Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:1533

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
21-001897-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 57 SrArt. 245 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor ontucht met minderjarige tot 24 maanden gevangenisstraf

Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het meermalen plegen van ontuchtige handelingen met een toen 13-jarig meisje, waaronder seksueel binnendringen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer en WhatsApp-berichten. Verdachte bekende de feiten en voerde geen bewijsverweren.

Het hof hield rekening met de psychische problematiek van verdachte, waaronder een autismespectrumstoornis en psychotische kwetsbaarheid, vastgesteld in een psychologisch rapport. Hoewel onvoldoende duidelijk was in hoeverre deze factoren zijn gedrag beïnvloedden, achtte het hof de toerekeningsvatbaarheid verminderd. De reclassering adviseerde bijzondere voorwaarden en toezicht vanwege de problematiek en het risico op recidive.

Het hof legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, behandeling, beschermd wonen en contactverbod met minderjarigen. De straf houdt rekening met de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en de verminderde toerekeningsvatbaarheid. De uitvoering van de straf vindt volledig plaats in een penitentiaire inrichting tot voorwaardelijke invrijheidstelling.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 3 jaar.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001897-25
Uitspraakdatum: 12 maart 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 11 april 2025 met parketnummer 18-311823-22 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats] ),
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van zitting van het hof van 26 februari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, die ertoe strekt dat verdachte voor het tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman,
mr. J.A.W. Knoester, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte voor het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het hof vernietigt het vonnis om proceseconomische redenen en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 november 2020, in elk geval in of omstreeks het jaar 2020, te of bij [plaats] en/of [plaats] en/of een of meer andere plaats(en) in de gemeente [gemeente] , althans in de provincie [provincie] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2007, die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die (telkens) bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers is/heeft verdachte in voornoemde periode meermalen, althans eenmaal,
- zijn verdachtes vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gebracht/gedaan en/of (vervolgens) de vagina van die [slachtoffer] zogenoemd (telkens) gevingerd, in elk geval aangeraakt, en/of
- zijn verdachte penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht/gedaan en (vervolgens) verdachtes penis zogenoemd (telkens) door die [slachtoffer] doen en/of laten pijpen en/of
- zijn verdachtes penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht/gedaan en (vervolgens) die [slachtoffer] (telkens) zogenoemd in de vagina geneukt en/of
- op en/of in het lichaam van die [slachtoffer] zogenoemd klaargekomen en/of
- de/een borst(en) van die [slachtoffer] gezoend, in elk geval aangeraakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Verdachte wordt kort gezegd verweten dat hij in de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 november 2020 seks heeft gehad met een minderjarige, te weten de toen 13-jarige [slachtoffer] . Het dossier bevat meerdere verklaringen van [slachtoffer] , waarin zij beschrijft dat zij meerdere keren met verdachte heeft afgesproken en drie keer seks met verdachte heeft gehad, en waaruit die seks bestond. Haar verklaringen vinden steun in gegevens die op de telefoon van aangeefster zijn aangetroffen, waaronder Whatsappgesprekken tussen aangeefster en verdachte. Verdachte heeft bekend dat hij meerdere malen seks met aangeefster heeft gehad. Door of namens verdachte zijn dan ook geen bewijsverweren gevoerd.
Het hof acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij in de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 november 2020, bij [plaats] en [plaats] of een of meer andere plaatsen in de gemeente [gemeente] , meermalen, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2007, die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft verdachte in voornoemde periode telkens,
- zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en vervolgens die [slachtoffer] gevingerd, en
- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en vervolgens zich door die [slachtoffer] laten pijpen en
- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en vervolgens die [slachtoffer] in de vagina geneukt en
- op en/of in het lichaam van die [slachtoffer] klaargekomen en/of
- de borsten van die [slachtoffer] gezoend en aangeraakt.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van seksuele handelingen met een meisje van dertien jaar oud. Deze handelingen bestonden mede uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van het slachtoffer. Verdachte had eerst gedurende enige tijd
online contact met het slachtoffer, waarbij hij gebruik maakte van meerdere valse namen, waardoor het slachtoffer in de veronderstelling was dat zij met meerdere personen te maken had. Tijdens deze gesprekken werd het voor verdachte niet alleen duidelijk dat het slachtoffer nog maar dertien jaar oud was, maar ook dat zij bijzonder kwetsbaar was en steun zocht. Verdachte heeft hiervan misbruik gemaakt door haar deze steun te bieden en daarbij manipulatieve berichten te sturen waarmee hij het slachtoffer onder meer opdroeg dagelijks eenzelfde bericht aan hem te sturen. Verdachte heeft het ertoe geleid dat het uiteindelijk tot meerdere fysieke ontmoetingen kwam, waarbij verdachte seksueel misbruik van het slachtoffer heeft gemaakt.
