ECLI:NL:GHARL:2026:1572

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
Wahv 200.357.072/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.18.6 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor niet deugdelijk afgedekte losse lading zand op aanhanger

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €440 wegens het rijden met een voertuig waarbij losse lading zand niet deugdelijk was afgedekt, wat gevaar kan opleveren door afvallende of wegwaaiende lading. De overtreding vond plaats op 21 september 2023 in Roermond.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat het zand nat was en ruim onder de opstaande randen lag, waardoor er geen risico op afvallen was en afdekking niet nodig was. Het hof oordeelde echter dat het risico op wegwaaien van zand niet kon worden uitgesloten, mede door verdamping van vocht in de bovenste laag door rijwind en zonlicht.

Het hof verwierp het verweer en bevestigde de beslissing van de kantonrechter dat de gedraging was verricht. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De situatie werd onderscheiden van een eerder arrest waarbij het ging om suikerbieten die vielen, omdat hier het risico op wegwaaien centraal stond.

Het arrest werd gewezen door mr. Beswerda en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden op 16 maart 2026.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €440 voor het niet deugdelijk afdekken van losse lading zand op een aanhanger.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.357.072/01
CJIB-nummer
: 261372109
Uitspraak d.d.
: 16 maart 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 27 juni 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 440,- voor: “met een voertuig rijden, met gevaar dat de niet deugdelijk afgedekte losse lading eraf valt”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 september 2023 om 9:15 uur op de Nassaustraat in Roermond met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gele grond nat was en zich op het hoogste punt ruim onder de opstaande randen bevond, waarbij er voldoende ruimte gelaten is aan de randen van de bak, waar de grond nog meer onder de rand was. Hierdoor was er geen risico op afvallen van de lading. Gegeven deze situatie hoefde er dus niet afgedekt te worden. De kantonrechter beschrijft een hypothetische situatie. Er was geen gevaar aan de orde zoals bedoeld in de verweten gedraging. De gemachtigde verwijst daarbij naar een arrest van het hof van
26 oktober 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:8654).
3. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag op genoemde dag, datum, tijd en plaats een voertuig met het Nederlandse kenteken [kenteken] rijden. Achter dit voertuig zagen wij een kleine aanhanger met eenzelfde kenteken dan die van het trekkende voertuig. Op deze aanhanger zagen wij verbalisanten een berg geel zand liggen. Ik, verbalisant, zag dat deze lading niet afgedekt was en hierdoor makkelijk door de wind eraf zou kunnen (het hof vult aan: waaien).
Verklaring betrokkene: Ik wist niet dat dit afgedekt moest worden.”
5. De gedraging betreft een overtreding van artikel 5.18.6, tweede lid, van de Regeling voertuigen (Rv). Hierin is het volgende bepaald:
“Losse lading die naar haar aard niet op of aan het voertuig bevestigd kan worden, moet deugdelijk zijn afgedekt indien gevaar of hinder ontstaat of kan ontstaan als gevolg van afvallende of wegwaaiende lading.”
6. De toelichting op artikel 5.18.6 van het destijds geldende Voertuigreglement houdt, voor zover hier van belang, het volgende in: “Nieuw is het bepaalde in het tweede lid met betrekking tot het vervoer van losse lading. Dit lid bevat de verplichting om losse lading die van het voertuig kan vallen deugdelijk af te dekken. Gedacht dient daarbij te worden aan lading als zand, grint of puin.”
7. Het hof ziet in wat de gemachtigde aanvoert geen reden eraan te twijfelen dat de gedraging is verricht. Bij het niet afdekken van zand bestaat het risico dat deze losse lading wegwaait, zoals de ambtenaar ook verklaart. Dat de aanhanger daarbij tot ruim onder de opstaande randen was geladen, doet hier niet aan af. De kantonrechter overweegt terecht dat het kan zijn dat het zand (deels) nat was, maar dat door rijwind en zonlicht dat er eventueel op schijnt, niet kan worden uitgesloten dat het vocht in de bovenste laag verdampt, waardoor dat laagje los raakt van de rest van de lading en afwaait en dat dit zand dan bijvoorbeeld gemakkelijk in de ogen van fietsers, of snorfiets- of scooterbestuurders die gepasseerd worden kan waaien. Dit is niet slechts een hypothetische situatie. De onderhavige situatie is niet vergelijkbaar met de situatie in het arrest waar de gemachtigde naar verwijst, omdat het in die situatie niet ging om wegwaaiende lading, maar het erom ging of in dat geval gevaar of hinder kon ontstaan doordat de suikerbieten van de laadbak vielen. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.