Het huwelijk van partijen werd in 2016 ontbonden en de man werd verplicht partneralimentatie te betalen aan de vrouw. Na het overlijden van zijn nieuwe echtgenote in 2025 verzocht de man de alimentatie te verlagen of op nihil te stellen vanwege hoge kosten voor haar ziekte en zijn eigen gezondheidsklachten.
De rechtbank wees dit verzoek af en het hof bevestigde deze beslissing. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende bewijs leverde dat de kosten noodzakelijk waren en dat hij geen vergoeding had aangevraagd via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Ook was de man na zijn ontslag actief op zoek naar werk en ontbrak een terugbetalingsplicht voor de vrouw.
Het hof concludeerde dat de alimentatieverplichting onverminderd blijft en dat de man de wettelijke indexering van €334 per maand moet blijven betalen. De bestreden beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.