,
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2012 en
- [de minderjarige3] , geboren [in] 2015,
hierna samen te noemen: de kinderen.
De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen, de kinderen wonen bij de moeder.
3.3
Bij beschikking voorlopige voorzieningen van 26 september 2023 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, voor de duur van het geding de volgende regeling ter verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: de zorgregeling) tussen de vader en de kinderen vastgesteld:
- om het weekend haalt de vader alle drie de kinderen op, de ene keer op zaterdag (9.30 uur tot 16.30 uur) en de andere keer op zondag (10.00 uur tot 16.00 uur);
- mocht het de vader op enig moment niet goed lukken in de belastbaarheid om de zorg voor alle kinderen te dragen, dan zal hij dit aangeven en contact opnemen met de moeder;
- de ouders zullen in overleg met de hulpverlening [naam] het verloop van deze voorlopige afspraken nader bespreken en zo nodig in overleg en op aanwijzing van de hulpverlening kunnen aanpassen.
3.4
Bij de beschikking van 8 juli 2024 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, als (minimale) voorlopige zorgregeling tussen de vader en de kinderen vastgesteld
- om het weekend haalt de vader alle drie de kinderen op, de ene keer op zaterdag (9.30 uur tot 16.30 uur) en de andere keer op zondag (10.00 uur tot 16.00 uur); de ouders zullen in onderling overleg en in samenspraak met de hulpverlening toewerken naar uitbreiding van deze regeling;
- de beslissing over de definitieve zorgregeling aangehouden tot 7 maart 2025 pro forma en de advocaten verzocht uiterlijk op die datum de rechtbank en de raad te informeren over de stand van zaken en de gewenste voortgang van de procedure.
3.5
De ouders hebben deelgenomen aan een hulpverleningstraject bij [naam] in de periode van augustus 2024 tot januari 2025. Het traject is voortijdig beëindigd. De ouders hebben onderling geen overeenstemming bereikt over de definitieve zorgregeling en dat aan de rechtbank bericht.
3.6
Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking van 30 april 2025 heeft de rechtbank als regeling voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld dat de kinderen bij de vader verblijven:
- in de even weken het ene weekend van vrijdag 18.30 uur (waarbij de kinderen bij de vader eten) tot zondag 18.00 uur (waarna de kinderen bij de moeder eten) en het andere weekend van zaterdag 18.30 uur (waarbij de kinderen bij de vader eten) tot zondag 18.00 uur (waarbij de kinderen bij de moeder eten);
- waarbij de ouders gezamenlijk zorgdragen voor het vervoer van de kinderen en het wisselmoment, dat zowel bij aanvang als bij het einde van het omgangsmoment (na)bij de McDonald’s in [plaats1] plaatsvindt;
vakanties en feestdagen
- de helft van de voorjaarsvakantie en herfstvakantie, met een wisselmoment op woensdag om 18.00 uur, tenzij door de ouders in onderling overleg anders wordt afgesproken;
- de helft van de meivakantie en kerstvakantie: in de oneven jaren verblijven de kinderen in de eerste week bij de vader en in de even jaren verblijven de kinderen in de tweede week bij de vader;
- de helft van vijf weken zomervakantie:
- de kinderen hebben naar verwachting in de eerste week van de zomervakantie (groeps)kamp van scouting;
- in de oneven jaren verblijven de kinderen vervolgens eerst 2,5 week bij de moeder en daarna 2,5 week bij de vader;
- in de even jaren verblijven de kinderen vervolgens eerst 2,5 bij de vader en daarna 2,5 week bij de moeder;
- de wisselmomenten zijn op woensdagavond om 18.00 uur (na)bij de McDonald’s in [plaats1] , tenzij door de ouders in overleg anders wordt afgesproken;
- Kerst: in de oneven jaren verblijven de kinderen vanaf kerstavond 19.00 uur tot Eerste Kerstdag 19.00 uur bij de vader en in de even jaren verblijven de kinderen vanaf Eerste Kerstdag 19.00 uur tot Tweede Kerstdag 19.00 uur bij de vader;
- Pasen: in de even jaren verblijven de kinderen bij de vader en in de oneven jaren verblijven de kinderen bij de moeder;
- Pinksteren: in de even jaren verblijven de kinderen bij de moeder en in de oneven jaren verblijven de kinderen bij de vader;
- waarbij steeds dezelfde regeling voor het vervoer van de kinderen geldt als eerder omschreven.

