Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven inclusief incidentele vordering;
- de memorie van antwoord in het incident.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant is in hoger beroep tegen een vonnis waarin de rechtbank oordeelde dat hij hoofdelijk aansprakelijk is voor verzekeringsfraude door het indienen van valse claims op kortlopende reisverzekeringen. In een incidentele vordering verzocht appellant om inzage in de onderliggende stukken van deze claims, bankafschriften en correspondentie met Nederlandse banken.
Het hof oordeelt dat appellant voldoende belang heeft bij het verkrijgen van deze gegevens, omdat deze relevant zijn voor zijn rechtspositie in de hoger beroepsprocedure. Hoewel UVM aangeeft dat bankafschriften niet in haar bezit zijn, zal zij schermprints van haar claimverwerkingssysteem verstrekken waaruit de betaalde rekeningnummers blijken.
De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) staat niet aan de verstrekking in de weg, omdat appellant een gerechtvaardigd belang heeft bij het verkrijgen van de persoonsgegevens voor het waarborgen van zijn recht op daadwerkelijke rechtsbescherming. Het hof verbiedt appellant echter om de stukken buiten de procedure te gebruiken of openbaar te maken.
De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevindt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot inzage in verzekeringsclaims en bankcorrespondentie toe met beperkingen ter bescherming van persoonsgegevens en vertrouwelijkheid.