ECLI:NL:GHARL:2026:1618
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- L. van Dijk
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- S. Kuijpers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep zorgregeling en omgangsregeling minderjarige na scheiding ouders
De moeder en vader zijn gescheiden en hebben een zoon, geboren in 2016. Na beëindiging van hun relatie woont het kind bij de moeder, met een omgangsregeling waarbij het kind drie weekenden per maand bij de vader verblijft. De rechtbank had een zorgregeling vastgesteld die onder meer de verdeling van weekenden, vakanties en het halen en brengen regelde.
De moeder ging in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht onder meer om schorsing van de uitvoerbaarheid en wijziging van de zorgregeling, met name een omgang om het weekend en een andere verdeling van de zomervakantie. De vader stelde zich op het standpunt dat de rechtbankbeschikking grotendeels gehandhaafd moest blijven, met uitzondering van de zomervakantie in de oneven jaren.
Het hof oordeelde dat de bestaande regeling voor het aantal weekenden gehandhaafd blijft, mede gelet op de wens van het kind. Het halen en brengen wordt gelijk verdeeld, waarbij de moeder het kind naar station [plaats1] brengt en de vader daar ophaalt. De zomervakantie wordt jaarlijks verdeeld in twee blokken van drie weken (3-3-verdeling). De kerstvakantie en andere vakanties worden aangepast in overleg tussen de ouders. Het verzoek tot schorsing wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en opnieuw vastgesteld met de genoemde wijzigingen.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling door de zomervakantie jaarlijks 3-3 te verdelen en bevestigt dat het kind drie weekenden per maand bij de vader verblijft met overdracht bij station [plaats1].