4.De omvang van het geschil

4.1
Tussen de vader en de moeder is in geschil de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen hen betreffende de kinderen.
4.2
De vader is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Hij heeft tevens zijn verzoek gewijzigd.
De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking ten aanzien van de vastgestelde zorgregeling te vernietigen en, opnieuw beschikkende, te bepalen dat tussen de vader en de kinderen een zorgregeling zal gelden, zodanig dat de kinderen bij de vader verblijven:
reguliere zorgregeling
- in de even weken een weekend van vrijdag 18.30 uur (waarbij de kinderen bij de vader eten) tot zondag 18.00 uur (waarna de kinderen bij de moeder eten);
vakanties en feestdagen
- de helft van de voorjaarsvakantie en herfstvakantie, aansluitend op het omgangsweekend van de vader, met een wisselmoment op woensdag om 18.00 uur;
- de helft van de meivakantie en kerstvakantie: in de oneven jaren de eerste week en in de even jaren de tweede week, met een wisselmoment op vrijdagavond om 18.00 uur;
- de helft van de zomervakantie: in de oneven jaren de laatste drie aaneengesloten weken en in de even jaren de eerste drie aaneengesloten weken, met een wisselmoment op woensdagavond om 18.00 uur;
- Kerst: in de oneven jaren vanaf kerstavond 19.00 uur tot Eerste Kerstdag 19.00 uur en in de even jaren vanaf Eerste Kerstdag 19.00 uur tot Tweede Kerstdag 19.00 uur;
- Pasen: in de even jaren, met een wisselmoment op de zaterdagavond voorafgaande aan Eerste Paasdag om 18.30 uur en op Tweede Paasdag om 18.00 uur;
- Pinksteren: in de oneven jaren, met een wisselmoment op de zaterdagavond voorafgaande aan Eerste Pinksterdag om 18.30 uur en op Tweede Pinksterdag om 18.00 uur;
waarbij de ouders gezamenlijk zorgdragen voor het halen en brengen van de kinderen, zodanig dat de vader de kinderen bij aanvang van het omgangsmoment bij de moeder zal ophalen en de moeder de kinderen aan het einde van het omgangsmoment bij de vader zal ophalen, dan wel dat de wisselplek, zowel bij aanvang als bij einde van een omgangsmoment in [plaats2] bij de KFC ( [adres] ) plaatsvindt;
alles tenzij door de ouders gezamenlijk in onderling overleg anders wordt afgesproken;
kosten rechtens.
4.3
De moeder voert verweer en vraagt het hof de grieven van de vader af te wijzen.
De moeder is op haar beurt met één grief in incidenteel hoger beroep gekomen. Zij heeft tevens haar verzoek gewijzigd.
In het incidenteel hoger beroep verzoekt de moeder het hof de bestreden beschikking ten aanzien van de vastgestelde zorgregeling te vernietigen en, opnieuw beschikkende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat tussen de vader en de kinderen een zorgregeling zal gelden, zodanig dat de kinderen:
reguliere zorgregeling
- in de even weken het ene weekend van vrijdag 19.00 uur (waarbij de kinderen bij de moeder eten) tot zondag 19.00 uur (waarbij de kinderen bij de vader eten) en het andere weekend van zaterdag 19.00 uur (waarbij de kinderen bij de moeder eten) tot zondag 19.00 uur bij de vader verblijven (waarbij de kinderen bij de vader eten);
vakanties
- de helft van de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie bij de vader verblijven, aansluitend op het omgangsweekend van de vader, met een wisselmoment op woensdag om 12.00 uur;
- de helft van de meivakantie en de kerstvakantie bij de vader verblijven, waarbij de kinderen in de oneven jaren de eerste week bij de vader verblijven en de tweede week bij de moeder en in de even jaren de eerste week bij de moeder verblijven en in de tweede week bij de vader, met een wisselmoment op vrijdagavond om 19.00 uur (na het eten);
- de helft van vijf weken zomervakantie bij de vader verblijven, waarbij rekening gehouden dient te worden met het zomerkamp van scouting waarna de overige vijf weken bij helfte worden verdeeld: in de oneven jaren verblijven de kinderen eerst 2,5 week bij de moeder en daarna 2,5 week bij de vader en in de even jaren verblijven de kinderen eerst 2,5 week bij de vader en daarna 2,5 bij de moeder, met een wisselmoment op woensdagmiddag om 12.00 uur;
