ECLI:NL:GHARL:2026:1587

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
21-000449-26
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a lid 3 SvArt. 75 lid 4 SvArt. 78 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging voorlopige hechtenis verdachte met tbs-maatregel met voorwaarden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 11 maart 2026 besloten tot verlenging van de voorlopige hechtenis van verdachte met een termijn van 120 dagen. Deze beslissing volgt op een vordering van de advocaat-generaal en is gebaseerd op het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, die verdachte veroordeelde tot vijftien maanden gevangenisstraf, een tbs-maatregel met voorwaarden en een maatregel tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking.

De rechtbank had op 30 januari 2025 het bevel tot gevangenhouding van verdachte bevolen, dat krachtens artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering geldig was tot 31 maart 2026. Verdachte stelde op 11 februari 2026 hoger beroep in. Het hof oordeelt dat de grondslagen voor het bevel tot gevangenhouding, namelijk ernstige bezwaren en de recidivegrond, nog steeds aanwezig zijn.

Het hof sluit aan bij een eerdere uitspraak van het Hof Amsterdam en stelt dat de tbs-maatregel met voorwaarden als een vrijheidsbenemende maatregel geldt, waardoor verlenging van de voorlopige hechtenis mogelijk is. De voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in het huis van bewaring te [plaats] of een andere wettige plaats van detentie in Nederland.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt verlengd met 120 dagen vanwege de tbs-maatregel met voorwaarden en recidivegrond.

Uitspraak

Pkn: 21-000449-26 – 01
Het gerechtshof heeft te beslissen op de vordering van de advocaat-generaal bij dit hof van 12 februari 2026 strekkende tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van de verdachte

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
verblijvende in het huis van bewaring te [plaats] .
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en telefonisch de verdachte, bijgestaan door
mr. W.E.R. Geurts, advocaat te Amsterdam, in raadkamer van heden.
De advocaat-generaal heeft gepersisteerd bij voormelde vordering.
De rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft op 30 januari 2025 de gevangenhouding van verdachte bevolen. Deze rechtbank heeft op 30 januari 2026 vonnis gewezen. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien (15) maanden, de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs-maatregel) met voorwaarden en een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking. Het bevel tot gevangenhouding is, ingevolge het bepaalde in artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot en met 31 maart 2026.
De verdachte heeft op 11 februari 2026 hoger beroep ingesteld.
Het hof is van oordeel dat de grondslag (ernstige bezwaren en de (grote) recidivegrond) van het bevel gevangenhouding van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, ook thans nog bestaat. Tevens grondt het hof het bevel tot verlenging van de voorlopige hechtenis op het veroordelend vonnis van die rechtbank.
Analoog aan de uitspraak van het Hof Amsterdam van 26 juni 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:1664) overweegt het hof dat ook de tbs-maatregel met voorwaarden te gelden heeft als een onvoorwaardelijk opgelegde tbs-maatregel in de zin van artikel 37a Wetboek van Strafrecht, en als een vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in artikel 67a lid 3 en artikel 75 lid 4 Wetboek Pro van Strafvordering. Om die reden zal het hof de verlenging bevelen voor de maximale duur van 120 dagen.
Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 66, 67, 67a, 75 en 78 van het Wetboek van Strafvordering.

B E S L I S S I N G:

Het hof beveelt de verlenging van de voorlopige hechtenis van verdachte voor een termijn van HONDERD EN TWINTIG DAGEN (120) en bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in het huis van bewaring te [plaats] of in een andere wettige plaats van detentie in Nederland.
Aldus gegeven op 11 maart 2026 door mr. M. Zwartjes, voorzitter,
mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. M. Nooijen, raadsheren, in tegenwoordigheid van
A. van de Wardt, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.