ECLI:NL:GHARL:2026:1567

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
21-001350-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 176 Wegenverkeerswet 1994Art. 9, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994Art. 22c Wetboek van StrafrechtArt. 22d Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens rijden zonder geldig rijbewijs met verontschuldigbare termijnoverschrijding

Verdachte stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de politierechter waarin hij was veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. De advocaat-generaal vorderde niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding van de appeltermijn, maar het hof oordeelde dat de termijnoverschrijding verontschuldigbaar was vanwege verdrietige persoonlijke omstandigheden.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Het bewezenverklaarde betrof het rijden op 18 augustus 2023 met een bedrijfsauto waarvoor een rijbewijs van categorie BE vereist is, terwijl verdachte alleen een rijbewijs voor categorieën AM en B had. Het rijbewijs voor categorie BE was sinds november 2016 ongeldig verklaard.

Het hof achtte bewezen dat verdachte bewust het besluit van het CBR had genegeerd en daarmee het gezag van dat besluit had ondermijnd en de verkeersveiligheid had geschaad. Gezien de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn besef van foutief handelen, legde het hof een taakstraf van 40 uur op, subsidiair 20 dagen hechtenis.

Verdachte had een strafblad met eerdere veroordelingen voor soortgelijke en andere strafbare feiten, maar het hof nam ook mee dat verdachte inmiddels een nieuw rijbewijs heeft, een nieuwe baan en goed contact onderhoudt met zijn familie. Het arrest werd uitgesproken op 27 februari 2026 door het hof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur wegens rijden zonder geldig rijbewijs met verontschuldigbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001350-25
Uitspraakdatum: 27 februari 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingslocatie Lelystad, van 5 maart 2025 met parketnummer 96-017222-24 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland.

Ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep

De advocaat-generaal vordert op de zitting van het hof primair dat verdachte vanwege een niet verschoonbare overschrijding van de appeltermijn niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep. Maar in het geval het hof tot het oordeel komt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is vordert de advocaat-generaal subsidiair verdachte te veroordelen tot een taakstraf.
De dagvaarding voor de zitting van de politierechter van 5 maart 2025 is aan verdachte in persoon betekend. Verdachte is niet ter zitting van de politierechter verschenen. De politierechter heeft op 5 maart 2025 verstek verleend aan verdachte en vervolgens vonnis gewezen.
Aangezien de dagvaarding voor de zitting bij de politierechter in persoon is betekend, had verdachte 14 dagen na de einduitspraak hoger beroep moeten instellen. De wens tot het instellen van hoger beroep is eerst op 24 maart 2025, door verdachte, kenbaar gemaakt. Vervolgens is de akte instellen hoger beroep opgemaakt op 25 maart 2025. Het hof stelt dan ook vast dat verdachte te laat hoger beroep heeft ingesteld.
Verdachte heeft op de zitting van het hof concreet naar voren gebracht hoe en waarom hij in verband met verdrietige persoonlijke omstandigheden, die hem volledig in beslag hebben genomen, niet eerder dan op 24 maart 2025 appel kon instellen. Het hof concludeert op basis van wat verdachte naar voren heeft gebracht en gelet op het standpunt van de advocaat-generaal, dat in deze situatie sprake is van een verontschuldigbare termijnoverschrijding.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van zitting van het hof van 27 februari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de (subsidiaire) vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte voor rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat door verdachte is aangevoerd.

Het vonnis

Bij het hier bovengenoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter verdachte voor rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 weken.
Het hof legt aan verdachte een andere straf op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 18 augustus 2023 te [plaats] , [gemeente] , op de weg, [weg] , als bestuurder een motorrijtuig (bedrijfsauto (bestelauto)), van categorie categorie B heeft bestuurd, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid had verloren en dat hij bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs moet voldoen aan de bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 123b, derde lid, gestelde voorwaarden, en aan hem geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op 18 augustus 2023 te [plaats] , [gemeente] , op de weg, [weg] , als bestuurder een motorrijtuig een bedrijfsauto (bestelauto), van categorie BE heeft bestuurd, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid had verloren en dat hij bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs moet voldoen aan de bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 123b, derde lid, gestelde voorwaarden, en aan hem geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting mondeling uitspraak gedaan in aanwezigheid van verdachte. Daarbij heeft het hof met betrekking tot de straf het navolgende overwogen:
Op 18 augustus 2023 reed verdachte in een bedrijfsauto, waarvoor een rijbewijs van categorie BE is vereist, terwijl verdachte toen alleen de beschikking had over een rijbewijs in de categorieën AM en B. Het rijbewijs van verdachte met de categorie BE was sinds november 2016 van rechtswege ongeldig verklaard. Verdachte heeft met zijn handelen bewust een besluit van het CBR met betrekking tot zijn rijbevoegdheid genegeerd en heeft het gezag van dat besluit ondermijnd. Daarnaast heeft verdachte het belang van de verkeersveiligheid daarmee geschaad.
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Met betrekking tot de aard en de ernst van het bewezenverklaarde delict heeft het hof in het bijzonder acht geslagen op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder acht geslagen op:
  • de inhoud van het verdachte betreffende strafblad van 30 januari 2026, waaruit volgt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke en andersoortige strafbare feiten.
  • de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is gebleken. Op de zitting van het hof is gebleken dat verdachte heeft geleerd van zijn eerdere fout. Hij heeft inmiddels een nieuw rijbewijs waar hij erg zuinig op zegt te zijn. Verdachte heeft onlangs een nieuwe baan gevonden en onderhoud goed contact met zijn (klein)kinderen.
Verdachte heeft op de zitting van het hof met klem verzocht om de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf van 2 weken in verband met zijn persoonlijke omstandigheden niet op te leggen.
Alles afwegende en in onderlinge samenhang bezien, acht het hof - gezien de positief gewijzigde persoonlijke omstandigheden en het door verdachte geuite besef dat zijn handelen fout is geweest - de oplegging van een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, passend en geboden.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door mr. L.T. Wemes, mr. L.J. Hofstra en mr. I. Augusteijn, in aanwezigheid van de griffier mr. G.A.G. van Essen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 27 februari 2026.