feestdagen
- Kerst: in de even jaren Eerste Kerstdag tot Tweede Kerstdag 10.00 uur bij de moeder verblijven en vanaf Tweede Kerstdag 10.00 uur tot 27 december 10.00 uur bij de vader en in de oneven jaren Eerste Kerstdag tot Tweede Kerstdag 10.00 uur bij de vader verblijven en vanaf Tweede Kerstdag tot 27 december 10.00 uur bij de moeder;
- Pasen: de kinderen bij de moeder verblijven, zodat zij kunnen deelnemen aan het HIT kamp van scouting;
- Pinksteren: in de even jaren vanaf Eerste Pinksterdag 10.00 uur tot Tweede Pinksterdag 19.00 uur bij de vader verblijven en in de oneven jaren vanaf Eerste Pinksterdag 10.00 uur bij de moeder;
- Hemelvaartweekend: in de oneven jaren vanaf donderdag 10.00 uur tot vrijdagavond 19.00 uur bij de vader verblijven (als de kinderen het daarop aansluitende weekend bij de moeder verblijven) of tot zondagavond 19.00 uur (als de kinderen het weekend bij de vader verblijven) en in de even jaren met Hemelvaart bij de moeder;
waarbij het wisselmoment in alle gevallen en bij elke overdracht zal plaatsvinden bij de McDonald’s in [plaats1] ;
waarbij de verdeling van de vakanties en feestdagen voorrang heeft boven de reguliere zorgverdeling.
4.4
De vader voert verweer in het incidenteel hoger beroep en vraagt het hof dit verzoek van de moeder af te wijzen.
4.5
De vader heeft op 2 februari 2026 aanvullend verzocht om een onderzoek van de raad, met het doel dat een onafhankelijk en deskundig onderzoek plaatsvindt waarbij wordt bekeken welke zorgsituatie het meest in het belang van de kinderen is.
4.6
Het hof zal de grieven in principaal en incidenteel hoger beroep gezamenlijk beoordelen.
5. De motivering van de beslissing in het principaal en incidenteel hoger beroep
Het verzoek om een onderzoek door de raad
5.1
Het hof is, net als de raad in zijn advies ter zitting, van oordeel dat de zorgen die de vader heeft over de situatie van de kinderen bij de moeder, welke zorgen tijdens de mondelinge behandeling zijn besproken, geen aanleiding geven voor een raadsonderzoek. Ten aanzien van de invulling van de zorgregeling ziet het hof ook geen reden voor een raadsonderzoek. Het hof acht zich voldoende voorgelicht om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen en zal het verzoek van de vader om een raadsonderzoek dan ook afwijzen.
5.2
De raad heeft, gelet op de signalen van de kinderen dat zij meer expliciete aandacht van de moeder willen, aan de moeder geadviseerd om een aantal gesprekken te voeren met de kinderen onder begeleiding. Dit kan bijvoorbeeld onder begeleiding van de praktijkondersteuner van de huisarts. De raad verwacht dat die gesprekken de kinderen kunnen helpen om te bespreken wat hun dwars zit en de moeder en de kinderen kunnen helpen om samen te bespreken wat anders kan.
Het hof sluit zich aan bij het advies van de raad. De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling toegezegd dat zij dit advies gaat uitvoeren.
5.3
Het hof ziet, anders dan de vader tijdens de mondelinge behandeling heeft verzocht, geen aanleiding om de beslissing over de definitieve zorgregeling aan te houden in afwachting van de hulpverlening die de moeder zal inschakelen. Het hof acht het in ieders belang dat er op korte termijn duidelijkheid komt over de zorgregeling.
De verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
5.4
De ouders hebben samen het gezag. Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan omvatten een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken.
reguliere zorgregeling
5.5
Als reguliere zorgregeling heeft de rechtbank vastgesteld dat de kinderen bij de vader verblijven in de even weken, het ene weekend van vrijdag 18.30 uur tot zondag 18.00 uur en het andere weekend van zaterdag 18.30 uur tot zondag 18.00 uur. Daarbij is bepaald dat het wisselmoment, zowel bij aanvang als bij het einde van het omgangsmoment, plaatsvindt (na)bij de McDonald’s in [plaats1] .