Het hof heeft gelet op het strafblad van verdachte van 29 januari 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten en dat hij sinds het onderhavige feit in 2020 niet opnieuw met justitie in aanraking is gekomen. Zijn strafblad leidt daarom niet tot oplegging van een zwaardere straf.
Verdachte heeft meegewerkt aan een onderzoek door psycholoog [naam] . In het daarvan opgemaakte Pro Justitia-rapport van 19 april 2024 benoemt de deskundige dat er sterke aanwijzingen zijn dat bij verdachte sprake is van een autismespectrumstoornis. Daarnaast valt zijn psychotische kwetsbaarheid op. Verdachte gebruikt al jaren een antidepressivum vanwege stemmingsklachten, hetgeen zou kunnen wijzen op een andere, dan wel bijkomende, stoornis, zoals een schizofreniforme of schizoaffectieve stoornis. Ook een cluster A-persoonlijkheidsstoornis kan niet worden uitgesloten, evenmin als de mogelijkheid dat onderliggende trauma’s hierbij een versterkende rol spelen.
De invloed van dagelijks en overmatig cannabisgebruik in het verleden op de psychotische
problematiek is onduidelijk. Evenmin is duidelijk in hoeverre sprake is van een stoornis op
het gebied van seksualiteit. Wel kan, overeenkomstig en in analogie met de problematisch
verlopen ontwikkeling van verdachte - mogelijk passend bij ASS en mede gevormd door
ingrijpende jeugdervaringen - worden gesteld dat ook zijn seksualiteitsontwikkeling
verstoord is verlopen.
De deskundige concludeert dat deze problematiek ook ten tijde van het tenlastegelegde
aanwezig was. Niettemin is onvoldoende duidelijk geworden of deze factoren de
gedragskeuzes van verdachte daadwerkelijk hebben beïnvloed. Er was sprake van een
gelijktijdigheidsverband met forse psychopathologie, maar de drijfveren en motieven voor
het tenlastegelegde laten zich bij verdachte moeilijk tot niet onderzoeken. Om die reden
onthoudt de deskundige zich van een advies over de mate van toerekenbaarheid.
Het risico op herhaling wordt als laag ingeschat. Verdachte is niet eerder met politie of
justitie in aanraking gekomen voor zedendelicten en is sindsdien ook niet opnieuw in beeld
gekomen voor strafbaar gedrag. De deskundige acht het positief dat verdachte gemotiveerd is zijn behandeling voort te zetten. Vanuit zorginhoudelijk oogpunt acht de deskundige behandeling voor zijn psychische problematiek geïndiceerd.
Uit een rapport van Reclassering Nederland van 28 januari 2026 komt naar voren dat verdachte nog steeds bij zijn ouders woont en dat hij zich min of meer staande weet te houden met steun van familie. Verdachte kent een lang verleden met problematisch middelengebruik, maar is inmiddels gestopt met het gebruik van drugs. Er is sprake van een aanzienlijke geschiedenis ten aanzien van de geestelijke gezondheidszorg en is hij langdurig bekend met doorlopend gebruik van (in wisselende samenstelling) antipsychotica en antidepressiva. De reclassering schat zowel het risico op recidive als het risico op het toebrengen van letsel en het onttrekken aan voorwaarden in als laag. Desalniettemin adviseert de reclassering een toezicht met bijzondere voorwaarden op te leggen, omdat behandeling en begeleiding van verdachte geïndiceerd zijn. Als bijzondere voorwaarden worden daarbij een meldplicht, ambulante behandelingen beschermd wonen geadviseerd, in combinatie met voorwaarden om verdachte te weerhouden van (online en fysiek) contact met minderjarigen.
