Uitspraak
de vrouw,
de man,
1.De verdere procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
.
3.De feiten
.De levering aan de kopers heeft [in] 2024 plaatsgevonden.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. Na ontbinding van het huwelijk ontstond een geschil over de financiële afwikkeling, waaronder eigenaarslasten van de woning, gebruiksvergoedingen voor de woning en vakantiewoning, vergoeding voor roerende zaken en conservatoir beslag.
De rechtbank had de vrouw veroordeeld tot betaling van de helft van de hypotheekrente en eigenaarslasten, en haar vorderingen tot gebruiksvergoeding en vergoeding roerende zaken afgewezen. In hoger beroep trok de man zijn vordering tot betaling van de helft van de eigenaarslasten in, waarna het hof deze vordering alsnog afwees omdat de woning uitsluitend zijn eigendom was.
De vrouw vorderde een gebruiksvergoeding voor de woning en vakantiewoning. Het hof oordeelde dat artikel 3:169 BW Pro niet van toepassing was op de woning omdat deze niet gemeenschappelijk eigendom was. Voor de vakantiewoning was er een stilzwijgende voortzetting van een eerdere afspraak over kosten en gebruik, waardoor de vordering werd afgewezen. De vergoeding voor roerende zaken werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het conservatoire beslag op het aandeel van de man in de verkoopopbrengst van de woning werd opgeheven omdat de vorderingen waarop het beslag was gebaseerd waren afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de man tot betaling van de helft van de eigenaarslasten af, bekrachtigt de afwijzing van de vrouw haar vorderingen tot gebruiksvergoeding en vergoeding roerende zaken, en heft het conservatoire beslag op.