De vader is het niet eens met deze regeling. Hij wil dat de kinderen in de even weken steeds van vrijdagavond tot zondagavond bij hem zijn en dat hij zelf, in overleg met de kinderen, invulling kan geven aan die weekenden (en het wel of niet deelnemen aan scouting). Verder vindt hij dat de ouders in het halen en brengen van de kinderen voortaan een gelijk aandeel moeten hebben en wil een andere wisselplaats. De moeder voert verweer. Zij is het eens met de vastgestelde regeling met uitzondering van het tijdstip van het wisselmoment.
De ouders zijn het met elkaar eens over het aanpassen van het tijdstip van het wisselmoment naar 19.00 uur.
5.6
Het hof acht de door de rechtbank vastgestelde weekendregeling het meest in het belang van de kinderen, ook gelet op wat de kinderen hierover zelf in het kindgesprek hebben gezegd. De kinderen zijn al jaren actief betrokken bij scouting. Zij kunnen op basis van de vastgestelde weekendregeling per vier weken in drie weekenden aan scoutingactiviteiten blijven deelnemen en voldoende binding met hun scoutinggroepen houden. Aan deze regeling zijn zij inmiddels ook gewend.
Het hof zal alleen het tijdstip van het wisselmoment bij de aanvang en het einde van de weekendregeling aanpassen naar 19.00 uur, gezien de overeenstemming tussen de ouders op dit punt.
5.7
Het hof ziet, anders dan de vader heeft verzocht, geen aanleiding om de locatie van het wisselmoment bij de McDonald’s in [plaats1] – en daarmee de verdeling van ieders aandeel in het vervoer – aan te passen.
Gebleken is dat de vader aanvankelijk in [woonplaats1] is gaan wonen, omdat de woonruimte waar hij verbleef niet langer beschikbaar was en hij bij zijn partner in [woonplaats1] kon intrekken. In hoger beroep is naar voren gekomen dat de relatie van de vader inmiddels is beëindigd en hij in 2025 in [woonplaats1] een eigen woning heeft gekocht. Gelet op deze keuze van de vader om in [woonplaats1] te blijven wonen, acht het hof het redelijk dat de vader een groter aandeel in het halen en brengen van de kinderen houdt dan de moeder.
zorgregeling voor de zomervakantie
5.8
In de bestreden beschikking is als zorgregeling voor de zomervakantie bepaald, dat de kinderen naar verwachting in de eerste week van die vakantie groepskamp van scouting hebben en dat de overige vijf weken van de zomervakantie gelijkelijk tussen de ouders wordt verdeeld.
De vader is het niet eens met deze regeling en verzoekt om zes weken zomervakantie bij helfte te verdelen. De moeder is het eens met de door de rechtbank vastgestelde regeling.
5.9
Het hof zal, anders dan de rechtbank, als zorgregeling voor de zomervakantie bepalen dat de zes weken van de zomervakantie tussen de ouders bij helfte worden verdeeld, als volgt:
- in de even jaren verblijven de kinderen de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder en
- in de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader,
- met de wisselmomenten op vrijdag om 19.00 uur.
In de omstandigheid dat in de eerste week van de zomervakantie het groepskamp van scouting plaatsvindt, ziet het hof geen reden om die week buiten de zorgregeling te houden. Het hof acht daarbij nog het volgende van belang.
5.1
Gebleken is dat de communicatie tussen de ouders niet goed verloopt en zij moeilijk tot afspraken komen over onder andere de scoutingactiviteiten van de kinderen. De moeder heeft naar voren gebracht dat zij vreest dat de kinderen niet naar het groepskamp gebracht zullen worden wanneer zij in de eerste week van de zomervakantie bij de vader verblijven. Het hof acht het in het belang van de kinderen dat zij aan het jaarlijkse groepskamp in de zomervakantie kunnen deelnemen. Er moet voorkomen worden dat over hun deelname hieraan onduidelijkheid en/of discussie tussen de ouders ontstaat. Daarom zal het hof in het dictum aanvullend bepalen, dat de ouder bij wie de kinderen verblijven in de eerste week van de zomervakantie ervoor zorgdraagt dat de kinderen in die week aan het groepskamp van scouting kunnen deelnemen, inclusief het vervoer.
zorgregeling voor de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie
5.11
Als zorgregeling voor de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie is in de bestreden beschikking bepaald dat de kinderen de helft van deze vakanties bij de vader verblijven, met het wisselmoment op woensdag om 18.00 uur.