Het hof constateert dat de psycholoog geen uitspraak heeft gedaan over de mate waarin verdachte het strafbare gedrag kan worden toegerekend, maar wel heeft vastgesteld dat er destijds hoe dan ook sprake was van forse psychopathologie bij betrokkene en dat er gesproken kan worden van een zogenaamd gelijktijdigheidsverband. Het hof ziet in wat de deskundige over de psychische gesteldheid van verdachte heeft geschreven voldoende aanleiding om de conclusie te trekken dat deze psychische gesteldheid heeft doorgewerkt in het gedrag van verdachte ten tijde van de feiten. Het hof is van oordeel dat het bewezenverklaarde feit verdachte daarom in verminderde mate kan worden toegerekend.
De verdediging heeft verzocht om verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, dan wel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één dag op te leggen. Daartoe is gewezen op de hiervoor beschreven psychische problematiek van verdachte en diens – ook in de visie van de verdediging – verminderde toerekeningsvatbaarheid. Daarnaast heeft de verdediging, onder verwijzing naar voornoemd reclasseringsrapport, erop gewezen dat het onwenselijk is dat verdachte de steun van zijn familie zou verliezen, nu dat het risico op psychische decompensatie en daarmee op herhaling vergroot. De familie is tot op heden niet op de hoogte van de onderhavige strafzaak tegen verdachte.
Het hof is, gelet op de aard en ernst van het bewezen verklaarde, van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat afdoening met een lichtere strafmodaliteit daaraan onvoldoende recht zou doen. Het hof houdt bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en van de omstandigheid dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in eerste aanleg met ongeveer zes maanden is overschreden. Zonder overschrijding van de redelijke termijn zou het hof het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf beperkt hebben tot 6 maanden.
Het hof acht, alles overwegend, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 24
maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, passend en geboden is. Anders dan bij de rechtbank, adviseert de reclassering thans om bijzondere voorwaarden aan een voorwaardelijk strafdeel te verbinden. Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij behandeling en begeleiding ook zelf nodig vindt en heeft zich bereid verklaard aan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden mee te werken. Het hof zal deze dan ook opleggen en daaraan een proeftijd van 3 jaren verbinden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de
penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling
wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 245 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
- dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn en zal contact met betrokkene opnemen voor de eerste afspraak;
- dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door [zorgverlener] of een soortgelijke
zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Indien dit door de behandelaar noodzakelijk wordt geacht, dan werkt verdachte mee aan een persoonlijkheidsonderzoek en/of intelligentieonderzoek. Indien, gelet op de problematiek, als onderdeel van de behandeling door de behandelaar noodzakelijk wordt geacht dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken zal verdachte hieraan meewerken.
Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor
detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
- dat verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in [instelling] of een soortgelijke instelling voor beschermd wonen, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt. Tijdens de wachttijd voor een verblijf voor beschermd wonen werkt verdachte mee, ter overbrugging, aan ambulante begeleiding door [instelling] ;
- dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zoekt met minderjarigen en deze contacten zoveel mogelijk vermijdt. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat hierbij volwassenen aanwezig zijn;
- dat verdachte gedurende de proeftijd:
1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met
kinderpornografisch materiaal;
2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen
wordt gecommuniceerd;
3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker,
Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij
de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor
bankzaken);
4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal
vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is gedurende het verstreken deel van de
proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft.
De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen gedurende de proeftijd van drie jaren maximaal 9 keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte.
Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.
Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.
Dit arrest is gewezen door mr. T.H. Bosma, mr. M.C. Fuhler en mr. J.F.C. Schnitzler, in aanwezigheid van de griffier D.D. Drost en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 12 maart 2026.