De ouders verschillen van mening over het tijdstip van het wisselmoment en over welk deel van de vakanties de kinderen bij hem/haar verblijven.
5.12
Het hof zal voor de voorjaarsvakantie een uitgebreidere zorgregeling vaststellen dan de regeling in de bestreden beschikking.
Het hof acht het, gelijk aan het advies van de raad, in het belang van de kinderen dat zij vanwege de kortere omgangsweekenden een aantal extra dagen per jaar in een schoolvakantie bij de vader kunnen verblijven. Het hof houdt met deze extra dagen rekening in de zorgregeling voor de voorjaarsvakantie en zal vaststellen dat de kinderen tijdens de voorjaarsvakantie bij de vader verblijven, met het wisselmoment op vrijdag om 19.00 uur. De zorgregeling voor de weekenden zal daarnaast regulier doorlopen.
5.13
Als zorgregeling voor de herfstvakantie zal het hof vaststellen dat de kinderen in het eerste deel bij de moeder en het tweede deel bij de vader verblijven. Deze regeling is in lijn met het voorstel dat de moeder tijdens de mondelinge behandeling heeft gedaan en acht het hof in het belang van de kinderen. De zorgregeling voor de weekenden zal hierbij niet regulier doorlopen. De kinderen zullen steeds in het eerste weekend van de herfstvakantie bij de moeder verblijven en in het tweede weekend van de herfstvakantie bij vader.
Het hof zal het wisselmoment vaststellen op woensdag om 19.00 uur, aansluitend bij het wisselmoment dat ook voor andere vakanties en feestdagen tot uitgangspunt wordt genomen. De omstandigheid dat [de minderjarige2] op woensdag paardrijles heeft is geen reden om hiervan af te wijken.
zorgregeling voor de meivakantie en de kerstvakantie
5.14
Voor de meivakantie en de kerstvakantie is in de bestreden beschikking bepaald dat de kinderen de helft van deze vakanties bij de vader verblijven: in de oneven jaren in de eerste week en in de even jaren in de tweede week. Daarnaast is voor Kerst een afzonderlijke regeling opgenomen.
De vader is het eens met het voorstel van de moeder in incidenteel hoger beroep om de kerstdagen niet meer afzonderlijk te verdelen en alleen de kerstvakantie bij helfte te verdelen.
De ouders verschillen van mening over het wisselmoment in de mei- en kerstvakantie.
5.15
Het hof acht de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling voor de meivakantie en de kerstvakantie in het belang van de kinderen en zal daaraan enkel toevoegen dat de wisselmomenten op vrijdag om 19.00 uur plaatsvinden. Dit wisselmoment sluit aan bij het wisselmoment dat voor andere vakanties tot uitgangspunt is genomen.
Het hof zal de zorgregeling die voor de kerstdagen is vastgesteld niet in stand laten, gezien de overeenstemming tussen de ouders om – naast de zorgregeling voor de kerstvakantie – die dagen niet meer afzonderlijk te verdelen.
Zorgregeling voor Pasen, Pinksteren en Hemelvaartsdag
5.16
In de bestreden beschikking is vastgesteld dat tijdens Pasen de kinderen in de even jaren bij de vader verblijven en dat tijdens Pinksteren de kinderen in de oneven jaren bij de vader verblijven.
Tussen de ouders is, kort gezegd, in geschil de wijze waarop deze feestdagen worden verdeeld en de aanvangs- en eindtijden van deze zorgregeling.
Voor Hemelvaartsdag is in de bestreden beschikking geen zorgregeling opgenomen, maar in hoger beroep is deze dag ook onderwerp van geschil.
5.17
Het hof is, zoals hiervoor ook al is overwogen, duidelijk geworden dat de communicatie tussen de ouders niet goed is. Tussen de ouders is discussie ontstaan over onder andere de deelname van de kinderen aan het HIT-kamp tijdens Pasen en over de begin- en eindtijd van de zorgregeling tijdens Pinksteren.
Het hof acht het in het belang van de kinderen dat zij jaarlijks aan het HIT-kamp van scouting kunnen deelnemen. Daarom zal het hof, zoals door de moeder is verzocht, vaststellen dat de kinderen ieder jaar tijdens Pasen bij de moeder verblijven zodat zij ervoor kan zorgdragen dat de kinderen naar het kamp kunnen gaan.
Voor Pinksteren zal het hof vaststellen dat de kinderen ieder jaar bij de vader verblijven, zodat Pasen en Pinksteren evenredig zijn verdeeld.
Ter verduidelijking van de begin- en eindtijd van de zorgregeling voor Pasen en Pinksteren, zal het hof hiervoor eenzelfde regeling opnemen: deze zorgregeling begint op vrijdag om 19.00 uur en eindigt op maandag om 19.00 uur.
5.18
Het hof acht het in het belang van de kinderen dat de zorgregeling voor Hemelvaartsdag (en de daaropvolgende dag) gelijkelijk tussen de ouders wordt verdeeld.
Daarom zal het hof bepalen dat met Hemelvaartsdag – van woensdag (voor Hemelvaart) om 19.00 uur tot vrijdag (na Hemelvaart) om 19.00 uur – de kinderen in de even jaren bij de vader verblijven en in de oneven jaren bij de moeder verblijven.

6.De slotsom

in het principaal en incidenteel hoger beroep
6.1
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, slagen de grieven deels. Voor de duidelijkheid zal het hof de bestreden beschikking in zijn geheel vernietigen en een zorgregeling vaststellen als hierna staat vermeld.
6.2
Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, nu partijen gewezen geregistreerd partners zijn en de procedure over de zorgregeling voor hun kinderen gaat.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 30 april 2025 en opnieuw beschikkende:
stelt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de moeder met betrekking tot de kinderen:
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2010,
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2012 en
- [de minderjarige3] , geboren [in] 2015
de volgende regeling vast:
reguliere zorgregeling
- de kinderen verblijven bij de vader in de even weken in de weekenden: het ene weekend van vrijdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur en het andere weekend van zaterdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur,
- waarbij de ouders gezamenlijk zorgdragen voor het vervoer van de kinderen en het wisselmoment, zowel bij aanvang als het eind van het omgangsmoment (na)bij de McDonald’s in [plaats1] plaatsvindt;
zorgregeling voor vakanties en feestdagen
- tijdens de zomervakantie:
- in de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader en
- in de even jaren verblijven de kinderen de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder,
- met de wisselmomenten op vrijdag om 19.00 uur,
- waarbij de ouder bij wie de kinderen in de eerste week van de zomervakantie verblijven ervoor zorgdraagt dat de kinderen in die week aan het groepskamp van scouting kunnen deelnemen, inclusief het vervoer;
- tijdens de voorjaarsvakantie verblijven de kinderen bij de vader, met het wisselmoment op vrijdag om 19.00 uur, waarbij de reguliere zorgregeling voor de weekenden regulier doorloopt;
- tijdens de herfstvakantie verblijven de kinderen bij de moeder van vrijdag 19.00 uur tot woensdag 19.00 uur en bij de vader van woensdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur, waarbij voor die twee weekenden wordt afgeweken van de reguliere zorgregeling;
- tijdens de kerstvakantie en meivakantie:
- in de oneven jaren verblijven de kinderen in de eerste week bij de vader en de laatste week bij de moeder en
- in de even jaren verblijven de kinderen in de eerste week bij de moeder en de laatste week bij de vader,
- met de wisselmomenten op vrijdag om 19.00 uur;
- tijdens Pasen verblijven de kinderen ieder jaar bij de moeder van vrijdag om 19.00 uur tot Tweede Paasdag om 19.00 uur;
- tijdens Pinksteren verblijven de kinderen ieder jaar bij de vader van vrijdag om 19.00 uur tot Tweede Pinksterdag om 19.00 uur;
- tijdens Hemelvaartsdag, van woensdag (voor Hemelvaart) om 19.00 uur tot vrijdag (na Hemelvaart) om 19.00 uur:
- in de even jaren verblijven de kinderen bij de vader en
- in de oneven jaren verblijven de kinderen bij de moeder;
waarbij steeds dezelfde regeling voor het vervoer van de kinderen geldt als eerder omschreven;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os-ten Have, P.B. Kamminga en L.D.M. Rubens-Snijders, bijgestaan door mr. S.M.M. van Dalen als griffier, en is op 24 maart 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.